Home

Achtergrond 252 x bekeken

Mestbeleid succes, maar toch nog slag nodig

Het terugdringen van de stikstof die de landbouw in het milieu brengt, blijkt een succesverhaal. De concentraties zijn substantieel minder dan een paar decennia geleden. Maar het heeft wel een tijd geduurd en de nodige voeten in de aarde gehad. Het is vooral de Europese regelgeving geweest die in dit opzicht katalyserend heeft gewerkt. De volgende stap is boeren zelf meer verantwoordelijkheid geven.

We blikken terug, en vooruit, op de interactie ter zake tussen onderzoek, beleid en de agrarische sector met prof.dr.ir. Johan Bouma, emeritus-hoogleraar Bodemkunde aan Wageningen Universiteit. Hij heeft zich altijd op dit snijvlak bewogen. Weliswaar kreeg hij het advies politieke en sociale wetenschappen te gaan studeren, maar als boerenzoon werd het toch Wageningen, bodemkunde. Hij werd in dat vak in 1986 hoogleraar, tot zijn emeritaat in 2004. De laatste jaren van zijn actieve wetenschappelijke leven in Wageningen combineerde hij met het lidmaatschap van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Omslag
In 1974 kreeg veehouder Piet de Boer uit Stiens een eredoctoraat aan de Landbouwhogeschool, waarbij hij werd geroemd om zijn uitbundige gebruik van (stikstofhoudende) kunstmest en zijn hoge veedichtheid per hectare. In de jaren daarna sloeg de wetenschappelijke stemming langzamerhand radicaal om. Furore maakte in 1982 dr. Nico van Breemen, later hoogleraar in Wageningen, die met zijn groep vond dat de landbouw een van de belangrijke bronnen was van verzuring van de bodem. Van Breemen c.s. publiceerden het onderzoek in 1982 in Nature en het werd daarmee wereldnieuws. Zie verder http://www.bodems.nl/canon/venster-27.php.

Onderzoeksresultaten als deze kregen hun weerslag in overheidsbeleid en agrarische praktijk.Vooral de Europese regelgeving, m.n. de Nitraatrichtlijn van 1991, had een katalyserende werking en gaf de stoot tot een drastische reductie van de nitraatverontreiniging in het grondwater.Een succesverhaal, betoogt Bouma. De milieukwaliteit in het landelijke gebied is in de afgelopen decennia sterk verbeterd.Zo is het nitraatgehalte van het grondwater nu overal in Nederland, behalve in Zuid-Limburg, lager dan grenswaarde van 50 mg per liter in derichtlijn.

Het stikstofbeleid in Nederland is dus op onderdelen effectief te noemen, maar dat is allerminst reden om op de lauweren gaan rusten, vindt Bouma: “Er zal nog een slag gemaakt moeten worden in het milieubeleid.Zo vraagt bijvoorbeeld de emissie van ammoniak en broeikasgassen,defosfaatproblematiek en het voorkomen van hormonen in water en bodem nog veel aandacht.Het lage fruit is wel zo’n beetje geplukt. We moeten nu gaan voor het hoger hangende fruit. Dat vergt echtereen omslag in benadering, van top-down naar bottom-up.”

Van onder op
Tot dusverre moest de agrariër zich in zijn bedrijfsvoering strikt houden aan strakke, van bovenaf opgelegde regelgeving. Dat heeft zeker gewerkt in het begin, maar inmiddels is de regelgeving wel erg ingewikkeld en ondoorzichtig geworden. Daarbij dreigen de primaire indicatoren voor de milieukwaliteit van water, lucht en bodem zoals bijvoorbeeld de stikstofdepositie in natuurgebieden buiten beeld dreigen te raken, meent Bouma.

Nieuw beleid moet van onderop gevoed worden, aldus Bouma.Binnen strikte, transparante randvoorwaarden voor de milieukwaliteit moet veel meer aan de boeren zelf worden overgelaten, en aan hun innovatieve kracht. Als voorbeeld noemt hij dat onder het oude beleid de boer een maximaal aantal koeien per hectare mocht weiden, waarbij berekend was wat de maximale stikstofdepositie daarbij zou zijn; nu zou de veeteler vrijer moeten zijn in het aantal koeien dat hij kan weiden, mits hij vastgestelde grenswaarden voor verontreinigende stoffen in zijn omgeving niet overschrijdt.

Bouma: “Er valt nog het nodige te doen. Met de grondgebonden landbouw (rundveehouderij) redden we het wel, met de niet-grondgebonden landbouw (de varkens- en kippenhouderij) is er nog steeds een groot mestoverschot en spelen ook andere problemen.”
Hij is stellig in zijn vertrouwen dat de sector zelf in samenwerking met het onderzoek oplossingen kan aandragen met allerlei nieuwe technieken, zoals biogasinstallaties. Daar moet in het overheidsbeleid meer ruimte voor komen: afrekenen op direct meetbare milieuresultaten en niet op normen of maatregelen die een onduidelijke relatie hebben met de primaire milieukwaliteit.
Bouma meent dat met name de zorg voor natuurgebieden rond agrarische bedrijven nog veel aandacht vraagt. Nu bestaat nog geen regionale differentiatie en worden stikstofdeposities niet gemeten maar met modellen berekend. Dat moet en kan beter, zegt hij.

Bij deze ontwikkeling hoort ook, vindt Bouma, dat het wetenschappelijk onderzoek zich sterker laat inspireren door de praktijk en zich onafhankelijker opstelt ten opzichte van het beleid. Het kan daarmee een bijdrage leveren aan het dichten van de kloof tussen burger en beleid.

Foto

WUR

Of registreer je om te kunnen reageren.