Home

Achtergrond 509 x bekeken

Ketenregie is randvoorwaarde voor antibioticavrij

Antibioticavrije productie is alleen goed mogelijk bij een goede productieketen met een stevige ketenregie. Dat blijkt uit de tussenevaluatie van het programma antibioticavrij produceren van InnovatieNetwerk.

Begin vorig jaar nam het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij het initiatief voor een programma antibioticavrij produceren in twee ketens: één in de varkenshouderij en één in de vleeskuikenketen.

Het programma wordt uitgevoerd door InnovatieNetwerk, een organisatie ingesteld door het ministerie van landbouw en bedoeld om de innovatie in de landbouw en de voedselproductie te stimuleren.

In de varkenshouderij loopt het antibioticavrij-project in de Keten Duurzaam Varkensvlees (KDV, De Hoeve Milieukeur). Ook doen er drie bedrijven buiten deze keten mee, waaronder een biologisch bedrijf en een fokbedrijf.

In de vleeskuikensector zijn broederij Lagerweij en slachterij GPS in Nunspeet betrokken bij het project. De programmaleider vanuit InnovatieNetwerk is Lenie Klein Holkenborg.
Het programma antibioticavrij produceren kent twee fasen. Fase één is de fase van experimenteren, fase twee is de fase van verder uitbouwen richting het doel antibioticavrij produceren. De eerste fase is volledig door de overheid gefinancierd. Voor de tweede fase van het antibioticaproject is 50 procent subsidie beschikbaar. Daarbij geldt als voorwaarde dat het doel van antibioticavrije productie in zicht moet zijn.

De rapporten die nu zijn verschenen, gaan over de resultaten van een tussentijdse evaluatie uit de eerste fase. De eindevaluatie is eind dit jaar. Opvallend is dat de resultaten in de varkensketen van KDV en die bij de vleeskuikens ver uiteen lopen.

”De conclusie is dat je een goed functionerende keten nodig hebt, wil je resultaat boeken. Het draait om individueel vakmanschap, maar je hebt ook een transparante keten nodig met een sterke regie en goede afspraken tussen de verschillende schakels in de keten. In de KDV-keten is dat veel meer het geval dan in de vleeskuikenketen van Lagerweij en GPS. In de pluimveesector is de afhankelijkheid tussen schakels groter dan in de varkenssector en is het broodnodig om een echte ketenaanpak te realiseren”, aldus programmaleider Klein Holkenborg.

Voor de varkensketen van Keten Duurzaam Varkensvlees zal het project dan ook worden voortgezet. Het project wordt in de volgende fase opgeschaald en er zullen dertig bedrijven meedoen. De doelstelling van antibioticavrij is haalbaar, waarbij wel ruimte voor behandeling van individuele dieren zal blijven.

In de vleeskuikensector zijn goede resultaten geboekt, maar het einddoel van antibioticavrije productie is nog niet binnen handbereik.

Resultaten varkenshouderij

In het varkensproject deden tien bedrijven mee. Bij de nulmeting in 2010 varieerde het gebruik van de deelnemers van 34 dagdoseringen per dierjaar tot 1 dagdosering per dierjaar. Bij de meting in het eerste kwartaal van 2011 bleek dat het antibioticaverbruik zeer sterk is gedaald en op zeven van de tien bedrijven al onder de sectordoelstelling (reductie van 50 procent) van de overheid voor 2013 is gekomen.

De goede resultaten zijn bereikt door een stevige ketenregie. Binnen de keten is er een zogenoemde expertcoach aangesteld die afstand kan nemen en de betrokken varkenshouders tips geeft en fris tegen de bedrijfsvoering aankijkt. Per bedrijf is er een managementteam bestaand uit de varkenshouder, zijn dierenarts en zijn voervoorlichter. Verder zijn er onafhankelijke experts die begeleiding geven aan het managementteam.

Er zijn belangrijke zaken die als verbeterpunten naar voren zijn gekomen. In de eerste plaats is dat de ruimte voor gespeende biggen. Die is op veel bedrijven te klein, waardoor de infectiedruk voor de biggen erg hoog wordt. Ook de drinkwaterkwaliteit blijkt op veel bedrijven ver onder de maat. Volgens Lenie Klein Holkenborg, programmaleider vanuit InnovatieNetwerk, zou als vuistregel moeten gelden dat de varkenshouder zelf het drinkwater van zijn dieren zou moeten durven drinken. Als dat niet het geval is, is er iets mis. Op dat punt is nog heel veel te verbeteren, ook in de normen die er gelden voor het drinkwater.

Ook het stalklimaat blijkt een factor waar in de praktijk nog veel mis mee is waardoor de dieren ziek kunnen worden. Verder is de stalhygiëne en de bedrijfshygiëne op veel bedrijven nog sterk voor verbetering vatbaar.

”Een van de belangrijke punten die ook meteen is toegepast op de bedrijven is het stoppen met koppelbehandelingen via voer of drinkwater”, aldus Klein Holkenborg. Het uitgangspunt is de behandeling van individuele dieren.

Resultaten pluimveehouderij

In het pluimveeproject deden twee opfokbedrijven, vier vermeerderaars en zeven vleeskuikenbedrijven mee. De twee opfokkers boekten zeer wisselende resultaten. De nulmeting van september 2010 van deze bedrijven kwam uit op 14,9 dagdosering per dierjaar. Eén opfokker wist hierop een reductie van 70 procent te realiseren. Tot augustus 2011 wist dit bedrijf tien van de twaalf koppels antibioticavrij af te leveren aan de vermeerderaar. Op het andere bedrijf steeg het antibioticaverbruik. De oorzaak: een ontvangen koppel kuikens van slechte kwaliteit dat ervoor zorgde dat in de eerste weken van de opfok er veel ziekte optrad die veel antibiotica vergde.

Probleem voor de opfokbedrijven is dat ze weinig tot geen informatie krijgen over de voorgeschiedenis van hun kuikens. Ze weten pas wat ze hebben als de dieren al in de stal lopen. Dit maakt het moeilijk om eventuele gezondheidsproblemen gericht aan te pakken.
Op de vermeerderingsbedrijven liep het antibioticaverbruik in een jaar tijd terug van 8 dagdoseringen per dier per jaar naar 2,5. Dat komt neer op een reductie van 65 procent.

Bij de zeven vleeskuikenbedrijven is het antibioticaverbruik het hoogst. Bij de nulmeting bedroeg dit 47,3 dagdoseringen per dierjaar. Een jaar later ligt het 39 procent lager op 28,8 dagdoseringen per dierjaar. De vleeskuikenhouders boekten eigenlijk geen winst op het punt van afgeleverde geheel antibioticavrije koppels. Uit het project is de conclusie getrokken dat antibioticavrij produceren niet zo maar haalbaar is. Een antibioticareductie van 50 procent is haalbaar, maar antibioticavrije productie is nog ver weg.

Belangrijkste probleem voor een grote stap voorwaarts is het gebrek aan ketenvorming. De schakels fungeren te veel als losse eenheden, zonder dat ze het belang voor de volgende schakel goed in het vizier hebben, laat staan daar rekening mee houden.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.