Home

Achtergrond 157 x bekeken

Schmallenberg houdt Britse schapenhouder in z’n greep

Ze hebben er uiteraard al weer een afkorting voor: SBV. Dat Schmallenberg-virus, zoals het nog steeds voluit heet, houdt de Britse schapenhouders inmiddels danig in zijn greep. Vooral de voortdurende onzekerheid wakkert de onrust en nervositeit aan in het grootste schapenland van Europa.

Groot-Brittannië telt volgens de laatste cijfers van het plattelandsministerie Defra 32 miljoen schapen en lammeren. Dat is dan de stand halverwege 2011, die daarmee 2 procent hoger staat dan een jaar daarvoor. In de twaalf maanden tot 1 juli 2011 zijn de aantallen ooien, rammen en lammeren allemaal omhoog gegaan. De enige daling deed zich voor bij oudere niet meer lammerende schapen. Volgens Defra was dat mogelijk omdat veel boeren van de hoge prijzen hebben geprofiteerd door deze oudere en minder productieve dieren van de hand te doen.

Groot-Brittannié staat met die schaapskudde veruit bovenaan in de EU, waarbij alleen Spanje op enige afstand nog in de buurt komt. Die schapen worden gehouden op 73.400 schapenhouderijen, waarvan een kleine 20 procent met meer dan 500 dieren. In lang niet alle gevallen gaat het daarbij om gespecialiseerde bedrijven, veel Britse boeren doen schapen ’er bij’.

Maar of ze het nu als specifiek schapenbedrijf of meer in gemengde vorm doen, al die schapenhouders maken zich zo langzamerhand grote zorgen over SBV. Het aantal officieel bevestigde gevallen is weliswaar nog niet hoger dan 11, maar dat is de stand van ruim een week geleden. In de schapenhouderij en bij dierenartsen is wijd en zijd bekend dat er al veel meer verdachte gevallen zijn waarvan de testresultaten gewoon nog niet terug zijn gekomen.

“Wij hebben misvormde lammeren en vrezen dat het Schmallenberg is, maar dat weten we nog steeds niet zeker”, melden veel schapenhouders aan de Britse vakbladen. De schapenwereld begint te vrezen dat de komende weken 10 of misschien wel 20 procent van de lammeren verloren gaat, en dat net in een tijd dat het economisch tij voor schapenhouders er weer wat beter uit ziet.

Dat lange wachten op die testen zit menig schapenhouder dan ook dwars. Defra stelt echter dat de monsters terdege onderzocht moeten worden, wat extra tijd kost omdat het virus nog zo nieuw is. Bovendien is volgens het ministerie haast – voorshands – niet nodig omdat SBV nog geen notificeerbare ziekte is.

Om wat aan de klachten te doen heeft het Institute for Animal Health, ook bekend van vroegere uitbraken van MKZ, inmiddels wel aangekondigd alles in het werk te stellen om een snellere testmethode te ontwikkelen. Professor Peter Mertens, hoofd van de afdeling die zich met door knutten verspreide veeziekten bezig houdt: “Onze prioriteit is om een betrouwbare test te verkrijgen zodat we de specifieke gen-RNA van het virus en de anti-lichamen kunnen opsporen. Dat is nuttig voor alle betrokken diensten, zeker waar we een groot aantal te onderzoeken monsters kunnen verwachten,”

Een testmethode ontwikkelen is één ding, een vaccin op de markt brengen is een heel andere zaak. Carl Padgett, voorzitter van de organisatie van vee-artsen British Veterinary Association, had daarover vorige week al slecht nieuws: “Ontwikkelen van een vaccin kost zeker anderhalf tot twee jaar. We moeten letterlijk van het begin af aan beginnen met de ontwikkeling, bij blauwtong duurde het ook zo lang voordat er een vaccin op de markt was.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.