Home

Achtergrond 791 x bekeken

Trots op stal met ritmiek

Ontwerp een mooie, duurzame en betaalbare varkensstal, luidde de opdracht van de ontwerpwedstrijd. Varkenshouder Steef Uijttewaal uit het Utrechtse Schalkwijk won de eerste prijs. In de nieuwe stal kan hij varkens houden op de manier die hem aanspreekt.

Natuurlijk is hij trots. Zijn ontwerp voor een nieuwe stal is onlangs gekozen tot mooiste en tegelijkertijd meest innovatieve en duurzame varkensstal. Hij krijgt 25.000 euro om het voorlopige ontwerp om te zetten in een definitief plan. En dat gaat hij doen ook, samen met de architect.
Voor een winnaar gaan alle deuren open, is zijn ervaring na een paar dagen. De wethouder reageert alsof hij zelf de prijs heeft gewonnen. Dat de gemeente straks dwars gaat liggen bij de vergunningverlening kan hij zich absoluut niet voorstellen. Ook de provincie is enthousiast. Zijn droomstal gaat worden gebouwd, zeker weten.

Varkenshouder Steef Uijttewaal uit het Utrechtse Schalkwijk vormde afgelopen half jaar met architect Michel Melenhorst, een bouwadviseur, landschapsarchitect en provinciale ambtenaar een hecht team. Dit samenwerkingsverband was een van de zes deelnemers aan de ontwerpwedstrijd die Rijksadviseur voor het landschap Yttje Feddes had uitgeschreven. De opdracht: ontwerp een varkensstal die hoog scoort op de maatlat voor duurzame veehouderij, past in het landschap en bovendien niet duurder is dan een klassieke stal.

Uijttewaal heeft samen met twee broers een zeugen- annex landbouwmechanisatiebedrijf en 30 hectare grond aan een van de dijken van een oude polder onder de rook van Utrecht. In de loop van de jaren is hier een rommelig geheel van oude, aangebouwde en nieuwe gebouwen ontstaan. De nieuwe stal komt een stuk verderop, midden in de polder. Volgens de jury krijgt het nieuwe bedrijf het karakter van een ’stoer eiland in de polder maar blijven de doorzichten naar de open ruimte bewaard’.

De nieuwe stal – een rechthoekig complex rondom een hof – komt te staan op een terp. De gebouwen worden overkapt met zogeheten lessenaardaken, waardoor een mooie ritmiek in de bebouwingswand ontstaat, oordeelt de jury. Het bedrijf biedt straks ruimte aan 150 fokzeugen en 1200 vleesvarkens. Silo’s en luchtwassers zijn allemaal uit het zicht. Uijttewaal (52) stond voor de vraag, stoppen of doorgaan. Hij wil alleen doorgaan als veehouder op een bedrijf waar hij zich goed bij voelt. En dat betekent plezierig werken, in een stal waar de varkens hun natuurlijke gang kunnen gaan, de uitstoot naar het milieu minimaal is en, niet in de laatste plaats, omwonenden zich prettig bij voelen. Het winnende ontwerp voldoet aan al deze eisen, zegt hij.

Ingewikkeld om met een architect te werken die weinig of niets van varkens weet? Helemaal niet, reageert Uijttewaal. De architect heeft goed naar hem geluisterd en is vervolgens zijn eigen gang gegaan. Hij schrok in eerste instantie van het robuuste gebouw waarmee de architect op de proppen kwam, was toen verbaasd en is er later met waardering naar gaan kijken. Deze hofboerderij past precies bij de manier waarop hij varkensvlees wil produceren. Innovatief en duurzaam, en dat in een prachtige stal. In zo’n stal wil hij dolgraag verder boeren.

Hij heeft trouwens meer plannen. In dit land is volgens hem ruimte voor industrieel geproduceerde varkens (”is niks mis mee”), maar zeker ook voor ’gebiedsvarkens’. Hij gaat zich richten op dat laatste segment. Uijttewaal is ervan overtuigd dat er vraag is naar vlees van een heus Utrechts streekvarken, gevoederd met restproducten van voedselproducerende bedrijven uit zijn omgeving. Hij koopt het varkensvoer liever in Utrecht dan bij de voerfabrikant die zijn grondstoffen betrekt uit Brazilië of Thailand.

De opbrengstprijzen in de varkenshouderij zijn slecht, het imago van de sector staat ter discussie. Uijttewaal ervaart dat dagelijks. Redenen genoeg om het bijltje er bij neer te leggen. Dat doet hij niet. Zeker niet nu blijkt dat er zoveel waardering is voor het ontwerp van zijn nieuwe bedrijf.
Hij durft nu weer vooruit te kijken. Jaren geleden hebben zijn broers en hij hun melkquotum verkocht. Nu denkt hij erover om weer terug te keren in de melkveehouderij. Het stallencomplex dat hij voor ogen heeft, kan eenvoudig worden uitgebreid met een ligboxenstal. Daar komt nog eens bij dat de gemeente de omringende polder wil ontsluiten voor recreanten. Fietsers en wandelaars zijn straks van harte welkom op zijn bedrijf. Langzaam maar zeker keert hij dan weer terug naar het gemengde bedrijf van vroeger. Gaat het slecht in de ene tak, dan vangt de andere tak de klappen op. Hij is ervan overtuigd, het vertrouwde gemengde bedrijf van vroeger komt weer terug.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.