Home

Achtergrond 942 x bekeken

Komende jaren neemt vraag naar loonwerk toe

In de toekomst zullen boeren meer en meer loonwerkers inzetten. Gemeentes daarentegen bezuinigen steeds vaker op wegenbouw en landschap. Wat betekent dit voor de Cumela-bedrijven die werkzaam zijn in deze sectoren?

Cumela Nederland, de brancheorganisatie voor de Cumela-bedrijven viert een feestje. De organisatie van loonwerkers bestaat 75 jaar. Tijd om terug te blikken naar wat is bereikt, maar belangrijker: hoe ziet de toekomst eruit voor de 3.000 leden van Cumela Nederland? Is er nog wel werk voor deze bedrijven die actief zijn in de landbouw, mest, het grondverzet en de infrastuctuur?
”Er is veel veranderd in onze sector, maar opmerkelijk genoeg zien we ook dezelfde problemen terugkomen. Toen we begonnen in 1936 zaten we in een crisis. De afgelopen jaren zitten we opnieuw in een financiele dip”, zegt Jan Maris, algemeen directeur van Cumela Nederland.

Cumela-bedrijven staan erom bekend flexibel en bovenal innovatief te zijn. Vele hebben hun roots in de agrarische sector. Een deel van de ondernemingen heeft zich door verbreding van de bedrijfsactiviteiten ontwikkeld tot aannemers en onderaannemers in de grond, weg en waterbouw.
”We spreken daarom ook niet meer over agrarische loonbedrijven maar sinds een aantal jaren over de Cumela-sector als een soort rompbegrip”, zegt Maris. Innovatie staat hierbij centraal. De jaarlijkse investeringen door de sector in machines, werktuigen en uitrusting bedragen ruim 700 miljoen euro. Een voorbeeld hiervan is de investering in een methode om de stikstof en fosfaatgehaltes in mest te meten (zie kader).

Innovatie is belangrijk maar in de markten waarin Cumela opereert verandert veel. Er liggen kansen en bedreigingen. Kansen zijn vooral te zien in de landbouw. De schaalvergroting op
bedrijven zal leiden tot verdere professionalisering van boerenbedrijven. Cumela Nederland verwacht dat dit soort grote bedrijven het specialistische werk steeds meer gaat uitbesteden.
Sommige melkveebedrijven hebben het al over percelen van elk 50 hectare die gemaaid moeten worden. Veel bedrijven hebben daar niet voldoende materiaal voor in huis, vooral als gemaaid moet worden in een korte tijd. Voor loonwerkers is er voornamelijk meer werk te halen in de middengrote melkveebedrijven, waar de ondernemer in zijn eentje tussen de 700.000 en 1.000.000 kilo melk produceert. Dit betekent tussen de 100 en 130 koeien per bedrijf. Ook met de aanwezigheid van melkrobots zullen deze bedrijven meer tijd kwijt zijn aan bedrijfsadministratie en verzorging van het vee.

Dit soort bedrijven staan daarom positief tegen het meer uitbesteden van mechanisatiewerkzaamheden in plaats van zelf investeren in de machines. Maar doordat de bedrijven groter worden zal er ook om meer capaciteit worden gevraagd. Dat betekent zwaardere machines en dat is voor de komende jaren zeker een aandachtspunt, met name omdat zwaardere machines een grotere impact hebben op de bodem en daarin meer schade zouden kunnen aanrichten.

Akkerbouw

Naast de veehouderij wordt ook in de akkerbouw vaker gekeken naar uitbesteding van werk. In de toekomst zullen de meeste bedrijven naar verwachting tussen de 40 en 200 hectare groot zijn. De kleinste bedrijven zullen nagenoeg alles door de loonwerker laten uitvoeren, maar ook de grotere bedrijven maken vaker de keuze voor de loonwerker.

Tegelijkertijd zullen Cumela-bedrijven steeds meer een gesprekspartner en adviseur zijn voor veehouders en akkerbouwers. Bijvoorbeeld op het gebied van certificering en logistiek. ”Kansen voor Cumela liggen in het meer inspelen op de gewenste ontwikkelingen. Bijvoorbeeld kijken hoe je samen met klanten kunt zorgen voor het onderhoud van het groen in landbouwgebieden”, legt Maris uit.

Bezuinigingen in andere sectoren dan de landbouw hebben een meer negatieve invloed op Cumela-bedrijven. Er gaat minder geld naar wegenbouw, waar Cumela eveneens werkzaam is. Ook wordt er flink bezuinigd bij een van de grotere groenbeheerders: Staatsbosheer, dat 250.000 hectare beheert. Het geld dat hiervoor beschikbaar is zal in de toekomst flink afnemen. De overheid heeft aangegeven dat het budget voor de inrichting van groengebieden van 550 naar 192 miljoen euro wordt teruggeschroefd. Dit heeft grote gevolgen voor Cumela-bedrijven die veel werk uitvoeren voor de inrichting van het landelijk gebied.

Er zit wel verschuiving in de type gebieden die worden onderhouden. Weidevogelgebieden bijvoorbeeld zullen bijvoorbeeld beheerd moeten blijven. Kansen voor Cumela-bedrijven liggen ook bij andere projecten zoals dijkverzwaring en versterking van de kust om Nederland bestand te maken tegen de te verwachten zeespiegelstijging. Vanaf 2020 zal hier door de overheid één miljard euro per jaar voor worden vrijgemaakt. Een van de grote projecten die op stapel staan is onderhoud van de Afsluitdijk.

Volgens Maris zijn er daarom veel kansen voor Cumela. ”Over 25 jaar zijn Cumela-bedrijven nog steeds een vertrouwd begrip in de samenleving”. Ook al worden machines steeds innovatiever waardoor minder handwerk nodig is, bij vrijwel alle machines is de mens nog steeds onmisbaar als bestuurder en controleur. Zelfs bij de mogelijke introductie van onbemande trekkers in de praktijk zijn goede controleurs nodig, voor nu en de toekomst.

Cumela Nederland zet zich de komende tijd in om studenten van technische opleidingen enthousiast te krijgen om te gaan werken bij de aangesloten bedrijven.

Ontwikkelingen in mest

In de mesthandel is de laatste jaren het nodige veranderd. De normen worden steeds scherper waardoor de vraag naar nauwkeurige bemesting steeds groter wordt. Hiervoor is een meetmethode ontwikkeld om het stikstof- en fosfaatgehalte van de mest in de stroom te kunnen vaststellen. Hierdoor kan nauwkeuriger worden bemest op basis van de behoeftes van het perceel en gewas. Vooral bij systemen waarbij de mest via een slang naar de bemester wordt aangevoerd, wordt hier gebruik van gemaakt. De ontwikkelingen in bemesting hebben evenmin stilgestaan.

Door de eis van Cumela Nederland dat bemestingsapparatuur een typegoedkeuring moet ondergaan, zijn inferieure bemesters van de markt verdwenen. De brancheorganisatie heeft aangesloten bedrijven ook ondersteund toen tien jaar geleden het emissiearm aanwenden van mest verplicht werd. Mede door de ontwikkeling van een nieuwe generatie emissie-arme bemesters, waarmee in een korte periode op hoge snelheid mest kan worden aangewend.

Een van de grotere ontwikkelingen op de mestmarkt is de groeiende interesse voor mestverwerking. Hierdoor is een groeiend aantal mesttransporteurs overgegaan op het mengen van verschillende meststoffen tot een bemestingsproduct op maat. Er zijn zo’n 660 mestintermediairs aangesloten bij Cumela Nederland.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.