Home

Achtergrond 484 x bekeken

Belgische verwerker Lutosa kiest voor aanvoer via handel

De Belgische verwerker Lutosa ontvangt het gros van de aardappelen via de handel. Het concern wil dat in stand houden om de kosten in de hand te houden. “Meer aardappelen aanvoeren via contractteelt of rechtstreeks inkopen bij telers kosten veel geld.”

De handel blijft een belangrijke rol spelen in de aanvoer van aardappelen naar de fabrieken van Pinguin Lutosa. De Belgische fabrikant van aardappelproducten denkt dat rechtstreeks kopen bij de telers zou leiden tot een flinke stijging van de kosten.

In Nederland gingen zo’n 25 jaar geleden vrijwel alle fritesaardappelen via de handel naar de fabrieken. Nu is dat nog enkele honderdduizenden tonnen, op een totale verwerking van 3,4 miljoen ton.
Voor zo’n ontwikkeling kiest het Belgische Pinguin Lutosa niet, zegt directeur Emanuel van den Broeke van de agrarische dienst. ”Nu regelen drie personen bij Lutosa de aanvoer van aardappelen naar de fabrieken. Als we meer aardappelen aanvoeren via contractteelt of rechtstreeks inkopen bij telers heb je een eigen transportafdeling en een hele grote buitendienst nodig. Dat kost veel geld. Via de handel kunnen we precies die aardappelen krijgen in die hoeveelheden die we wensen.”

Lutosa verwerkt jaarlijks 750.000 ton aardappelen en is daarmee de grootste verwerker in België. Van den Broeke schat dat 400.000 ton aardappelen op de vrije markt wordt gekocht via kleine handelaren; 200.000 ton vindt zijn weg naar de fabrieken via de grote handelshuizen. ”De rest, 150.000 ton, koopt Lutosa rechtstreeks in bij de telers. We willen de aardappelaanvoer via de handel in stand houden. Veel handelaren hebben weinig of geen personeel. Ze vervoeren de aardappelen vaak met eigen vrachtwagens. Dat scheelt enorm in de kosten.”

De lage kostprijs is één van de sterke punten van de Belgische aardappelindustrie, zegt ingenieur Pierre Lebrun van de Waalse brancheorganisatie Fiwap. ”De industrie is sterk gegroeid de laatste jaren, evenals het areaal per teler. In 2000 teelde de akkerbouwer gemiddeld 4,3 hectare aardappelen. Vorig jaar was dat 7,3 hectare. Er is nog ruimte voor groei van het aardappelareaal in Wallonië”, zei hij deze week op de aardappelmanifestatie Potato Europe in het Belgische Kain. ”Bovendien produceren de telers aardappelen tegen een lage kostprijs. Doordat veel Bintjes worden geteeld is het pootgoed goedkoop. En er zijn voor de verwerkende industrie positieve vooruitzichten voor de export naar landen waar de koopkracht toeneemt, zoals Oost-Europa.”

De aardappelsector heeft ook zwakke punten, zegt Lebrun. ”Vooral in Vlaanderen ontstaan steeds meer problemen met aaltjes. Ook investeert de industrie weinig in onderzoek en ontwikkeling. En de sector moet waken voor het ontstaan van overcapaciteit. Dat kost geld.”

Van den Broeke van Lutosa ziet ruimte voor uitbreiding van de productiecapaciteit. ”Lutosa denkt daar zeker over na. Maar of de groei er komt hangt af van verschillende factoren. Hoe ontwikkelen de afzetmarkten zich. En wat doet de graanprijs. Een hoge graanprijs drukt het aardappelareaal.”
Of de schaalvergroting leidt tot een verdergaande concentratie door fusies en overnames, verwacht Van den Broeke niet. ”België telt ongeveer 20 aardappelverwerkers. Dat zijn bijna allemaal bedrijven met een sterke familiestructuur. Die zijn minder geneigd te fuseren met andere bedrijven of zichzelf te verkopen.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.