Home

Achtergrond 1544 x bekeken 1 reactie

Op zoek naar het alternatief voor antibiotica

Dat resistente bacteriën zijn overgestapt van de veehouderij naar de mens, is duidelijk. Dat antibiotica daarmee te maken hebben ook. Het antibioticagebruik in de veehouderij moet omlaag en daarbij wordt gezocht naar alternatieven. Maar wondermiddelen en goede alternatieven zijn er nog niet.

De zoektocht naar alternatieven voor antibiotica in de veehouderij is al lang gaande. Maar de urgentie is de afgelopen jaren hard toegenomen. Zowel vanuit de humane gezondheidszorg als vanuit de veterinaire hoek is de roep om andere middelen sterk.

De relaties tussen antibioticagebruik en de optredende resistentie bij bacteriën worden steeds sterker en talrijker. Het staat inmiddels wel vast dat resistente bacteriën de overstap van de veehouderij naar de mens hebben gemaakt.Er zijn alternatieven, maar er is zeker geen middel op de markt met dezelfde werking als antibiotica. ”Het alternatief is keihard werken voor iedereen op het boerenerf”, concludeert Annemarie Dirkzwager, dierspecialist varken van het veevoedingsbedijf Trouw Nutrition Nederland.

Dirkzwager was onlangs een van de sprekers op een symposium van een studiegroep dierenartsen van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMVD), een groep die is voortgekomen uit de contactgroep Veterinaire Homeopathie.

Dat het gebruik van antibiotica drastisch omlaag moet, is al lang geen punt van discussie meer. Ook al weet niet iedereen waar het besluit op stoelt dat het verbruik met de helft moet verminderen. ”Dat is pure natte-vingerwerk”, zegt emeritus hoogleraar veterinarie pathologie Erik Gruys. ”Die 50 procent is nergens op gebaseerd. Er is geen berekening aan te pas gekomen.”
Maar de zoektocht naar alternatieven levert niet een middel op dat eenvoudig in plaats kan komen van antibiotica. ”We missen het wondermiddel en zijn op zoek naar iets wat het kan vervangen”, zegt Dirkzwager. Maar er is geen vervangend wondermiddel.

Tijdens het symposium passeren verschillende middelen de revue: organische zuren, homeopathie, kruiden, enzymen en bacteriën, het aanbieden van ruwvoer in de pluimveehouderij, of de toepassing van polyfenolen. Niet elk middel is even veelbelovend en een aantal sprekers benadrukt dat het verstandig is om altijd nog antibiotica achter de hand te houden, voor als het echt nodig is.
Dirkzwager: ”Voor de vermindering van het antibioticagebruik is het nodig de problemen niet uit de hand te laten lopen. Je bent te laat als alleen antibioticum nog helpt.”

Goede huisvestiging, goed klimaat, schoon drinkwater en goed voer vormen de basis voor de beheersing van problemen. Toevoegingen aan het voer kunnen helpen de dieren gezond te houden, de infectiedruk te verlagen en de weerstand te verhogen. Een groepsbehandeling met antibiotica is gemakkelijker, realiseert Dirkzwager zich. Veehouder, dierenarts en voerleverancier moeten samen tot een goed plan komen, zegt Dirkzwager. ”Er is overtuigingskracht nodig om de veehouder te laten veranderen.”

Er is echter meer nodig dan alleen gedragsverandering. De Vlaamse dierenarts Sam de Snoeck zegt dat er in de techniek nog veel te verbeteren is. ”Ik kom in veel nieuwe stallen waar zelfs na een jaar nog steeds aan het klimaat moet worden gewerkt”, zegt De Snoeck, mede-eigenaar is van de parktijk Lintjeshof in Nederweert en al meer dan twee decennia als varkensdierenarts werkzaam. ”De ideale stal qua klimaat is nog niet uitgevonden.”

Hoewel De Snoeck ervan overtuigd is dat de infectiedruk en het antibioticagebruik in de veehouderij omlaag kunnen, denkt hij dat de strijd tegen ziekmakende bacteriën uiteindelijk niet kan zonder antibiotica. ”Een antibiotica-vrije veehouderij is een utopie. Antibiotica-arm is het streven.”

Een van de alternatieve middelen die De Snoeck toepast bij bedrijven in zijn praktijk is Daafit, een middel dat wordt toegevoegd aan het voer en dat is gebaseerd op organische zuren, die een remmende werking hebben op de ontwikkeling van stafylokokken en streptokokken. Het middel is getest op dertig bedrijven die vergeleken werden met soortgelijke varkensbedrijven, die het middel niet gebruikten. Bedrijven die het middel gebruikten hadden minder antibiotica nodig, zo bleek na analyse van de gegevens. Ook bedrijven die al op een laag antibioticaverbruik zaten voordat ze het middel gingen gebruiken, bleken in staat de hoeveelheid nog te verlagen, zo blijkt uit de gegevens van De Snoeck.

Maar, zegt dierenarts Kristof van Hoye uit België, met uitsluitend voeradditieven wordt niet het maximale effect bereikt. Van Hoye brengt Panazym op de markt (in Nederland vermarkt onder de naam Enzytrine), een schoonmaakmiddel op basis van enzymen, dat helpt de bacteriedruk in de stal terug te dringen.

