Home

Achtergrond 295 x bekeken

'NMA is bureaucratisch monster'

Voor veel bedrijven in Nederland is onduidelijk wat wel en niet mag op gebied van mededinging. Volgens Bernd van der Meulen, die onderzoek doet naar mededinging, betreft die onduidelijkheid vooral de definitie van een markt. LTO-voorzitter Albert Jan Maat omschrijft de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMA) als een bureaucratisch monster dat op de schop moet.

In de praktijk staat de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMA) veel meer toe dan bedrijven vaak denken. Het probleem is dat voor veel bedrijven onduidelijkheid bestaat over wat nu exact wel en wat niet mag, aldus Bernd van der Meulen, hoogleraar recht en bestuur aan de WUR. ”Sinds de inwerkingtreding van de Mededingingswet in 1998 tot nu, ben ik maar vier gevallen tegengekomen waarbij de NMA bij samenwerkingsinitiatieven ten behoeve van duurzaamheid op de rem is gaan staan. Slechts in één geval stond de NMA het hele initiatief niet toe. In de overige gevallen stond de NMA de belangrijkste onderdelen wel toe.”

Het enige geval waarin de NMA dwars ging liggen, was het zogeheten melkdubbeltje. De prijs van melk werd in 2001 door supermarkten met 10 cent verhoogd om boeren te steunen vanwege de uitbraak van mond- en klauwzeerepidemie. Het melkdubbeltje leverde per week circa een miljoen gulden op. ”De NMA oordeelde dat boeren helpen zelf niet illegaal is, maar wel de afspraak tussen partijen die normaal concurreren de kosten integraal door te berekenen aan de consument. De consument had hierdoor volgens de NMA geen keuze. Keuze voor de consument staat in het mededingingsrecht centraal. De consument wordt gezien als zwakste schakel, de schakel die beschermd moet worden.”

Het Nederlandse mededingingsrecht is gebaseerd op het Europese. Nederland heeft volgens Van der Meulen binnenlands van het recht van de Brusselse kartelwetgeving af te wijken. ”In de praktijk doen lidstaten dat niet. Veel bedrijven opereren internationaal en je wilt niet dat een samenwerking, fusie of overname wordt getoetst aan verschillende maatstaven.”

Het idee van mededingingswetgeving, is het creëren van een open en eerlijke markt. Marktwerking is volgens de economische theorie gewenst omdat alleen bij voldoende concurrentie de consument beschermt wordt tegen partijen die eenzijdig prijzen kunnen verhogen. Hoewel de consument inderdaad zwak staat, is de focus op hem volgens Van der Meulen eenzijdig. ”Het doet niet per se recht aan de verschillende posities van schakels in een keten. De concentratiegraad of machtsverdeling verschilt in de voedingskolom tussen schakels nogal. De primaire producent kan in veel relaties bijvoorbeeld de zwakste schakel zijn.”

De onduidelijkheid over wat wel en niet mag, kan niet zomaar worden weggenomen, aldus Van der Meulen. ”De overheid kan in de communicatie wel wat betekenen, maar veel onduidelijkheid betreft nu juist de definitie van een markt. Wordt gekeken naar een positie op de regionale, landelijke of internationale markt? Deze vraag kan niet bij voorbaat worden beantwoord en moet van geval tot geval worden geanalyseerd.”

Soms, geeft Van der Meulen toe, zijn de wegen van de toezichthouder ondoorgrondelijk. Toen Friesland Foods en Campina fuseerden moest niet alleen een deel van de dagverse melkactiviteiten worden afgestoten, maar ook een deel van de kaasactiviteiten. Per definitie is de kaasmarkt juist internationaal, beargumenteerde de agrarische belangenorganisatie LTO destijds.

Volgens professor Gert van Dijk van Nyenrode Business School is het stimuleren van meer samenwerking tussen telers nu juist noodzakelijk. De tienduizenden familiebedrijven dragen een fors deel van de lasten die maatschappelijk verantwoord ondernemen met zich meeneemt, zoals het verbeteren van dierenwelzijn, een vitaal platteland en de milieubalans. ”In het mededingingsrecht zou daarom een onderscheid moeten worden gemaakt tussen de landbouw en andere economische sectoren.” Van Dijk voegt er aan toe dat supermarkten, vaak het mikpunt van agrarische kritiek, niet in alle relaties de bovenliggende partij zijn. ”Soms oefenen ook voedingsconcerns juist macht uit over hen.”

De voorzitter van LTO Nederland, Albert Jan Maat, vindt dat in Nederland de NMA direct door het ministerie van ELI zou moeten worden aangestuurd. Nu kent de NMA wel twee bestuursleden vanuit het ministerie, maar wordt het te veel door pure wetskenners uitgevoerd. Naar politieke wenselijkheid van samenwerkingen wordt niet gekeken.

”Het mededingingsrecht is niet de belangrijkste reden dat het met delen van de land- en tuinbouw slecht gaat”, aldus Maat, die benadrukt dat de sector moet voorkomen dat het zielig gevonden wordt. ”Maar het rigide beleid is in de praktijk wel een beperkende factor.”

Maat beschrijft de NMA onomwonden als ’een bureaucratisch monster’. ”Ter vergelijk: er werken bij de Nederlandse NMA 350 mensen. België kent veel overheden, maar slechts één mededingingsautoriteit, en deze telt slechts 24 werknemers. De organisatie gedraagt zich in de praktijk bemoeizuchtig en is zelfvoldaan geworden dat het faciliterende taken van zich werpt.” Bij de bundeling in de komkommer- en paprikasector is door tuinders advies gevraagd van de NMA. Men kreeg nul op het rekest. ”De NMA keurt liever de waar achteraf, waarmee voor bedrijven het mededingingsrecht een beetje lijkt op een kansspel.”

Het is volgens Maat voor een handelsland als Nederland extra belangrijk dat in Europa om te beginnen een gelijk speelveld moet komen. ”In België was men bijvoorbeeld tijdens de dioxinecrisis in Duitsland mededingingstechnisch in staat binnen 24 uur een toelage te betalen. Ik zeg niet dat het per se beter is elders, maar het zou in elk geval gelijk moeten zijn.”

Volgens Maat zijn ook zijn collega’s agrarische organisaties in tenminste Groot-Brittannië en Duitsland en de brancheorganisatie voor voedingsconcerns FNLI hiervan doordrongen. Binnen het ministerie van ELI spreekt Maat volgens eigen zeggen ook niet tegen een muur. De pijlen worden nu gericht op maatschappelijke organisaties zoals de Consumentenbond en de Dierenbescherming. ”Onze streefdatum is het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid. Dan, in 2013, moet de mededingingsstructuur in Europa maar eens op de schop.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.