Home

Achtergrond 574 x bekeken

Nieuwe kansen voor afzet pluimveemest onderzocht

Kippenmest bevat relatief meer fosfaat dan stikstof waardoor het niet altijd makkelijk past in een bemestingsplan van een akkerbouwer. Afzet van pluimveemest bij melkveehouders kan het probleem verlichten.

Het grootste deel van de pluimveemest gaat naar de teelt van akker- en tuinbouwgewassen. “Maar door de relatief hoge gehalten aan fosfaat kunnen telers in Nederland beperkt gebruik maken van deze mest. En de normen worden vanaf volgend jaar nog strenger” zegt Wytze Nauta van het Louis Bolk Instituut.

Vanaf 2013 wordt de aanvoer van fosfaat per hectare uit dierlijke mest beperkt tot 55 kilogram per hectare, dat is nu 85 kilogram. Voor biologische pluimveemest is er een ander lastig punt: het moet binnen de biologische sector worden afgezet. “In combinatie met de strengere normen kan dat lastig worden in de toekomst” zegt Nauta. Het Louis Bolk Instituut onderzocht daarom de mogelijkheden voor verbetering van de afzet van pluimveemest in de biologische productieketen.

Basis hiervoor vormde het project ‘Kippenmest en Kringloop’ dat onlangs is afgerond. Een van de conclusies die uit dit project naar vore kwam is dat er nog veel mogelijkheden liggen om kippenmest af te zetten op melkveebedrijven. Volgens Nauta heeft het voor melkveehouders veel voordelen. Het kan bijvoorbeeld bovengronds worden uitgereden omdat het vrij droog is (rond de 60 tot 70 procent droge stof). Voor veel melkveehouders kan de mest als reparatie- en onderhoudsbemesting worden aangevoerd.

Een gemiddeld melkveebedrijf in Nederland heeft 60 hectare land en 58 melkkoeien met 30 procent jongvee. Met deze relatief lage veebezetting heeft een bedrijf al snel een tekort van 7 kilogram fosfaat per hectare per jaar. “Dat zou betekenen dat er ieder jaar 17 ton pluimveemest met gemiddeld 25 kilogram fosfaat per ton aangevoerd zou kunnen worden” legt Nauta uit.

Als een melkveebedrijf wat intensiever is en op basis van de algemene mestwetgeving geen mestplaatsing heeft voor de aanvoer van stikstof uit pluimveemest, is deze reparatiebemesting met pluimveemest niet mogelijk. Wellicht kan er dan runderdrijfmest worden afgevoerd naar biologische akkerbouwers. Nauta: “Daar zitten wel wat mogelijkheden voor de toekomst, alhoewel veel melkveehouders liever de mestkringloop op het eigen bedrijf houden”.

Op het moment groeit de biologische pluimveesector hard waardoor de afzet van biologische pluimveemest kan stagneren. “Gelukkig groeit het aantal biologische akkerbouw- en melkveebedrijven ook. Hierdoor worden de kansen voor afzet van pluimveemest ook weer groter” volgens Nauta.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.