Van Hoye legt uit dat in stallen op tal van plekken slijmlaagjes ontstaan, waarin bacteriën zich kiplekker voelen. Het zijn de bacteriën zelf die de biofilms produceren om een goed klimaat voor zichzelf te creëren en ook om bescherming te bieden tegen gevaren van buitenaf.
De biofilms kunnen een hardnekkig probleem zijn, vertelt Van Hoye. Ze kunnen een laagje vormen in de waterleidingen, en op wanden en vloeren. ”Als een varkenshouder de stal grondig reinigt en er blijft één bacterie over, dan kan de stal er na vijf dagen weer helemaal onder zitten”, zegt Van Hoye.

Zijn systeem breekt als het ware de schadelijke bacterielaag af en zet daarvoor in de plaats onschadelijke bacteriën, die zorgen voor een nieuw evenwicht. Het is een soort stoelendans, waarbij de ’goede’ bacteriën een steuntje in de rug krijgen. Van Hoye benadrukt dat het niet gaat om één product, maar om een combinatie van verschillende reinigingsproducten, voerberbetering en aanpassing van het management.

Van Hoye kan mooie – maar voorlopige – cijfers laten zien van een proef op een kalkoenbedrijf. Na toepassing van zijn product liep het antibioticaverbruik bij de vrouwelijke dieren terug naar nul. ”Daarmee hebben we in elk geval één keer bewezen dat kan, waarvan iedereen dacht dat het onmogelijk was: kalkoenen afleveren zonder antibiotica-toediening.”

De dierenarts houdt nog een paar slagen om de arm, omdat de cijfers betrekking hebben op de eerste ronde en dan alleen nog bij de vrouwelijke dieren. ”Bij de mannelijke dieren zien we ook veel minder antibioticagebruik, maar daar is er toch nog wel sprake van enig gebruik. Het is ook een illusie te denken dat je helemaal zonder antibiotica kunt. En we moeten zeker drie rondes voltooien om met zekerheid te kunnen zeggen dat het goed werkt. In de varkenshouderij en de pluimveehouderij is dat al wel bewezen.”

Andere veelbelovende cijfers van het kalkoenbedrijf: de uitval liep terug van 6 naar 1,5 procent. De vleesopbrengst bij de slacht was 10.000 kilo (1 kilo per dier) hoger en de mestproductie was lager. De kosten van de toepassing van zijn product: 12.000 euro. De bespaarde kosten van diergeneesmiddelen (vooral antibiotica): 18.000 euro.

Het lijkt een beetje op het succesverhaal van De Snoeck. Hetty van Beers van de Utrechtse universitaire landbouwhuisdierenpraktijk (en de werkgroep antibioticaresistentie) plaatst tijdens het symposium direct kanttekeningen bij de toepassing van dergelijke middelen: ”Zitten we over vijf jaar niet opnieuw hier bij elkaar, om dan te praten over de resistentie tegen deze middelen?”

Buis Ebbinge, diervoedingsdeskundige en eigenaar van het bedrijf Daavision dat een veevoeradditief op de markt brengt als alternatief voor antibiotica, vindt het een lastige vraag. ”Er zijn geluiden dat bacteriën zich aanpassen”, zegt hij met gevoel voor understatement.
Ebbinge denkt dat resistentievorming voorkomen kan worden door te werken met cocktails van verschillende producten. Kristof van Hoye draait er minder omheen: ”Het principe van resistentievorming blijft gelden. Al moet ik nog zien dat een bacterie in staat is zich te wapenen tegen onze concepten.”

Homeopathie als alternatief?
Emeritus hoogleraar veterinaire pathologie Erik Gruys zegt dat van homeopathie in de diergeneeskunde wetenschappelijk niet veel te verwachten is. Hij denkt dat er veel meer winst te halen door goed onderzoek te doen naar de ziekteverwekkers. Er wordt volgens hem nog te vaak een diergeneesmiddel voorgeschreven op basis van een waarschijnlijkheidsdiagnose. Hij noemt het de ’baat-het-niet-schaadt-het-niet-gedachte’. Bij antibiotica ligt daar juist een probleem. Die kunnen juist wel schaden, zeker als ze ten onrechte worden voorgeschreven.

Toch is er wetenschappelijk onderzoek dat de werking van een homeopatisch middel tegen Escherichia coli diarree bij biggen aantoont. Zeugen werden met het middel (Coli 30K) behandeld, of met een placebo dat op dezelfde manier was bereid. Biggen van zeugen die met het placebo waren behandeld, bleken veel vaker diarree te krijgen. Waarom het middel werkt is onduidelijk, maar dat het werkt lijkt duidelijk uit het onderzoek naar voren te komen, zo laten onderzoekers Irene Camerlink en Liesbeth Ellinger zien.

Toch wil ook Ellinger geen brede conclusies trekken. Het onderzoek toont aan dat het middel werkte op dat ene bedrijf. Maar dat wil niet zeggen dat het op een andere plek ook werkt, zegt ze. Je moet een paar homeopathische middelen uitproberen, om te weten welk middel ook daadwerkelijk werkt.
Erik Gruys: ”Ik baseer me liever op wetenschappelijk en statistiek verantwoord. Ik heb het moeilijk met deze dingen.”

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Ook zonder wettelijke maatregelen m.b.t. het terug dringen van antibiotica gebruik, zou de veehouderij op zoek moeten naar alternatieven. Resistente bacterieën zijn immers niet te betrijden met antibiotia. Misschien moeten we het zoeken in sterkere dieren en beter uitgebalanceerd voer?

Of registreer je om te kunnen reageren.