Home

Achtergrond 603 x bekeken 2 reacties

Traditionele boer als redder van biodiversiteit

Ecoloog Jan Jansen promoveert aan de Radboud Universiteit op onderzoek naar Natura 2000. Hij ziet dat de biodiversiteit ondanks alle inspanningen achteruit gaat. Volgens hem is er een rol weggelegd voor de traditionele landbouw bij het behoud van de soorten in de wereld.

Onderzoeker Jan Jansen zegt het tijdens het interview een paar keer: hij heeft onderzoek gedaan in Portugal in een gebied dat qua oppervlakte te vergelijken is met de Veluwe in Nederland en de biodiversiteit die hij daar heeft aangetroffen is groter dan in het hele binnenland van Nederland.
Jansen promoveert aan de Radboud Universiteit op onderzoek dat hij vooral in Portugal heeft uitgevoerd. Opvallend aan zijn bevindingen is dat de biodiversiteit voor een groot deel niet ondanks, maar dankzij de landbouw is ontstaan.

Boeren trokken met hun vee door het landschap, het seizoen bepaalde op welk moment ze op welke plek waren. Zo ontstond een mozaïek, een soort natuurlijke lappendeken, waar verschillende planten en dieren zich thuis gingen voelen. Het grootste deel van de huidige Natura 2000 gebieden in Europa, bestaat uit woeste weidegronden die op die wijze door boeren in gebruik zijn of waren. Wil je de biodiversiteit behouden, dan zul je ervoor moeten zorgen dat die lappendeken in stand blijft en onderhouden wordt. En daar heb je boeren of herders voor nodig, zegt Jansen.

Jansen denkt dat traditionale landbouwmethoden heel goed kunnen worden ingezet om de verschillende leefgebieden (habitats) voor planten en dieren in stand te houden. Dat betekent niet de intensieve landbouw zoals we die in het hedendaagse Nederland kennen, maar de veehouderij die aan het begin van de vorige eeuw nog voorkwam op de Drentse gemeenschappelijke gronden, past daar prima in.

In het Nederland van nu is dat natuurlijk niet meer in te passen, realiseert Jansen zich. ”Boeren kunnen een heel belangrijke rol spelen bij het natuurbeheer, maar hebben daarnaast ook een heel belangrijke rol in de voedselproductie – en in die rol moeten ze natuurlijk ook verdergaan. In Nederland hebben we geen natuur meer die we op die manier door boeren kunnen laten beheren, maar in Portugal nog wel.”

Dat moet je aan het denken zetten als je wilt investeren in biodiversiteit, zegt hij met zoveel woorden. ”Je kunt waarschijnlijk met een fractie van wat je in Nederland uitgeeft aan biodiversiteit het zelfde bereiken in andere gebieden. Maar je moet je meteen ook afvragen of dat verstandig is. We hebben in Europa te maken met een beperkt budget, dus daar moet je wel slim mee omgaan.”

De Europese Unie zette Natura 2000 op om de achteruitgang in biodiversiteit in Europa tot staan te brengen. Dat is niet gelukt, constateert Jansen. En hij moet nog zien dat het weer goed komt. ”Vroeger was de natuur een bijproduct van de economie. Nu is de natuur een subsidie-industrie geworden. Dat is geen stabiele situatie. Het zou beter zijn als de economie de natuur borgt. Maar die koppeling zijn we kwijt geraakt toen we los raakten van de grond.”

Jansen doelt onder meer op de uitvinding van kunstmest, die het de boeren mogelijk maakte om zonder de mineralen die van de heidegronden werden gehaald toch voldoende mest op de gewassen te verspreiden. Opeens was het niet meer nodig de schrale heidegronden te begrazen en daarmee ging ook een deel van de biodiversiteit verloren, die door begrazing in stand werd gehouden.

Van schoonmaker tot wetenschapper

Het curriculum vitae van onderzoeker Jan Jansen telt zes pagina’s. Zijn carrière heeft opmerkelijke veelzijdigheid voor iemand die promoveert op onderzoek naar Natura 2000. Jansen was persoonlijk chauffeur van een van de directeuren van ABN Amro, schoonmaker bij Asito en fabrieksarbeider bij JT Baker Chemicals; maar ook wetenschappelijk adviseur en schrijver, fondsenwerver voor wetenschappelijk onderzoek, en onderzoeker bij verschillende universiteiten en provincies. Als leerling op de Rijks Hogere Burgerschool in Deventer was hij actief in de zogenoemde Kabouter-beweging, een ludieke actiegroep die voortkwam uit de flowerpower-beweging van de jaren 60.

Zijn belangstelling voor de veelzijdige natuur ontstond toen hij in dienst (hij was ook nog chauffeur bij de Koninklijke Landmacht) de schoonheid van de uitgestrekte heidevelden ontdekte. Naarmate hij zich meer in het onderwerp verdiepte, kreeg hij zicht op de rol van boeren bij de natuurontwikkeling.

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Corine Koster

    Hartstikke leuk en interessant artikel! Ik ben trots op mijn ome Jan!

  • no-profile-image

    Hans Jansen

    Leuk artikel wat aangeeft dat boeren wel degelijk ook iets voor de natuur kunnen betekenen.
    Ik ga boer Jan uit Gaanderen vragen wat hij van het artikel vindt.

Of registreer je om te kunnen reageren.