Home

Achtergrond 520 x bekeken

Lemken: meesters in kwaliteitsstaal

De Duitse machinefabrikant Lemken bouwde, gericht op de lange termijn en met staal van hoge kwaliteit, een imperium op in cultivatoren, ploegen en schijfeggen. Gezien de focus op kwaliteit heeft de Duitse machinebouwer niets te vrezen van de Chinezen, aldus topman Franz-Georg von Busse.

Lemken is de echte economie. Gloeiend heet ijzer wordt met ferme hand gehanteerd en gelast, gesoldeerd, geklonken en gebogen tot onder meer ploegen, zaaimachines en eggen. Lemken is in 1780 als smederij opgericht in Xanten, vlak over de grens bij Nijmegen. De familie is nog altijd eigenaar van het bedrijf. Imiddels is het gevestigd in het naburige Alpen. In 2010 realiseerde Lemken hier met 1000 FTE (waarvan 858 vaste krachten) een omzet van 203 miljoen euro.

’Gründlich Deutsch’ als Lemken mag zijn, wordt toch bijna tweederde van de omzet buiten Duitsland gerealiseerd. De prominente positie van Lemken op markten als Rusland en Wit-Rusland maakt het bedrijf enigszins kwetsbaar. De omzet is in 2009 en 2010 hard gedaald door het ineenstorten van de Russische markt. In 2008, het beste jaar voor Lemken ooit, bedroeg de omzet 257 miljoen euro. Voor dit jaar rekent bestuursvoorzitter Franz-Georg von Busse op 240 miljoen.

Het imago van Lemken is sterk. Volgens de DLG Image-Barometer 2010 vindt Lemken alleen Fendt, Claas en John Deere vóór zich in de categorie werktuigen. ”Lemken richt zich op de markt voor hoogwaardige machines en niet zozeer op de laagste prijs. Onze overtuiging is dat alleen met meer toegevoegde waarde je de concurrentie op lange termijn voor kunt blijven.”

Dat betekent dat Lemken behoefte heeft aan mensen met voldoende kennis en vaardigheden. Anders dan in veel andere industriëën is gebeurd, zij het slechts in mindere mate met Duitse bedrijven, houdt Lemken de productiebasis in Duitsland. ”Ik ben ervan overtuigd dat landen met lage lonen per saldo geen geschikter personeel hebben dan in Duitsland.”

Lemken heeft in Duitsland een marktaandeel van 50 procent op de markt voor cultivators, en een marktaandeel van 49 procent bij de afzet van compacte schijf-eggen. Het bedrijf kende echter zijn oorsprong in de vervaardiging van ploegen, een markt waarop het met een marktaandeel van 42 procent ook nu sterk is vertegenwoordigd.

Europees liggen de cijfers voor cultivatoren en compacte schijfeggen vrijwel gelijk en realiseert Lemken in de verkoop van ploegen een marktaandeel van bijna 23 procent.

Von Busse denkt dat de marktaandelen van Lemken voor Nederland nog hoger liggen dan in Duitsland. ”Om eerlijk te zijn: Lemken beschouwt Nederland net als Duitsland als een thuismarkt.”
De totale omzet van Lemken op de Nederlandse markt bedraagt slechts 4,1 miljoen euro. Daarmee is de Nederlandse markt minder belangrijk dan de Franse (25 miljoen euro), Wit-Rusland en Rusland (ieder circa 20 miljoen euro). Door de koersval de van de Wit-Russische munt dreigt deze markt dit jaar goeddeels weg te vallen.

Volgens Von Busse moet het belang van de Nederlandse boer voor de machinebouw niet onderschat worden. ”Nederlandse boeren zijn de meest veeleisende boeren van Europa en mogelijk van de wereld. Ze kopen het beste. Door de natuurlijke beperkingen van een klein land met veel inwoners zijn Nederlandse boeren gewend het maximale uit hun grond te halen.”

Zolang Lemken innovatief blijft, zal Duitsland productiebasis blijven, aldus Von Busse. ”Dat past ook bij een familiebedrijf dat focust op de langere termijn; anders dan een bedrijf dat geleid wordt door winst op de korte termijn.” Het personeel wordt bijna on-Duits aangestuurd. ”De organisatie is zo plat mogelijk. Personeel is opgedeeld in kleine werkgroepen die elkaar scherp houden.”

Van dag tot dag wordt iedereen, van manager tot productiepersoneel, op de hoogte gehouden van de order-inname en omzetramingen. Personeel krijgt jaarlijks de kans geld in het bedrijf in te brengen, tot 1500 euro. Worden de (doorgaans conservatieve) doelstellingen gehaald, dan krijgt men het geld terug. Wordt beter gepresteerd, dan komt er nog een bonus bovenop.

Als de doelstellingen niet worden gehaald, wordt het ingebrachte geld gebruikt om personeel vast te houden. Zo kan het dat zelfs in de mindere jaren 2009 en 2010 het (vaste) personeelsbestand op 860 FTE kon blijven.

Wel worden producten noodzakelijkerwijs geassembleerd in Rusland en India, en straks in China. Deze landen kennen wetgeving die het onmogelijk maakt complete landbouwmachines in te voeren. Lemken is wel voorzichtig bij het verspreiden van informatie. In Rusland zijn al kopieën verschenen en ook in China is kopieergedrag in het verleden voor bedrijven een probleem gebleken.
”Het is natuurlijk niet de vraag of, maar wanneer Chinese bedrijven ook landbouwwerktuigen maken die hier kunnen worden afgezet. Als het echter op kwalitatief hoogwaardige producten aankomt, denk ik dat Europa de standaard blijft zetten. De vorige Chinezen, de Japanners, bouwen bijvoorbeeld goede auto’s en elektronica, maar kopen nog steeds Lemken.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.