Home

Achtergrond 630 x bekeken

Steeds vaker ziek

Truus Cornelissen (67) uit het Limburgse Heythuysen vertegenwoordigt alle lokale actiegroepen tegen megastallen in de maatschappelijke dialoog over de schaalvergroting in de veehouderij. Cornelissen aan het woord over stank, vliegen en fijnstof.

”Een paar honderd meter van mijn huis stond vroeger een kleine stal met honderd varkens. Prima, helemaal geen problemen mee. Boeren horen bij het platteland. Maar kijk nu eens. Zes enorme stallen, 13 meter hoog. Een boer van buiten heeft de locatie gekocht en houdt 350.000 leghennen en 1.300 zeugen. Hij heeft nog vergunning voor een extra stal met 13.000 kalkoenen. Verderop is een boer begonnen met 2.700 geiten. Nog een met 120.000 kippen. Ga maar door. Ik heb dagelijks met megastallen te maken en mijn buren ook.

We voelen ons om de tuin geleid. Die heel grote veehouder begon met een aanvraag voor 40.000 scharrelkippen. Moet kunnen, denk je dan. Maar in de loop van de tijd werd de aanvraag steeds weer bijgesteld.

Als de stallen worden gebouwd, kom je er pas achter wat er werkelijk gaat gebeuren. Dan duik je erin en kom je erachter dat de voorwaarden in de vergunning met voeten worden getreden. De gemeente legaliseert al die overtredingen, want anders zou het bedrijf kopje onder gaan. Dat wil de gemeente niet op haar geweten hebben. De gevolgen voor de omwonenden zijn niet belangrijk.
Natuurlijk heb ik last van die bedrijven. Door de stank en de vliegen kan ik hier niet meer buiten zitten. Nog erger zijn al de stoffen die het bedrijf de lucht in stoot. Fijnstof, MRSA-bacteriën, endotoxinen. Ik heb zelf altijd in de gezondheidszorg gewerkt, dus ik weet wat de consequenties daarvan zijn. Sinds de bouw van die stallen ben ik veel vaker ziek. Uit onderzoek blijkt dat mijn longcapaciteit de afgelopen jaren met 20 procent is afgenomen. Ik heb dus echt fysiek last van de enorme aantallen dieren in de buurt.

Met een twintigtal buren heb ik de stichting Gezonde Woonomgeving Leudal opgericht. Daar zitten ook twee melkveehouders in. Een derde boer heeft zich teruggetrokken nadat hij werd bedreigd. Een van de andere leden van de stichting is niet meer welkom bij zijn familie. Zo gaat dat op het platteland. Wie zijn stem verheft tegen de boeren, ligt eruit.

De sector heeft het altijd over luchtwassers, maar de werkelijkheid is dat de installaties vaak uitstaan omdat ze enorm veel energie verbruiken. De gemeente kijkt de andere kant op. Wij zitten daar nu bovenop en dat heeft effect. Er wordt nu vaker gecontroleerd.

Vorig jaar is hier een debat georganiseerd over de ontwikkelingen in de veehouderij. Maar wat gebeurt er, de Limburgse Land- en Tuinbouw Bond trommelt tachtig leden op. De burgers kwamen nauwelijks aan het woord. De sector accepteert niet dat er mensen in dit land wonen met een andere mening. Ik heb de indruk dat de top van de landbouworganisaties wel met de samenleving in gesprek wil, de uitwassen wil voorkomen, maar uiteindelijk doen ze niks. Net als de politiek. Die gaat uiteindelijk toch om de sector heen staan.

Mijn eigen belang is een belangrijke drijfveer om mij te verzetten, het gaat ten slotte om mijn gezondheid, mijn achtertuin, de waarde van mijn huis. Maar dat niet alleen. In dit land zijn inmiddels meer dan vijftig stichtingen, platforms en burgerinitiatieven die hun stem verheffen tegen megastallen. Al die mensen verdiepen zich in de gevolgen van de grootschalige veehouderij. Wij lezen rapporten over dierenwelzijn, over de kap van oerwouden en over de relatie tussen de veehouderij en volksgezondheid. Daar word je niet gelukkig van. De wetenschap waarschuwt, maar niemand lijkt te luisteren.

Namens al die actiegroepen zit ik in de centrale club die de maatschappelijke dialoog over megastallen organiseert. Als enige vertegenwoordiger van de samenleving. Ik praat mee, maar erg veel fiducie heb ik niet in die dialoog. Neem de zogeheten burgerpanels. Zitten mensen in die niks weten over de veehouderij, die geen megastal in hun achtertuin hebben. Zij gaan op bezoek bij veebedrijven die door de provincies zijn uitgezocht. Landbouwvertegenwoordigers rijden mee in de bus. Wij mochten de panels bij de gratie Gods vijf minuten toespreken.

Nee, ik vrees dat de overheid niet ingrijpt. De economische belangen van de sector gaan voor. Wij zijn maar een stipje aan de horizon. Dat wil niet zeggen dat we al die ontwikkelingen over ons heen laten komen. Met de buren zijn we naar de rechter gestapt. Wij vragen acht ton planschade. De gemeente moet dat betalen en vervolgens verhalen op de veehouder in kwestie. Want door hem zijn onze huizen onverkoopbaar geworden.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.