Home

Achtergrond 458 x bekeken

Braziliaanse backpackers tussen Hollandse tomaten

Backpackers die helpen op de boerderij om kost en inwoning te verdienen. Het wordt steeds normaler. Een internationale organisatie linkt boeren en backpackers aan elkaar. Er is inmiddels ook een Nederlandse afdeling en 22 biologische boeren stellen hun bedrijf beschikbaar voor jonge reizigers.

Het is stil op de boerderij van Andries Venema onder de rook van Utrecht. Afgelopen zomer heeft hij op zijn bedrijf hulp gehad van drie backpackers uit Brazilië. Maar die zijn inmiddels verder gaan reizen en Venema staat er weer alleen voor. Al zeven zomers ontvangt hij reizigers van over de hele wereld die in de zomermaanden meehelpen op zijn bedrijf. In ruil daarvoor krijgen ze onderdak op de boerderij en drie maaltijden per dag.

”Het is heel bijzonder om zulke vakantiehulpen in te schakelen”, vindt Venema die een klein biologisch bedrijf heeft. ”Ten eerste kan ik de hulp in de drukke zomermaanden goed gebruiken. Mijn vrouw werkt buitenshuis en ik sta er op het bedrijf alleen voor. Bovendien is het heel erg leuk om zo met andere culturen in aanraking te komen. Ik heb twee kinderen van twaalf en veertien jaar oud en zij leren heel veel over andere culturen door de gasten op ons bedrijf. Zij zijn blij met het onderdak, wij hebben hier ruimte zat en drie extra magen vullen is geen probleem.”

Venema is lang niet de enige boer die backpackers op zijn bedrijf ontvangt. De wereldwijde organisatie World Wide Opportunities on Organic Farms (WWOOF) bemiddelt al veertig jaar tussen biologische boeren en backpackers. Het idee achter die organisatie is om meer mensen kennis te laten maken met het leven op de boerderij. Er is ook een Nederlandse afdeling van de WWOOF en inmiddels zijn er tweeëntwintig Nederlandse biologische boeren bij aangesloten.

De eerste week is altijd even wennen voor nieuwe gasten, weet Venema na zeven jaar ervaring. ”Ik heb mensen uit onder andere Australië gehad, uit Argentinië, Rusland, IJsland en Vietnam. En nu dus uit Brazilië. Over het algemeen zijn het jonge mensen, na hun studie bezig met een wereldreis. De meesten zijn echt geïnteresseerd in biologisch voedsel. Ze vinden het wel heel bijzonder om te zien hoe wij hier boeren. Zoals vorig jaar, toen waren hier twee jongens uit Australië. Zij vinden onze 12 hectare net een achtertuin.”

Ook voor de Brazilianen, die het bedrijf net een week geleden hebben verlaten, was het wennen. ”Ik geef ze altijd twee dagen om te wennen en daarna is het de bedoeling dat ze een paar uur per dag aan de slag gaan. Maar ze waren nog nooit op een boerderij geweest. Dus ik moest ze alles eerst voordoen. Ze hebben vooral geholpen in de moestuin en bij de oogst van de tomaten. De vrijwilligers werken hier vijf dagen in de week, zodat er ook tijd overblijft om het land te leren kennen. ”

Venema kiest er bewust voor om maar een paar weken per jaar vrijwilligers in te schakelen. ”Het is hartstikke leuk, maar soms moet er wel geld bij. Het werkt namelijk niet altijd even efficiënt en je maakt toch extra kosten met meer mensen op je bedrijf. Het liefst heb ik zes weken hulp, verdeeld in twee groepen van drie tot vijf mensen die drie weken blijven.”

Voor Venema en zijn gezin is het normaal om in de zomer buitenlandse hulp over de vloer te hebben. Toch is het nog geen standaard in de biologische sector. ”Ik heb maar weinig collega’s die ook zulke vrijwilligers hebben. De meesten hebben toch bedenkingen bij het nut van de hulp. Maar ik vind het niet alleen van belang voor mijn bedrijf, het gaat om het totaalplaatje. Voor mijn kinderen is het goed, we vinden het allemaal gezellig, willen de backpackers graag een plek bieden en als ze me dan ook een beetje helpen op mijn bedrijf is het mooi meegenomen.”

World Wide Opportunities on Organic Farms

De World Wide Opportunities on Organic Farms (WWOOF) is in 1971 in Engeland opgericht om te bemiddelen tussen vrijwilligers en biologische boeren, om zo meer mensen een kijkje in de keuken van een biologische boerderij te gunnen. De WWOOF is in veertig jaar tijd fors gegroeid. Er zijn inmiddels tientallen nationale organisaties over de hele wereld.
Nederland heeft nog geen nationale organisatie. Wel is er een soort lokale afdeling die er voor zorgt dat vrijwilligers toch op Nederlandse boerderijen terecht kunnen komen. Tweeëntwintig Nederlandse boeren stellen hun bedrijf open.
De WWOOF bestaat al veertig jaar, maar pas in 2000 werd voor het eerst een internationale bijeenkomst gehouden, waarbij vertegenwoordigers uit vijftien landen aanwezig waren. Inmiddels doen er veel meer landen mee en worden er jaarlijks tienduizenden bedrijven en backpackers aan elkaar gekoppeld. De voorwaarde is dat het om een biologisch bedrijf gaat, de vrijwilliger niet hoeft te betalen voor kost en inwoning en de boer niet hoeft te betalen voor de hulp op de boerderij.

Foto

Kelly Lubbers

Of registreer je om te kunnen reageren.