Home

Achtergrond 1877 x bekeken laatste update:17 apr 2014

Bank houdt de teugels strak

Boeren moeten 
meer inzicht 
verschaffen 
bij aanvraag
 van een 
financiering. 
Financiers stellen
 steeds hogere 
eisen en willen het
 geld sneller terug.

Banken zitten meer op hun geld en willen het sneller terug. Rabobank Food & Agri-directeur Ruud Huirne gooide op het jaarcongres van Melkvee100plus onlangs opnieuw een steen in de vijver. Huirne gaf aan dat Rabobank grond voorzichtiger gaat waarderen en dat een ondernemer twee slechte jaren moet kunnen overbruggen. Voor een boer betekenen scherpere eisen dat plannen die enkele jaren geleden nog eenvoudig werden afgehandeld door de eigen relatiebeheerder bij zijn bank nu veel scherper worden bekeken. Dat kan ook betekenen dat een aanvraag wordt afgewezen of dat een ondernemer ambitieuze plannen op z’n minst flink naar beneden moet bijstellen. Een nieuwe financiering vereist in ieder geval een uitgebreide onderbouwing met een duidelijke visie en cijfermateriaal. Ook moet de boer aantonen dat hij perioden met slechte resultaten kan overbruggen.
Het onderpand, bijvoorbeeld grond, speelt een grotere rol in de beoordeling. Een belangrijke oorzaak daarvan is dat banken ook zelf hun balansen moeten verbeteren door de zogenoemde Basel III-normen: aangescherpte internationale eisen voor het eigen vermogen van een bank ten opzichte van de uitstaande kredieten. Dat zet een rem op het aangaan van nieuwe financieringen of uitbreiding en oversluiten van bestaande kredieten.

Hoog eigen vermogen helpt

Banken zijn kritisch op de rentabiliteit van investeringen en willen dat onzekerheden in ieder geval zijn benoemd en vooral dat de financiële gevolgen daarvan te dragen zijn. Het meest in het oog springt nu de onzekerheid over de invoering van dierrechten voor melkvee en het slagen van mestverwerking. Ook in de akkerbouw zijn er factoren die nu nog niet te voorspellen zijn, bijvoorbeeld wat het effect is van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) met de overgang naar een gelijke hectaresteun en invoering van vergroeningseisen, met name voor bedrijven met zetmeelaardappelen.
Milieueisen worden eveneens verder aangescherpt, voor zowel de akkerbouw als de veehouderij. In de intensieve veehouderij heeft strenger 
beleid voor dierenwelzijn en gezondheid een grote invloed op de toekomstige bedrijfsvoering, los nog van maatschappelijke discussies die effect kunnen hebben op vergunningen. Over al dit soort aspecten moet een ondernemer in ieder geval nagedacht hebben als hij bij de bank aanklopt voor de financiering van investeringsplannen, maar ook als een bestaande financiering verlengd moet worden.
In alle situaties is een sterk eigen vermogen een voordeel. Er is dan meer buffer om risico’s op te vangen. Dat maakt financieren in ieder geval een stuk gemakkelijker en kan bovendien een lager rentetarief opleveren.

Banken trappen vaker op de rem

Voor boeren en adviseurs in de landbouw is duidelijk dat banken veel terughoudender zijn geworden. Banken kijken meer naar de korte termijn, aflossingstermijnen worden steeds korter en zekerheden onder de financiering worden weer belangrijker. Kortom, banken trappen op de rem en willen hun geld sneller terug. Het lastiger financieren is een probleem waarmee boeren en tuinders te maken hebben, maar het speelt zeker zo sterk in het midden- en kleinbedrijf. Dat werd ook afgelopen week in de Tweede Kamer duidelijk tijdens een debat over kredietverlening aan het bedrijfsleven. Daaruit bleek de spagaat van zowel de overheid als van de banken zelf. Enerzijds heeft iedereen er belang bij dat geld blijft stromen naar het bedrijfsleven, maar aan de ander kant moeten banken ervoor zorgen dat ze zekerheid hebben dat verstrekte kredieten terugbetaald worden. Dat betekent simpelweg dat kredietverlening aan sectoren met hogere risico’s dan wel lage rendementen problematisch blijft.

