Home

Achtergrond 674 x bekeken

’Met Vion kan boer flinke stap vooruit’

Hij ziet weer toekomstperspectief voor de varkenssector en ziet een einde aan de groei van slachterijen. En: over drie jaar is het vleesconcern Vion gelukt om boeren betere resultaten te laten draaien, met minder antibiotica, zegt Uwe Tillmann. Over de manier van uitbetalen is de Vion-topman overduidelijk: ”We gaan niet over op een systeem waarbij de producent de prijs bepaalt. Nooit.”

’We zullen de productie in Nederland en Duitsland nauwlettend in het oog houden”, stelt Uwe Tillmann, chief executive officer (CEO) van de Vion Food Group. ”De productie staat onder druk door de invoering van de EU-welzijnseisen. Dat wordt een extra uitdaging, maar ik denk dat we het aankunnen. Met onze varkensvleesconcepten acteren we, als Vion, op een markt die vooruitloopt.”
”Binnen drie jaar zijn we in staat om iedere boer met minder antibiotica een beter financieel resultaat te laten draaien”, vervolgt de topman (52) van het vleesconcern. ”Die maatschappelijke uitdaging die er was, en nog steeds is, kunnen wij zo ombuigen dat de Nederlandse boer een flinke stap vooruit kan zetten.”

Zegt u daarmee: wij kunnen dat beter vermarkten?
”Dat zou goed kunnen. We hebben de afgelopen jaren bereikt dat er meer vertrouwen is bij de consument. De hele retail denkt nu ’Beter Leven-kenmerk, okay, hoe gaan we daar op inspelen?’. Het imago van de varkenssector gaat omhoog omdat iedere consument in Nederland weet: ’die varkenssector is goed bezig om het welzijn van de dieren goed voor elkaar te krijgen’.

Nou denkt die boer: ja, mooi, maar ik zie nog steeds niks.
”Dat zal die boer zo niet zeggen.”

Hij vindt dat hij niet genoeg meedeelt in het rendement.
”Dat is iets anders. Ik denk dat het die boer, in welk concept hij ook zit, ontzettend veel waard is dat we de licence to produce weer hebben. In Nederland was in 2001 het overheersende sentiment dat er veel minder varkens zouden komen. Dat is toch heel anders uitgepakt. We hebben ze nog, en op een verstandige manier. Was het enkele jaren geleden mogelijk dat een Good Farming Star-boer op de verpakking van Albert Heijn Beter Leven-varkensvlees zou staan? Absoluut niet. De sector staat er veel beter voor dan vijf en tien jaar geleden. Daar ben ik heilig van overtuigd. We zijn vooruitgeboerd. We hebben weer toekomstperspectief. Dat hadden we drie jaar geleden niet meer. We staan behoorlijk wat minder in de krant, omdat we de mensen hebben laten zien: ja, we hebben een issue, dat gaan we aanpakken en dit wordt de oplossing.”

Hoe ziet het slachterslandschap er over drie jaar uit?
”Ik verwacht geen grote overnames of verdergaande consolidatie meer. De grote concerns zullen niet verder groeien. Ze zijn in staat om de wereldmarkt te bedienen, daar kunnen we heel tevreden over zijn als sector. Maar of daar nog ontzettend harde groei in zit, dat betwijfel ik sterk. Dat zeggen de concurrenten ook al. De resterende kleine slachterijen zijn heel waardevol voor de totale markt. Met alleen maar vier of vijf grote slachters, verlies je de verbinding met ’het dorpje’.”

Gaat de varkenshouderij zonder groei in aantallen dan naar een vorm van quotering of vastere aanvoerstructuren?
”Ik denk dat de binding sterker wordt. Er zal meer samenwerking komen tussen boer en slachterij. Iedereen heeft er belang bij dat de faalkosten verminderen. We hebben in Nederland al veel bereikt. Er is de afgelopen negen jaar  1 miljard euro meer aan uitbetalingscapaciteit gegenereerd. Tel dat eens uit!”

Grofweg 100 miljoen per jaar, zo’n 8 euro per varken?
”Ja, dat is ongeveer het verhaal.”

De meeste boeren zullen dan direct zeggen: ik heb die 8 euro niet gezien!
”Die heeft hij wel gezien, natuurlijk heeft hij die gezien in een hogere betaling. De Nederlandse uitbetalingscapaciteit is nu gelijk aan die in Duitsland. Hoe was dat tien jaar geleden? Er was toen veel rumoer over een dubbeltje per kilo dat het prijsverschil zou mogen zijn. Nou, waar is dat nu? De prijzen zijn gelijk. Daar zit het verschil!”

Uw mensen worden beloond op basis van Vions rendement. De varkenshouder zou liever zien dat ze beloond worden op basis van het behaalde rendement voor de boer, de uitbetalingsprijs.
”Als we daaraan beginnen, is het de wereld op zijn kop. Ik heb nog nooit iets gezien waar dat werkt.”

