Home

Achtergrond 809 x bekeken

Siem Jan Schenk: niet alleen voor melkveehouders

Siem Jan Schenk is bezig de lijnen uit te zetten als voorzitter van LTO Noord. Hij wil een beetje af van het imago van melkveehouder. Schenk is de voorzitter van alle leden, niet alleen van degenen die koeien melken.

De nieuwe voorzitter van LTO Noord, Siem Jan Schenk, heeft letterlijk afstand genomen van het melkveebedrijf. Daar zwaait zijn zoon Thomas nu de scepter. Maar op de vraag wat hij het liefst doet, hoeft hij geen seconde na te denken: ”Melken.”

Om de veertien dagen heeft hij weekenddienst. Dan staat hij in de put. ”Daar moet je als melkveehouder toch het geld verdienen. Voor een melkveehouder is melken het belangrijkste wat je doet. In de put ben ik anderhalf uur lekker ontspannen bezig. Het is het mooiste wat er is – mits er niets mis is met de koeien.”

Het is een bezigheid waar hij als voorzitter van LTO Noord nauwelijks meer aan toe komt. ”Vier dagen in de week werk ik voor de organisatie.”

Hij wil van LTO Noord een belangenbehartiger maken die ergens voor staat. Niet dat hij afstand neemt van zijn voorgangers. ”We hebben in het verleden de bewuste keuze gemaakt om vanuit de regio en landelijk de vakgroepen het voortouw te laten nemen. Daar past geen profilering bij. Daar hebben mijn voorgangers naar gehandeld. Nu veranderen we, omdat regio en sector vanuit de verbinding benaderen. Daar past ook bij dat de belangenorganisatie een opvatting heeft.”

”Je bindt de leden aan je op basis van de visie en de resultaten. Binnen LTO Nederland moet LTO Noord ook meepraten over het beleid. En in lijn met wat Winsemius en Veerman hebben geadviseerd: probeer niet de hele wereld te veranderen, maar richt je op die thema’s die wezenlijk zijn voor de toekomst van de land- en tuinbouw. Ik wil als voorzitter meepraten over de toekomst. Ik ben geen procesmanager, daar hebben we een directeur voor.”

De structuur van LTO Noord gaat op zijn kop. Het betekent vooral dat bestuurders elkaar niet meer elke maand tegenkomen. ”We moeten een belangenorganisatie zijn, geen vergadermachine. En wij moeten met droge ogen tegen onze omgeving kunnen zeggen dat wij de gehele agrarische sector vertegenwoordigen.”

Dat betekent niet dat de sectoren ondersneeuwen, zegt Schenk: ”De sectorale profilering moet blijven. Heel veel zaken worden ook per sector opgelost.”

Hoe de belangenbehartiging georganiseerd is, maakt uiteindelijk niet zo veel uit. ”Dat bepaalt niet of een lid zich wel of niet thuis voelt. Ik wil de leden betrekken bij de discussies. Niet in zalen met vijfhonderd man, maar in kleinere groepen waarin iedereen meepraat. Als ik in zo’n zaal sta, kan ik voorspellen wie er straks opstaat om een vraag te stellen, ik weet welke vraag dat is, en hij weet welk antwoord ik ga geven. Dat is niet de manier waarop we moeten discussiëren. Wij moeten via de afdelingen, sectoravonden en provincies voortdurend in contact staan met de leden. Aan het eind van de dag is voor onze leden maar een ding belangrijk: wat betekent het voor de ondernemer en zijn bedrijf.”

Hij zal het zeker niet iedereen naar de zin kunnen maken. Hij wil oor hebben voor zijn leden, al realiseert hij zich dat sommigen vinden dat hij niet kan luisteren. ”Ik heb soms te weinig oog voor de mensen die niets zeggen. Non-verbale communicatie is niet mijn sterkste kant.” En nu hij toch bezig is minder goede eigenschappen te noemen: ”Mijn vrouw vindt dat ik wel wat meer zou mogen opruimen, dat ik wat gestructureerder zou moeten zijn.” Zijn vrouw voegt desgevraagd toe: ”Hij is wat slordig, maar ik bewonder zijn grenzeloos optimisme.”

Er zijn leden die vinden dat LTO Noord zich hard had moeten maken voor uitbreiding van de uitrijperiode.”Dan zouden we weer een oplossing voor de korte termijn gezocht hebben, terwijl we het juist over de lange termijn moeten hebben. Tussen nu en een paar jaar zullen we het probleem van het mestoverschot moeten oplossen. Als we elk jaar weer uitzonderingen willen, dan komt de grote oplossing er nooit. We moeten ervoor zorgen dat de kustmest uiteindelijk wordt vervangen door dierlijke mest. De rol van LTO Noord is te zorgen dat dat mogelijk wordt, anders sloopt dit probleem de varkenshouderij.”

Duurzaamheid, goed ondernemerschap, investeren in onderzoek en onderwijs, ruimtelijk beleid en internationaal landbouwbeleid zijn de kernthema’s waar LTO Noord in het verlengde van LTO Nederland zich op richt. ”Onze ondernemers zijn gefocust op zo efficiënt mogelijk produceren tegen een zo laag mogelijke prijs. Maar er zijn andere elementen van belang. Ondernemers moeten nadenken over wat ze produceren, voor wie ze dat produceren en of er wel een markt voor is. Zorg ervoor dat de winkel open blijft.”

Op de vraag hoe de ondernemer Schenk dat zelf deed, antwoordt hij dat te hebben uitbesteed aan zijn zuivelcoöperatie. ”Niet elke melkveehouder kan dat voor zichzelf regelen.Maar je moet er wel over nadenken, zoals de zuivelcoöperaties ook moeten nadenken over hoe ze kunnen innoveren en hoe ze onderscheidend kunnen zijn. Agrarisch ondernemers kunnen niet onderscheidend zijn als ze alleen maar produceren voor de grondstoffenmarkt. Wij vinden dat we het op het gebied van duurzaamheid beter doen dan anderen, dan moeten we dat ook vermarkten en zichtbaar maken aan de consument.”

De verbinding met de consument – of liever nog, met de directe omgeving - is van groot belang. ”LTO Noord kan via de belangenbehartiging zorgen dat er ruimte is in gemeentelijke en provinciale plannen om te ondernemen. Maar ondernemers moeten zich afvragen of ze winst boeken als ze alleen op basis van juridische procedures een vergunning hebben weten af te dwingen. Misschien win je op korte termijn, maar zeker niet op lange termijn.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.