Weinig alternatieven

Voor bedrijven die hun financieringsplannen niet rond krijgen, zijn er weinig alternatieven. In feite zijn er in de land- en tuinbouw nog maar drie grote banken actief. Veruit de grootste is Rabobank, gevolg door ABN Amro en ING. Tot voor enkele jaren was overstappen of in ieder geval shoppen bij een andere bank nog een optie om een investeringsplan rond te zetten. Dat is nu wel anders. Dat werd bijvoorbeeld ook pijnlijk duidelijk voor boeren die niet meer bij Deutsche Bank kunnen blijven.
De drie grootbanken hebben allemaal te maken met de strengere eisen vanuit De Nederlandsche Bank en Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de internationale Basel III-normen. Bij Rabobank is er overigens ‘geen enkele relatie’ met de onlangs getroffen schikking van bijna €800 miljoen in de zogenoemde Libor-fraude, zegt een woordvoerder: “De betaling van deze aanzienlijke schikkingsbedragen zal geen gevolgen hebben voor de financiële stabiliteit van Rabobank.”
Alternatieven die nu overblijven, zijn vooral partijen die financieren op basis van erfpacht, zoals Fagoed, ASR en recentelijk nog de nieuwe marktpartij 
Beleggingsmaatschappij Rhoon, Pendrecht en Cortgene (RPC). Via een zogenoemde erfpachtconstructie hoeft een boer zijn grond dan (deels) niet meer zelf te financieren. Wel moet dan huur worden betaald in de vorm van de jaarlijkse canon. Zeker als een deel van de grond in eigendom wordt omgezet in erfpacht zal de bank die de rest van het bedrijf financiert ook mee willen spreken.
Een ander alternatief is wellicht crowdfunding, waarbij meerdere kleine partijen gezamenlijk een bedrijf meefinancieren. Dat gebeurt veelal op ideële motieven en speelt voor de gangbare landbouw nog geen rol van betekenis.

Inspelen op strakkere financiering

Gezien de beperkte concurrentie tussen banken en gebrek aan echte alternatieven zijn nu veel ondernemers gebonden aan hun huidige bank of een van de twee concurrenten, als ze financieel wat ruimer zitten. Het betekent in ieder geval dat een ondernemer goed beslagen ten ijs moet komen in onderhandelingen over financieringen. Dus inclusief een goed onderbouwd plan, niet alleen technisch maar ook financieel en met een visie over toekomstige ontwikkelingen.
De positie van de ondernemer wordt beter als hij minder zwaar gefinancierd is, bijvoorbeeld door eerst af te lossen in sectoren waarin nu goede resultaten worden behaald, zoals de akkerbouw en melkveehouderij. Om met een van de bankiers te spreken: ‘niet meer denken dat het wel goed zit als de bank het financiert’. Het tegendeel lijkt nu vaak het geval. Mogelijk is dat deels een tijdelijk probleem, tegelijkertijd is de tendens dat financieren zakelijker is geworden en steeds hogere eisen stelt aan de ondernemer.

 

‘Boer moet zelf meer doorrekenen’

Volgens Wim Thus, afdelingsdirecteur landbouw Food & Agri van Rabobank Nederland, is er geen sprake van een nieuwe beoordeling van financieringen of recente aanscherping van eisen.
Rabobank vraagt wel meer van ondernemers voordat een nieuwe financiering wordt verstrekt, weet Thus.
Wat betekent meer vragen van ondernemers?
“De investeringsplannen moeten onderbouwd zijn met een bedrijfsplan. Daarbij gaat het niet alleen om een investeringsplan, maar ook om een rentabiliteits- en liquiditeitsbegroting.
Bovendien moet de boer hebben nagedacht over zijn afzet en de gevolgen van bijvoorbeeld hogere voerprijzen en een lagere melkprijs. Wat betekent een 10 procent hogere voerprijs? Kun je een melkprijs van 25 of 30 cent doorstaan? Heb je hiervoor de bank nodig? Dat geldt eveneens voor de akkerbouwer. De tarweprijs kan schommelen tussen €120 en €250 per ton. Hoe denkt een teler dat op te vangen?”
Moet een boer prijsrisico’s afdekken via termijnmarkten?
“Nee, dat vragen we zeker niet, maar een ondernemer moet er wel over nagedacht hebben hoe hij prijsdalen opvangt. Daarover gaan we ook in gesprek.
Ondernemen betekent nu eenmaal ook risico’s nemen. Verminderen van risico kan ook via het telen van meerdere gewassen. Heb je maar één gewas, zoals aardappelen, dan betekent dat meer risico. Dat kan, als er goed over is nagedacht, maar dan heeft dat ook gevolgen voor de maximale financiering.”
Dan is meer zekerheid 
nodig?
“Het opbouwen van een 
buffer kan op twee manieren. Ofwel er moet een buffer zijn in de vorm van spaargeld, 
ofwel er moet nog ruimte zitten in de financiering. Hoe hoog dat precies moet zijn, is per sector en bedrijf verschillend. Het betekent verder dat bij een bedrijf dat in zwaar weer zit, alle scenario’s besproken moeten worden. Voor de melkveehouderij gaat 
het dan bijvoorbeeld om heikele onderwerpen als verkoop van grond, uitbesteden van mechanisatie of jongveeopfok.”
Is eigen vermogen oftewel solvabiliteit weer belangrijker?
“De solvabiliteit van bedrijven is inderdaad belangrijker geworden. Grond is daarin een belangrijke factor, waarbij regionaal de grond exceptioneel duur is. Dat is alleen te financieren als er financiële ruimte zit binnen het totale bedrijf.
Zeker de grondgebonden sectoren hebben doorgaans voldoende eigen vermogen, maar de rentabiliteit is minstens zo belangrijk.
Bovenal moet er bij bedrijven financiële ruimte zijn voor onzekerheden, zoals de mogelijke invoering van melkveerechten en strengere eisen op het gebied van duurzaamheid.”
Naam: Wim Thus (56).
Organisatie: Rabobank Nederland. Functie: afdelingsdirecteur landbouw Food & Agri Nederland.

