Home

Achtergrond 308 x bekeken

Kalfsvleessector nadert omslagpunt

De vleeskalversector nadert een omslagpunt. De poedergedreven (blankvlees)houderij heeft het moeilijk door hoge grondstofkosten. Weipoeder en magere melkpoeder zijn niet meer zo duur als afgelopen voorjaar, maar blijven een stevige kostenpost. Bovendien zijn de prijzen steeds onvoorspelbaarder.

Belangrijker is echter de sterke opkomst van de jong roséhouderij. Het gaat hierbij om dieren die even lang worden gehouden, die qua vleeskwaliteit en deels ook kleur niet heel veel meer verschillen van de blanke kalveren en die tegen een behoorlijk lagere kostprijs kunnen worden gehouden. Voornaamste reden is dat er veel minder zuivel in hun rantsoen hoeft.

De concurrentie tussen het rosévlees en het witvlees is tot nog toe vrij tam gebleven, doordat beide vleessoorten in onderscheiden segmenten op de markt worden gebracht. Maar er zijn diverse tekenen die er op wijzen dat dit niet lang meer duurt. De regelgeving biedt volgens kenners de ruimte om kalveren die als rosédieren zijn afgemest, als blanke vleeskalveren te laten slachten en classificeren.

In de praktijk is volgens hen het vlees vaak ook nauwelijks meer te onderscheiden. Eenmaal uitgebeend, wordt kalfvlees uit verschillende houderijsystemen ook regelmatig door elkaar heen verkocht.

Dit wil niet zeggen dat er geen exlusieve productstromen meer zullen blijven, maar alle voorwaarden lijken aanwezig voor een keiharde aanval vanuit de jong roséproductie op het tot nu toe vrijwel exclusieve blankvlees-circuit.

De houderij van jonge rosékalveren is het laatste jaar sterk gegroeid en is nu naar schatting al goed voor ruwweg 25 tot 30 procent van het totale aantal kalverplaatsen. Met de opkomst van nieuwe spelers in de sector, zoals BKC International en, eerder, de combinatie Hogeslag-Pet en de NMZ-groep, lijkt dit segement nog een verdere impuls te krijgen. Door hun optreden moeten ook de bestaande spelers, Vitelco en VanDrie, hun inspanningen vergroten.

Het meest logisch dat ook zij verder gaan profiteren van de voerwinsten die zijn te behalen met het afmesten van jonge rosé’s. Dit gaat bij een bedrijf als VanDrie dan wel ten koste van de fabricage en afzet van kalvermelk, waar ze ook grote belangen in heeft. Een handicap die de rosé-houderij nog wel moet overwinnen ten opzichte van de blankvlees houderij is dat het laatste segment (bij VanDrie in ieder geval) kan profiteren van het beter leven keurmerk van de Dierenbescherming.

De jong roséhouderij heeft dat keurmerk nog niet. Wat op zich weer merkwaardig is, want de roséhouderij heeft een aantal inherente voordelen ten opzichte van de blankvlees houderij, die het welzijn van de dieren ten goede komen. Dit lijkt dus niet meer dan een tijdelijk nadeel te kunnen zijn.

Tenzij er administratieve hobbels opdoemen, kan de conclusie bijna niet anders zijn dan dat er grote kansen liggen voor de jong roséproductie.

Of registreer je om te kunnen reageren.