Home

Achtergrond 925 x bekeken

Saamhorigheid en humor

De tien kinderen van Dorus de Wit (1872) en Anna van Wijk (1878) zijn allemaal boer of boerin geworden. De boerderij waar het allemaal begon, Transweik in Oudenrijn, bestaat niet meer. Ook het dorp is verdwenen. Kleindochter Corrie de Wit dook in de familiegeschiedenis en schreef een boek.

Op 8 november 1901, de dag van zijn 29e verjaardag, betrekt Dorus de Wit met zijn vrouw Anna van Wijk (23) de boerderij van zijn vader in Oudenrijn, toen een dorp met zeshonderd inwoners aan de westkant van de stad Utrecht. Op de toegangspalen staat de naam van de boerderij: Transweik. Een statige, hoge boerderij met pannen op het dak van het voorhuis, riet op het achterhuis.

Dorus de Wit heeft een tamelijk groot bedrijf voor die tijd. Bijna veertig koeien, een paar varkens, 5 hectare appels en peren, wat akkers met tarwe, voerderbieten en aardappels. Hij is boer in hart en nieren. De katholieke De Wit heeft liever dat zijn kinderen boer worden dan priester. Die wens komt uit, zijn zeven zonen worden inderdaad boer. Zo koopt hij voor zijn twee jongste zonen de boerderij van zijn buurman. De boerderij van je buurman is immers maar een keer te koop.
De dochters leren van hun moeder om kaas te maken. Daarmee vergroten zij hun kans op de huwelijksmarkt. Het drietal trouwt met agrariërs uit de buurt. Kortom, alle tien kinderen treden in de voetsporen van hun ouders. Ook in die tijd was dat uniek.

Boerderij Transweik bestaat niet meer, het dorp Oudenrijn is verdwenen. Er rest slechts een verkeersknooppunt dat naar het dorp is vernoemd. Het land is bedolven onder woonwijken en verkeerswegen. Ook de boerencultuur uit die tijd raakt in de vergetelheid. Dat laatste is precies wat Corrie de Wit – kleindochter van Dorus en Anna – wil voorkomen. Haar boek ’Transweik, toen werden alle kinderen nog boer’ is een ode aan haar eigen familie, maar zeker ook aan de cultuur van samenleven en -werken op agrarische gezinsbedrijven in de 20e eeuw.

De antropoloog De Wit (60) uit Nijmegen is opgegroeid in Bunnik, op de boerderij van een van de zonen (haar vader) van grootvader Dorus. Zij denkt met warme gevoelens terug aan haar jeugd. Appels plukken, koeien melken, hengelen, met vriendinnen spelen op de hooizolder. Vrijheid en verantwoordelijkheid gingen hand in hand. ”Dat leven, veel en hard werken, maar ook de tijd nemen om plezier te maken, ik heb het allemaal nog net meegemaakt. Ik vind het belangrijk dat die plattelandscultuur wordt vastgelegd voor het nageslacht.”

Het boek van De Wit is niet alleen een familiekroniek. De schrijfster belicht ook de gevolgen van de economische crisis in de jaren 30 voor de landbouw, zij duikt in het landbouwbeleid en beschrijft de snelle mechanisering in de bedrijfstak. Dit alles met een link naar de bedrijven van de boeren in de familie De Wit.

Nee, de familie De Wit loopt bepaald niet voorop als er trekkers en melkmachines op de markt verschijnen. De volgende generatie – de kleinzonen en –dochters van Dorus en Anna – maakt een inhaalslag. Zij boeren onder meer in Friesland, Flevoland en de Verenigde Staten.

De familieleden steunen elkaar door dik en dun, zegt De Wit. Dat bleek onder meer rond de gedwongen verkoop van boerderij Transweik in de jaren 50 aan gemeente Utrecht. ”Bij zo’n gebeurtenis bepaalt de familie gezamenlijk een slimme strategie. Broers en zussen komen bij elkaar om de vraagprijs vast te stellen voor de boerderij en de grond. In deze familie staat niemand er alleen voor, zeker vroeger niet. Bij elkaar werd geld geleend, een bruiloft gezamenlijk gefinancierd.”

De kinderen van Dorus en Anna zijn net als hun ouders actief in de katholieke boerenbond, kerk en gemeentebestuur. De Wit: ”Het gevoel van saamhorigheid krijgt ook buiten de familiekring vorm. Dat geldt in de eerste helft van de 20e eeuw voor meer boeren en tuinders. Zonder de vergaderboeren van toen, had de Rabobank niet bestaan. Door hun maatschappelijke betrokkenheid zijn standsorganisaties en landbouwcoöperaties in Nederland toonaangevend in de wereld geworden.”

De Wit wist het eigenlijk al, de eerdere generaties De Wit zijn niet zwaar op de hand. ”In deze familie wordt gerelativeerd, gelachen en gedanst. Dat zware van de protestanten – lees de boeken van Geert Mak! – is niet aan ons besteed. Op bruiloften en partijen wordt gedronken, er ontstaan nieuwe relaties. En dan opeens, in het begin van de nacht, is het feest afgelopen, want in de vroege morgen moet er weer gemolken worden. Dat dan weer wel.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.