Home

Achtergrond 1102 x bekeken

’Nieuw landgoed: maatwerk graag’

Er zijn veel initiatieven voor nieuwe landgoederen. Toch halen die lang niet alle de eindstreep. Soms is de gekozen locatie niet geschikt, maar veel enthousiasme loopt ook stuk op lokale of provinciale regelgeving. Meer soepelheid en ruimte voor maatwerk is gewenst, betoogt landschapsarchitect Floris Bouwman.

Landgoederenspecialist en landschapsarchitect Floris Bouwman is eigenaar van B4o, bureau voor landschapsarchitectuur, stedenbouw en recreatieontwikkeling. Bouwman is gespecialiseerd in de ontwikkeling van nieuwe landgoederen en is onder meer initiatiefnemer van de websites Nieuw Landgoed.nl en www.Landgoederen.net.

Hij legt uit dat bij nieuwe landgoederen onderscheid moet worden gemaakt tussen de landgoederen die onder de Natuurschoonwet worden gerealiseerd – waarbij de grond in agrarisch gebruik mag blijven, mits tenminste 30 procent van het terrein van minimaal 5 hectare wordt omgevormd tot natuur en/of houtopstanden – en de zogenoemde nieuwe planologische landgoederen. Die zijn vergelijkbaar met de bestaande ’oude’ landgoederen en waarbij ook een of meer ’gebouwen van allure’ dienen te verrijzen.

Het beleid voor nieuwe landgoederen stamt uit medio jaren 90, toen in Nederland een tekort aan bos werd geconstateerd. Voor particulieren ontstond de mogelijkheid om de aanleg van bos (en tegenwoordig ook andere natuur) te ondersteunen en daarvoor ook gecompenseerd te worden, doceert Bouwman.

De afgelopen jaren zijn er enige tientallen van deze nieuwe planologische landgoederen verrezen in Nederland. Hoeveel planologische nieuwe landgoederen Nederland nu exact telt, is niet geregistreerd, maar alleen in de provincie Gelderland zijn de afgelopen jaren circa twintig plannen goedgekeurd. Hiervan zijn er nu twaalf uitgevoerd. Nieuwe landgoederen maken opgang, bevestigt Bouwman. ”Ze zijn de laatste jaren vooral een middel geworden om de Ecologische Hoofdstructuur te versterken.”

Bouwman ziet drie categorieën initiatiefnemers. Allereerst zijn er boeren. Vaak stoppers zonder opvolger die zich sterk verbonden voelen met hun grond en tegelijkertijd de ontwikkeling van het landgoed – met bouwkavel – zien als mogelijkheid om de sanering van het bedrijf te bekostigen.
Maar er zijn ook actieve agrarische ondernemers die een, soms minder rendabel, deel van het bedrijf willen omvormen tot nieuw landgoed.

Een tweede categorie landgoedstichters is de vermogende particulier die graag een blijvend stuk natuur wil achterlaten voor de komende generaties, al dan niet met meerdere wooneenheden.
Ten derde is er nog de groep van organisaties, stichtingen en projectontwikkelaars die een zorglandgoed beginnen. Bijvoorbeeld voor een instituut voor jeugdzorg of opvang van psychiatrische patiënten.

”Op zich is de ontwikkeling van nieuwe landgoederen iets dat de overheid heel goed past”, aldus Bouwman. De budgetten van het rijk voor natuurontwikkeling staan vanwege de bezuinigingen namelijk steeds meer onder druk. De overheid is dan ook blij met alle particuliere initiatieven. ”Maar in de praktijk lopen projecten vaak stuk. Enerzijds omdat de gekozen locatie niet altijd geschikt is voor een nieuw planologisch landgoed. Maar ook omdat mensen vastlopen in de lokale regelgeving, of omdat een lokale overheid te weinig kennis heeft van het onderwerp, of te weinig lef toont om zich hiervoor hard te maken. Men zou meer maatwerk moeten toepassen.”

Elke provincie heeft zijn eigen richtlijnen voor nieuwe planologische landgoederen. Veelal geldt er een minimumoppervlakte van 5 of 10 hectare en behoort er ’bebouwing van allure’ op te komen. Maar potentiële landgoedontwikkelaars krijgen vervolgens te maken met individuele eisen en regels van de gemeente, aldus Bouwman, die landelijk tien nieuwe landgoedprojecten begeleidt. ”Dan zegt de gemeente bijvoorbeeld: we willen geen 5, maar minimaal 10 hectare. Of iemand heeft een plan voor vier kleinere bouwkavels, terwijl de gemeente vasthoudt aan twee grote.”

Bouwman zou graag zien dat de lokale overheden hier soepeler mee om zouden gaan. Immers: als de particuliere ontwikkelaar het landgoed straks goed kan exploiteren, kan hij ook meer in de natuurontwikkeling investeren. ”Belangrijke voorwaarde is natuurlijk wel dat de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijft.”

Bij de ontwikkeling van planologische landgoederen is de riante bouwkavel uiteindelijk de belangrijkste compensatie voor de investeerders, aldus de landschapsarchitect. Bouwman: ”Ze moeten al behoorlijk in de buidel tasten voor het doorlopen van de bestemmingsplanprocedure, de natuurontwikkeling, de inrichting van het gebied en het ontwikkelen van de bouwkavel.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.