Dan blijft de boer prijsnemer. Dan stuurt hij zelf geen rekening, kan hij zelf zijn marge niet bepalen en moet maar genoegen moet nemen met een prijs?
”Ja, en? Gemiddeld moet dat toch tot resultaat voor die boer leiden? Anders heeft die boer een issue. Ik denk dat wij uiteindelijk een meer dan goede prijs betalen. We werken in het marktmodel dat ieder moet zorgen voor zijn eigen rendement. Als we niet meer op onze kosten letten, maar alleen zorgen dat de boer resultaat heeft, dan houdt het vanzelf een keer op. Dan hebben we geen bestaansrecht meer.
De prijs wordt iedere keer bepaald door de afnemer, uiteindelijk iedere keer door de consument. De boerenprijs is aan het eind van de rit belangrijk. Want als die structureel te laag is, vallen bedrijven af, krimpt het aanbod, stijgt de prijs en groeien anderen of treden nieuwen toe. Maar om over te gaan op een systeem waarbij de producent bepaalt wat de prijs is: nooit! Dat model werkt nergens ter wereld, op geen enkel terrein.”

Terug naar de markt. Gaat de industriemarkt ook om Beter Leven-achtige producten vragen?
”Ja, die maakt een vergelijkbare ontwikkeling door als de retailmarkt. Hij gaat ook meer om deze hoogwaardige producten vragen. Wij moeten ons dus ook in deze markt doorontwikkelen en richting productontwikkeling gaan. In de industriemarkt moet je niet dromen van hoge marges. Concepten en innovaties richting consument zijn daar enorm belangrijk. Daarin slagen we. We hebben daarbij het voordeel dat we voldoende kritische massa hebben. Het probleem in de industriemarkt is, dat als de marge die je er realiseren kunt groeit, anderen er ook snel instappen. Een voordeel langer dan zes maanden is in die markt niet haalbaar. Nergens. Maar het biedt wel meer bestaansrecht voor de boeren.”

U noemt productontwikkeling, maar bij de slager liggen nog steeds alleen maar karbonades en speklappen.
”Dat klopt, de markt is ontzettend traditioneel. Consumenten hebben een vrij vaste voorkeur bij het kopen van bepaalde vleesdelen van het varken. Langzaam gaat die van traditioneel vlees bereiden naar een dag innovatief koken. Daarmee bedoel ik iets koken met hoogwaardige recepten en ingrediënten.
De tv-koks hebben veel invloed. Ik verwacht dat de innovaties vooral in de ingrediëntenkant komen. Minder zout wordt al een item. Malsheid van de producten gaat ook spelen. We zijn bezig daar kenmerken op te identificeren, zodat we productstromen kunnen sturen.”

Krijgt dat invloed op het boerenerf? Fokkerij? Voeding?
”Daar zijn we mee bezig, maar dat duurt nog even. Via genetica praat je over vijf tot tien jaar. Dat kan geld opleveren, maar dat zal geen makkelijke markt zijn. We hebben de laatste dertig jaar de slag gemaakt van kleinschalige productie via schaalvergroting en professionalisering naar het huidige systeem. Dan heb je producten die je goedkoop kunt verkopen, maar zegt de consument: ’vind ik niet meer lekker’. Dan wordt andere genetica ingezet tot je genetica ontwikkelt die past bij de consument. Dat is de afgelopen jaren gebeurd zonder dat iemand dat ook maar in de gaten had.”

Gaat de relatie boer-Vion veranderen?
”Ja, dat denk ik wel. Daar zijn de afgelopen jaren grote stappen gezet. Het vertrouwen is gegroeid. We worden gezien als de betrouwbare partner. In het zuiden van Duitsland zeggen ze ’Nicht bekritisiert ist gelobt genug’, en ik denk dat dat precies de verhouding duidt zoals de boer nu over ons denkt. Tien jaar geleden waren varkenshouders alleen bezig met hun technische resultaten. Ze zoeken nu steeds meer verbinding met de maatschappij en markt. Ze willen dat mensen in hun omgeving ze kennen en weten wat ze doen. Ze zoeken de dialoog. Dat is enorm belangrijk. All business is local. Als ze lokaal hun aanwezigheid niet kunnen uitleggen, is het eindig. We zien meer structurele samenwerking, dan kun je ook nieuwe concepten introduceren en meer faalkosten snijden. De boeren die nauw willen samenwerken, weten precies waar het om gaat: dat ze met ons beter kunnen samenwerken dan met anderen.”

Is het leveranciersverloop verkleind de laatste jaren?
”Dat heb ik niet precies in beeld, wel dat de structurele samenwerking is gegroeid. Denk aan de ketenkeuring. Via Farmingnet kunnen we issues opsporen en er samen aan werken. Let wel, dat zijn issues voor de boer. Als je informatie deelt, verbetert het resultaat. Niet dat van Vion, wel van de boer. Voor ons verkleint het afbreukrisisco, voor de boer verbetert het rendement. Ik zou graag zien dat concurrenten daar ook meer mee aan de slag gingen. Wij moeten ervoor zorgen dat de innovatieve kracht van Vion groter is dan van de concurrent.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.