Home

Achtergrond 191 x bekeken

De rol van genomics neemt toe in toekomstige fokkerij programma’s

Cobb is met Hendrix Genetics een 5 jarig samenwerkingsverband aangegaan op het gebied van gen technologie – genomics – in de pluimveefokkerij. Dr. Mitch Abrahamsen, vice-president van onderzoek en ontwikkeling bij Cobb, over de stand van zaken.

De data die we hebben verzameld en uitgewisseld hebben ons overtuigd dat gen technologie duidelijk kansen biedt om de nauwkeurigheid en snelheid van selectie in zowel de vleeskuikenfokkerij als leghennenfokkerij te verbeteren. Door de samenwerking met Hendrix hebben we resultaten van veel meer individuele data sets kunnen evalueren. Daarbij is ook de snelheid toegenomen om nieuwe en verbeterde technieken en methoden te ontwikkelen die waardevol zijn voor beide bedrijven. Zaken als infectieuze ziekten en welzijns kenmerken zijn erg belangrijk. Door onze data sets en onze wetenschappers samen te brengen en het sneller toepassen van deze technologie zijn we in staat grote stappen voorwaarts te maken.

Ben je verrast door een van deze bevindingen?

De nieuwe benadering met genomics heeft laten zien dat de fokkerij programma’s van Hendrix en Cobb erg effectief zijn in het verbeteren van de genetische aanleg. De technieken met genomics hebben laten zien dat Cobb reeds voor lange tijd de juiste richting heeft gekozen. Er zijn nu mogelijkheden om andere kenmerken te identificeren en vooruitgang op te boeken, waar in traditionele fokkerijprogramma’s moeilijk op te selecteren zou zijn.
Bijvoorbeeld, de selectie in onze zuivere lijnen wordt gedaan op het basisfokbedrijf. Daar gelden zeer strenge hygiënische regels en worden de milieu invloeden geminimaliseerd. Echter onze dieren op vleeskuikenniveau zijn kruisingen die moeten presteren onder zeer verschillende milieu omstandigheden. Het is moeilijk om dieren te selecteren op een basisfokbedrijf onder omstandigheden die representatief zijn voor de praktijk omstandigheden. DNA technologie verschaft de mogelijkheid om deze dieren te identificeren voor praktijk omstandigheden waarbij ook onderzocht kan worden wat de belangrijkste genetische verschillen zijn tussen dieren die wel of niet goed presteren in de praktijk. Deze informatie kan weer teruggekoppeld worden in het selectie programma.

En hoe ver staat het nu?

Een van de wensen was om van veel dieren in de praktijk het genotype te bepalen. Dit was een van de motiverende factoren om ons nieuwe diergezondheid en biotech laboratorium in de USA te bouwen. Hierdoor kunnen we de aantallen monsters met genetische informatie verwerken die we nodig hebben uit de praktijk en deze dan vervolgens weer terugkoppelen naar ons fokkerij programma.

In hoeverre spelen de kosten hierin een rol?

De kosten van de genotype bepalingen in het lab worden steeds lager en dat is belangrijk om grotere aantallen analyses te kunnen uitvoeren met grotere aantallen dieren. De kosten van vandaag zijn goedkoop genoeg. Ze zijn laag vergeleken met de kosten van het bepalen van metingen (het fenotype) aan het dier. Hoewel het bepalen van het genotype goedkoper wordt, is de grootste kostenpost die we hebben het bepalen van het fenotype op de traditionele manier. Deze prestatiekenmerken zullen we continue blijven meten in ons traditioneel fokkerij programma. Dus door de toegenomen inspanningen voor het bepalen van het genotype zijn de kosten behoorlijk maar het is niet de grootste kostenpost binnen ons onderzoeksbudget.

Welke kenmerken zullen de eerste meetbare voordelen laten zien?

We zullen duidelijk zien dat DNA technologie ons de mogelijkheid biedt de voederconversie verder te verlagen maar daarnaast ook voordelen geeft op enkele moeilijke fenotypes zoals ascites gevoeligheid en verbetering van pootkwaliteit.

En wat kun je zeggen over ziekte resistentie en het fokken van een meer robuuste kip. Hoe ver kun je gaan om DNA technologie toe te passen zodat de dieren meer weerstand zullen hebben tegen specifieke ziektes?

Een van de zaken waar we naar kijken is, welk doel we willen bereiken als totale genetische vooruitgang. Waar we naar kijken is naar welke genetische verschillen vereist zijn om een specifieke weerstand te ontwikkelen tegen een enkele ziekteverwerker ten opzichte van een hoger niveau aangeboren weerstand zodat de dieren meer weerstand hebben tegen veel ververschillende ziekteverwerkers. Dit zijn echter twee verschillende onderzoeksrichtingen omdat de ziekteverwerker van vandaag morgen weer anders kan zijn. Wij zijn dus erg geïnteresseerd in een aantal basis componenten van aangeboren weerstand die ervoor zorgen waarom dieren meer algemene weerstand hebben tegen ziekteverwerkers.
Met gen technologie zijn we in staat bij de selectie om naar meerdere genen gelijktijdig te kijken ten opzichte van een selectie tegen een enkele ziekteverwerker. Het is in de fokkerij zeer moeilijk om challenge models te ontwikkelen zodat de zuivere lijnen op pedigree niveau worden blootgesteld aan bepaalde ziekteverwerkers. Dit kan niet volgens onze welzijns en hygiëne eisen.

We spreken hier van hoog wetenschappelijk onderzoek maar hoe ver zijn we afgeweken van de meer traditionele selectie methodes welke meer dan 50 jaar zeer succesvol zijn gebruikt?

In de volgende 5 tot 10 jaar zal er meer nadruk gelegd worden op DNA gebaseerde technologie en een duidelijkere discussie geven over de voordelen voor de fokkerij organisaties. Echter het is moeilijk te veronderstellen dat zo’n wetenschappelijk scenario onafhankelijk zal worden toegepast zonder gebruik te maken van de traditionele selectie methoden.

Er zal altijd behoefte bestaan om te definiëren en vast te leggen wat de gewenste genotypes zijn. De enige manier om dit te doen is door direct de prestaties van het dier te meten. Uiteindelijk zal de DNA technologie voor een deel in de plaats komen wat we nu doen. We zullen niet denken in een andere benadering maar zij zullen onderdeel gaan uit maken van ons traditioneel fokkerij programma.

Foto

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.