Home

Achtergrond 4631 x bekeken 1 reactie

'Op de boerderij leer je hard werken, ook als het even tegenzit'

In de verkiezingstijd komen regelmatig opvallende wetenswaardigheden van politici aan het licht. Zo werd Mark Rutte vroeger wel eens gepest omdat hij niet goed was in gym, en kijkt Diederik Samsom met het hele gezin naar The Voice of Holland. Bij de kandidaten van de Christenunie is ook iets opvallends: de drie hoogstgeplaatste vrouwelijke kandidaten hebben allemaal agrarische wortels.

Carla Dik-Faber, Carola Schouten en Anja Haga hebben twee dingen gemeen. De dames staan alle drie hoog op de kandidatenlijst voor de Christenunie voor de Tweede Kamerverkiezingen en ze hebben alle drie agrarische wortels.

Carola Schouten (plaats 3) groeide op in het Brabantse Giessen op het melkveebedrijf van haar ouders, met zeventig koeien. “Mijn vader overleed toen ik negen was. Mijn moeder heeft het bedrijf toen samen met ons,  drie dochters van 11, 9 en 7, voortgezet. We kregen veel hulp uit de omgeving en het was hard werken. Maar het lukte wel”, zegt Schouten, die zelf elke zaterdag de melktank schoonmaakte. “Mijn zus hielp ’s nachts als er een koe moest kalven. Daar was ik wel eens jaloers op, want dan mocht ze de volgende dag wel eens thuisblijven van school.”

De economische kant van het bedrijf interesseerde de woordvoerder financiën van de ChristenUnie toen ook al. “Als er een nieuwe trekker gekocht moest worden, spraken mijn moeder en ik daar uitgebreid over. Ik gaf niet de doorslag, maar we overlegden wel. Daarom ben ik later bedrijfskunde gaan studeren.” Toen Schouten 15 was, is het bedrijf verkocht.

De grootouders van Carla Dik-Faber (plaats 5) hadden een melkveebedrijf in het Friese Aalzum, waar ze met haar ouders elk weekend vanuit de Randstad naartoe ging. “Mijn ouders waren eigenlijk liever in Friesland. We speelden veel op de boerderij en hielpen ook mee met koeien halen en gingen mee met de trekker. Hierdoor ben ik wel heel betrokken geraakt bij de agrarische sector en het boerenleven.”

De vader van Anja Haga (plaats 8) besloot na wikken en wegen het familiebedrijf in het  Friese Blija te beëindigen toen Anja nog jong was. “Het was een gemengd bedrijf met akkerbouw en ongeveer twintig koeien”, vertelt Haga. “Het bedrijf moest een flinke moderniseringsslag maken om verder te kunnen. Mijn vader besloot dit niet te doen.” Daardoor groeide Haga niet op een agrarisch bedrijf op. “Maar de boerenmentaliteit was met de verhuizing naar Drachten niet weg. De mentaliteit van hard werken en altijd doorgaan, ook als het even niet leuk is of als je je niet lekker voelt, heb ik wel meegekregen. Mijn ouders regelden voor de zomervakantie ook een baantje: zes weken aardbeien plukken. Niet dat ik het leuk vond om elke dag om zes uur op de fiets te zitten, maar het hoorde erbij”, kijkt Haga terug.

 

De politici hebben nog altijd een sterke band met het platteland en de voedselproductie. “Als ik met mijn zoon aan het fietsen ben en ik zie ergens boeren die aan het kuilen zijn, word ik helemaal enthousiast. Dat probeer ik over te brengen op mijn zoon, maar die beleeft het toch heel anders dan ik”, zegt Schouten. “Ik kijk ook anders naar het voedsel. Mijn ouders wilden altijd alleen Friese kleiaardappelen eten, omdat die het beste waren”, vertelt Haga. Dik vult aan: “En seizoensgroenten. Je eet het product dat in dat seizoen groeit. Je merkt dat de band met de primaire producten in de huidige maatschappij echt vervaagd is. Ik kook zelf het liefst met lokale producten. De initiatieven van stadslandbouw zodat de burger weer weet hoe groenten groeien, vind ik heel goed. Het is geen oplossing voor de voedselvoorziening, maar wel een manier om de burger weer te laten zien waar voedsel vandaan komt.”

 

Haga, Dik en Schouten ergeren zich aan het verkeerde beeld dat is ontstaan dat er een tegenstelling zou zijn tussen landbouw en natuur. “Alle boeren staan zo dichtbij de natuur. Zij hebben zeker het besef dat ze daar zuinig op moeten zijn. Zij zijn afhankelijk van de natuur omdat ze daarmee hun brood verdienen”, vindt Haga. “Het beeld is dat vroeger alles beter was. Toen stonden in de zomer meer koeien buiten. Maar in de winter stonden ze vast in donkere stallen. Nu hebben de dieren ruimte en licht op stal. De stallen van nu zijn echt beter voor de dieren dan vroeger. De modernisering van de landbouw is goed, maar het vergroot ook de afstand van de burger tot de landbouw”, vindt Haga. Ze wijst erop dat een grote stal niet per definitie slecht is. "Het gaat erom hoe de boer het doet en niet om de omvang van het bedrijf. De rondeelstal in Barneveld zou je qua omvang ook een megastal kunnen noemen. Maar op het gebied van dierenwelzijn scoren ze heel hoog”, vindt Dik. Ze benadrukt dat de consument min of meer om grootschalige veehouderij vraagt, gezien de prijzen die ze voor producten willen betalen. "De burger zou hier meer bewust van moeten zijn. De ondernemer moet uiteindelijk wel geld kunnen verdienen.”

De Christenunie hecht belang aan een eigen voedselvoorziening, vindt Schouten. “Maar het doel heiligt niet alle middelen. Problemen zoals met de Q-koorts moeten worden aangepakt.”

De agrarische achtergrond speelt voor de politici nog steeds een rol in het dagelijks leven. “Als kind van een boerderij ben ik opgegroeid met hard werken, ook als het tegenzit, en de afhankelijkheid van de natuur. Samenwerken is belangrijk. Boeren blijven keihard doorwerken, ook al valt het loon tegen. Boeren gaan zoveel verder dan alleen geld verdienen”, zegt Schouten.

Carla Dik heeft dankzij haar jeugd op de boerderij geleerd om goed voor de schepping te zorgen. “Je moet goed voor de natuur en voor dieren zorgen, maar tegelijkertijd zijn dieren ook geschapen om een rol te spelen in de voedselvoorziening van de mens. Daar moet een goede balans in worden gevonden en verantwoordelijkheid voor worden genomen.”

Haga zegt dat haar agrarische achtergrond heeft gezorgd voor een stevige basishouding. “Hard werken en eventuele problemen los je zelf op.”

Eén reactie

Of registreer je om te kunnen reageren.