Home

Achtergrond 178 x bekeken 1 reactie

'Landbouwverkeer loopt vast'

Het landbouwverkeer dreigt vast te lopen. Dat vreest de nieuwe kandidaat-voorzitter van Cumela, Wim van Mourik.

Machines worden steeds groter, ze passen soms bijna niet meer op de weg. Er is al jarenlang een slepende discussie gaande over invoering van een rijbewijs, een nieuwe snelheidslimiet en een kenteken. Van Mourik: ”Dit is onze grootste zorg als Cumela Nederland. Het landbouwverkeer is vogelvrij, de positie van landbouwvoertuigen op de weg is niet goed geregeld. Wij willen best naar een kenteken, naar een groot trekkerrijbewijs en naar 40 kilometer per uur. Anders loopt het spaak. De kosten daarvoor nemen we voor lief. We willen graag vooruit en willen onze verantwoordelijkheid nemen. Maar de agrarische sector, LTO, heeft andere belangen. Die ziet vooral de lastenverzwaring.”

Dus de boeren houden een oplossing tegen?
”De agrosector houdt het tegen. Boeren letten terecht op de kosten, maar zouden meer oog moeten hebben voor de voordelen. Maar ik moet voorzichtig zijn, het zijn ook onze klanten. We zitten dus in een spagaat. We hebben begrip houden voor onze klanten, maar willen ook een oplossing voor het verkeersprobleem.”

Hoe gaat dit aflopen?
”Ik verwacht dat het er wel een keer van komt, het is niet tegen te houden dat er een trekkerrijbewijs komt en een kenteken.”

Eigenlijk hebben jullie ook weer baat bij de huidige situatie, want die geeft een voordeel ten opzichte van de concurrenten in het grondverzet.
”Dat wordt vaker gezegd, maar dat klopt niet. Andere transport- en grondverzetbedrijven kunnen ook een trekker kopen en die laten rijden. Dat is niet exclusief voor ons.”

Uw achterban is steeds meer een concurrent geworden van wegenbouwers, aannemers en andere grondverzetbedrijven. Cumela Nederland, dit jaar 75 jaar oud, doet zijn best om van haar agrarische stempel af te komen. Blijft dat zo, ook onder uw voorzitterschap?
”Sectorprofilering is heel belangrijk. We moeten zo goed mogelijk naar buiten brengen wie we zijn. Men spreekt nog steeds over loonbedrijven, alsof we alleen agrarisch georiënteerd zijn. Maar de activiteiten van onze bedrijven zijn veel breder.”

Jullie hebben zelfs een nieuw woord bedacht: ’Cumelabedrijven’. Slaat dat al een beetje aan?
”Bij ons zelf wel. Er zijn ondernemers die zichzelf zo noemen op hun website. Maar er is nog heel veel te halen, de bekendheid kan groter. Ik verwijs om het uit te leggen meestal naar de horeca. Dat is ook een begrip geworden dat iedereen kent.”

De keuze voor die koers is uit nood geboren, vanwege de krimp in de agrarische sector?
”Dat niet. Veel mensen zijn hun activiteiten gaan verleggen. Van agrarisch loonwerk naar de gemeentes bijvoorbeeld. De pieken in agrarisch loonwerk werden steeds smaller. Veel werk is alleen maar rendabel als je het combineert met andere activiteiten die in het verlengde liggen.”

Hoe ontwikkelt het aandeel agrarisch werk zich?
”Dat daalt, al blijft de omzet in absolute zin gelijk. Het is minder dan de helft en dat zet door. Het aantal boeren neemt af. Maar de overblijvers zijn wel weer groter, en hebben grotere machines nodig. Een deel zal meer zelf willen doen, maar agrarische bedrijven die alles zelf doen, blijven uitzonderingen. Een grote machine als een maishakselaar is niet op één bedrijf rendabel te krijgen.”

Is er kans op witte vlekken op de kaart? Gebieden waar door krimp van de landbouw niet genoeg markt meer is voor loonwerkers, waardoor boeren het daar zonder deze dienst moeten stellen?
”Dat zie ik niet gebeuren.”

In het Cumela-blad Grondig spreekt u van een minder emotionele en meer zakelijke relatie tussen boer en loonwerker. Wat bedoelt u daar mee?
”Vroeger had je de plaatselijke loonwerker, die mocht het werk altijd doen. Nu zijn boeren meer echte ondernemers die niet meer op basis van gewoonte en vertrouwen kiezen, maar op basis van prijs en kwaliteit. De relatie verzakelijkt en daar spelen we op in. Als organisatie adviseren we onze leden om te investeren in de relatie met de klant. Om de klant uit te nodigen te komen kijken. Om een partnership aan te gaan. Het vertrouwen komt niet meer vanzelf.”

Is er naast landbouwverkeer en profilering van de club nog meer waar u als voorzitter straks werk aan hebt?
”Ja, onderwijs en de instroom van nieuw personeel. Het wordt lastiger om chauffeurs te vinden voor trekkers en grondverzetmachines. We zullen steeds vaker buiten het platteland moeten werven.”

Het duurt nog even voor Van Mourik aan de slag kan als voorzitter. Pas volgend voorjaar neemt de ledenvergadering een besluit over de opvolging van de huidige voorzitter Dick Klok.

Eén reactie

  • no-profile-image

    Misschien moeten we concluderen, dat grootschalige landbouw niet past in het kleine overvolle Nederland. Als ik dit stuk goed lees, moeten er allerlei regels en rijbewijzen komen om het verkeer met deze giga machines veiliger te maken. Het is niet het plastickaartje dat het verkeer veilig maakt. Nee het zijn de mensen die deelnemen, die veranderen niet door een diploma wat ze wel of niet hebben. Iedere regelgeving is niet meer dan een "Schijn veiligheid".

Of registreer je om te kunnen reageren.