Home

Achtergrond 396 x bekeken

AgruniekRijnvallei neemt afscheid van niet-actieve leden

Het nieuwe fusiebedrijf AgruniekRijnvallei telt in de toekomst alleen nog actieve leden. Niet-actieve leden, nu nog welkom in de Rijnvallei-structuur, worden uitgesloten. Dat zegt algemeen directeur Johan Schuttert van Agruniek. De nieuwe organisatie neemt wel de scheiding tussen coöperatie en holding over van Rijnvallei.

Volgens Schuttert kunnen de twee partijen enorm van elkaar profiteren. ”Rijnvallei is bijzonder sterk met pluimveevoeders, terwijl Agruniek juist uitblinkt met de afzet in de varkenshouderij. We kunnen beiden ons werkgebied flink vergroten.” De organisatie is niet van plan ook buiten Gelderland en een deel van Overijssel overnames na te streven, aldus Schuttert.

De nieuwe naam, AgruniekRijnvallei, is niet de mooiste merknaam, erkent Schuttert. ”Maar het dekt wel perfect de lading. Regionale identiteit is voor ons essentieel. Het motto van het nieuwe bedrijf is niet voor niets ’de kortste weg naar rendement’. Het boerenerf is ons domein, niet de kantoren. De boer mag nooit het gevoel krijgen dat de afstand is vergroot.”

De organisatie krijgt een totale financiële omzet van circa 270 miljoen euro. Daarvan is 225 miljoen euro afkomstig van Rijnvallei. Op papier betreft het een fusie, maar in de praktijk domineert Rijnvallei. De nieuwe algemeen directeur, Martin Grift, en de nieuwe coöperatievoorzitter, Johan Huitink, komen uit de Wageningse organisatie.

Het huidige Rijnvallei-hoofdkantoor in Wageningen wordt ook het nieuwe hoofdkantoor. Het Agruniek-hoofdkantoor in Didam wordt een verkoopkantoor. Schuttert zal doorschuiven naar de positie van commercieel directeur van AgruniekRijnvallei. Operationeel directeur wordt Rijnvallei’s Albert Getkate. De Rijnvallei-directie bestond voorheen al uit twee man en wordt in zekere zin dus uitgebouwd.

De nieuwe coöperatie kent vijf districten die elk een districtbestuur hebben. De districtbesturen vormen samen de districtsraad en telt 30 leden. AgruniekRijnvallei gaat tevens werken met vijf sectorcommissies voor akkerbouw, fruitteelt, pluimveehouderij, rundveehouderij en varkenshouderij.
Doel is landelijk te opereren maar een regionaal karakter te behouden. De te behalen kostenvoordelen zijn begroot op 2,5 miljoen euro en worden vooral gehaald bij de diervoederop- en overslag.

Of registreer je om te kunnen reageren.