Kamer en regering steunen voorstel voor kredietunies

CDA-Kamerleden Eddy van Hijum en Agnes Mulder komen met een wetsvoorstel voor de invoering van kredietunies om leningen te kunnen verstrekken aan ondernemers in het midden- en kleinbedrijf (mkb), waaronder boeren en tuinders. Tijdens een debat in de Tweede Kamer over kredietverstrekking bleek een ruime meerderheid van de Kamer, maar ook het kabinet positief te zijn over het voorstel. De politici kondigden daarop aan spoedig met een wetsvoorstel te komen.
Een kredietunie is een coöperatieve instelling van MKB-ondernemers die gezamenlijk budget beschikbaar stellen om leningen te kunnen verstrekken aan ondernemers. Ze moeten bedrijven minder afhankelijk maken van kredietverlening door banken.
De politiek deelt de bezorgdheid van het bedrijfsleven over de haperende kredietverlening door banken, die vooral speelt in het MKB. Organisaties als MKB Nederland en LTO Nederland zijn bovendien bezorgd over verdergaande Nederlandse eisen aan banken.
Ook minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem deelt de zorgen over kredietverlening, maar wijst er tegelijkertijd op dat banken niet gedwongen kunnen worden om meer krediet te verlenen. Volgens de minister wordt ‘ten dele ook terecht kritisch gekeken naar aanvragen’.
Hij wees er in de Kamer op dat ook kredietunies moeten voldoen aan Europese eisen en kondigde aan dat hij daarover overleg gaat voeren met Brussel.

Rentabiliteit belangrijker dan onderpand

Vertrouwen in een goede kasstroom blijft voor ABN Amro het belangrijkste criterium voor kredietverlening. Dat zegt Pierre Berntsen, directeur agrarische bedrijven van ABN Amro.
ABN Amro herijkt het kredietbeleid regelmatig, omdat ook het speelveld verandert. Berntsen noemt verplichte investeringen in welzijn en milieu, aanpassingen in toeslagrechten, het einde van de melkquotering en andere grenzen aan groei. Voor groeiscenario’s in de melkveehouderij voert ABN Amro een stresstest uit: wat is het gevolg van eventuele dierrechten op de exploitatie? “We gaan ervan uit dat de sector introductie van dierrechten weet te voorkomen”, zegt Berntsen. “Maar gelet op de onzekerheid daarover kiezen we voor de veilige route. Ook in andere sectoren voeren we soms een stresstest uit.”
Andere factoren die voor ABN Amro een rol spelen, zijn gerealiseerde resultaten en marktverwachtingen en door de toenemende complexiteit vooral goed ondernemerschap. Bij dat laatste hoort de kwaliteit van interne managementinformatie, externe rapportages, inzicht in de kasstroom en in steeds meer sectoren een afzetplan voor de producten. “We kiezen voor gezonde groei, zowel voor risicoprofiel en professionaliteit van onze relatie als voor het rendement op het door ons verstrekte krediet. Daarbij kunnen en willen we groeien.”
Normen onveranderd
Volgens Cor Bruns, sectormanager agrarisch van ING, zijn de normen voor grondwaardering en rendementseisen niet veranderd. “Voor bedrijven met melkvee, akkerbouw en intensieve veehouderij hanteren we in grote lijn de norm dat een bedrijf een vrije marge moet hebben van 30 procent van de totale rente en aflossing die betaald moet worden. Daarbij moeten alle andere uitgaven inclusief privé zijn betaald.”
Ook ING verwacht van ondernemers steeds meer inzicht in het bedrijf. Daarbij horen investeringsplannen met een rentabiliteits- en liquiditeitsbegroting. Aflossingstermijnen worden volgens Bruns duidelijk korter, terwijl onderpand een grotere rol speelt. Dat laatste is volgens Bruns een rechtstreeks gevolg van aangescherpte vermogenseisen voor de banken zelf. “Bij grond hanteren we nog steeds de norm van 70 procent van de executiewaarde.”
Voor ING blijft de rentabiliteitsratio het belangrijkste criterium. Bedrijven met een hoog eigen vermogen hebben wel meer onderhandelingsruimte over tarieven. Bruns hoopt dat invoering van melkveerechten niet doorgaat. “Als dat straks gefinancierd moet worden, is er nauwelijks of geen ruimte meer voor duurzame oplossingen voor milieu en dierenwelzijn.”

Of registreer je om te kunnen reageren.