Home

Achtergrond 250 x bekeken

Weinig ruimte voor feiten in polemiek noodfonds

Het is de schuld van Brussel. Dat verwijt klinkt steeds vaker nu het overeind houden van zwakke eurolanden miljarden kost. Maar het zijn Berlijn, Parijs en Den Haag die de besluiten slaan, niet de instituties in de Europese hoofdstad.

Zo’n 40 miljard euro. Dat is de bijdrage die Nederland gaat leveren aan het nieuwe Europese noodfonds ESM, bedoeld om zwakkere broeders zoals Griekenland en Spanje economisch overeind te houden. Ondanks het felle verzet van een aantal fracties stemde de Tweede Kamer gisteren in met het plan van minister Jan Kees de Jager (Financiën) om wederom de geldkraan open te zetten. Tegelijkertijd wordt met het opgeven van het vetorecht de zeggenschap over de besteding hiervan deels uit handen gegeven.

 

Volgens PVV, SP, CU, PvdD, SGP en Hero Brinkman is dat onverantwoord. Zij beschouwen het noodfonds als een bodemloze put, waarover bovendien geen democratische controle mogelijk is. Geert Wilders is daar zelfs zo boos over, dat hij over de Nederlandse deelname aan het ESM een uitspraak van de rechter wil. In de hoop die te krijgen voordat een definitief besluit is genomen, probeerde hij de afgelopen dagen de debatten in de Kamer te vertragen; door over elk besluit een hoofdelijke stemming te vragen liepen de vergaderingen flink uit. Ook diende hij een motie van wantrouwen tegen De Jager in.

 

In de retoriek van Wilders, en in mindere mate van SP’er Emile Roemer en anderen, is het allemaal de schuld van Brussel: de economische en financiële crisis, het verlies van nationale soevereiniteit en de problemen van de hardwerkende Nederlander. Europa is machtsbelust en heeft een onstilbare geldhonger, zo klinkt het. Maar ironisch genoeg heeft Brussel weinig van doen met het ESM. Integendeel, het zijn Berlijn, Parijs en dus ook Den Haag waar de besluiten over het fonds worden genomen. Hetzelfde gold eerder voor het begrotingspact, het struikelblok van de Catshuisonderhandelingen. De instituties in het de Europese hoofdstad, de Commissie en het Parlement, zouden graag willen dat zij zo veel macht hadden.

 

Het lijkt lood om oud ijzer. Immers, waar de beslissingen ook zijn genomen, in alle gevallen kost het Nederland geld en zeggenschap. Maar door deze retoriek worden juist de instituties die een tegenwicht kunnen bieden – het Europees Parlement is bovendien het enige echte democratische orgaan in Brussel – ten onrechte in diskrediet gebracht. Natuurlijk, er is vaak kritiek te leveren op de manier waarop de EU opereert. En dat het in verkiezingstijd extra aantrekkelijk is met de beschuldigende vinger naar de ander te wijzen, is heel begrijpelijk. Niettemin zou het de criticasters sieren als zij daarin wat meer eerlijkheid en zorgvuldigheid betrachten.

Of registreer je om te kunnen reageren.