Home

Achtergrond 950 x bekeken

Bedrijfsopvolging is al lang geen automatisme meer

De veranderingen in de land- en tuinbouw hebben ook effect op de animo om een bedrijf over te nemen. Zonen en dochters van boeren en tuinders kijken meer buiten het eigen erf voordat ze besluiten het ouderlijk bedrijf over te nemen, zegt Ramon Klaassens, portefeuillehouder bedrijfsopvolging bij het NAJK.

De animo om land- en tuinbouwbedrijven over te nemen neemt af. Nog maar 4 procent van de bedrijfshoofden in de primaire sector is jonger dan 35 jaar. Ramon Klaassens, portefeuillehouder bedrijfsovername in het bestuur van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK), ziet als gevolg van de bredere oriëntatie door de huidige generatie serieuze potentiële bedrijfsopvolgers opstaan.

Wie het bedrijf van zijn of haar ouders kan overnemen, bedenkt zich om verschillende redenen wel een paar keer. ”Maar dat betekent ook dat degenen die wél de keuze maken voor het land- of tuinbouwbedrijf, dat gemotiveerd doen”, zegt Klaassens.

De NAJK-bestuurder nam in juni de bestuursfunctie over van de afgetreden Dirk Anco Albada, na eerst een jaartje in diens schaduw te hebben meegedraaid. Klaassens is een buitenbeentje in de NAJK-geledingen. Hij heeft heel wat tijd op een boerderij doorgebracht, maar hij is geen potentiële bedrijfsopvolger, omdat zijn ouders geen landbouwbedrijf hebben.

”Het is altijd mijn ambitie geweest een eigen bedrijf te hebben. Ik ben nu werkzaam als adviseur in de melkveehouderij. In het bedrijf Valacon Dairy werk ik samen met oprichter Willem van Laarhoven, Berdine Sweep en Marjolein Feiken.”

Dat zonen en dochters van boeren en tuinders minder animo lijken te hebben voor de bedrijfsopvolging, wijt Klaassens voor een deel ook aan het negatieve imago dat de landbouw in de samenleving heeft. Hij haalt de filmpjes aan van de actiegroep Ongehoord, die de varkenshouderij onlangs in een kwaad daglicht stelden. ”Daartegenover staan programma’s als Boer zoekt Vrouw, maar ik verbaas me erover hoe snel de aandacht voor de landbouw weer wegebt als dat programma van het scherm verdwenen is.”

Klaassens ziet een algemene trend dat werken in de land- en tuinbouw minder populair wordt. Dat blijkt niet alleen bij bedrijfsovername, maar ook bij dienstverlenende bedrijven werkzaam in de agrarisch sector.

In de voorbereiding op de bedrijfsovername hoort een goede opleiding. ”De meeste mensen volgen de middelbare landbouwschool en veel gaan ook naar de hogere landbouwschool. Dat houdt ook in dat ze een kijkje nemen op andere bedrijven en dan is het lang niet altijd vanzelfsprekend dat de potentiële opvolger uiteindelijk ook het bedrijf overneemt. Je moet toch heel hard werken en de verdiensten zijn niet altijd hoog. De liefde voor het vak moet er echt zijn, anders kun je ook kiezen voor een baan in loondienst van negen tot vijf.”

Als een opvolger dan toch kiest het ouderlijk bedrijf over te nemen, is het volgens Klaassens vooral van belang daar veel over te praten met alle betrokkenen: met de ouders natuurlijk, maar ook met broers en zussen. ”De financiën zijn meestal niet de bottleneck. Bij het merendeel van de mislukte bedrijfsovernames ligt de oorzaak in de communicatieve sfeer. Broers en zussen willen in elk geval een goede oude dag voor hun ouders. En verder is bedrijfsovername toch ook een kwestie van elkaar wat gunnen. Als de bedragen op tafel komen bij een overname, moet je dat wel kunnen uitleggen.”

Volgens de NAJK-bestuurder bestaan er grote verschillen tussen bedrijfsokpvolgers. Er zijn er die op hun 45e moeizaam aan de orde stellen dat ze nu toch wel een keer het bedrijf willen overnemen. Anderen regelen het bij wijze van spreken op het moment dat ze de opleiding hebben afgerond en definitief op het bedrijf werkzaam worden. In alle gevallen, benadrukt Klaassens, is het van belang om in het voortraject duidelijk te maken wat de bedoeling is en hoe het geregeld wordt.

Klaassens trekt twee dagen in de week uit voor zijn NAJK-werk en is drie dagen aan het werk als adviseur. Op de vraag of hij het bestuurswerk bij de organisatie voor jonge boeren ook ziet als een opstap naar een bestuursfunctie bij LTO Nederland antwoordt hij kort: ”Nee.”
Aan de andere kant is hij realist genoeg om te weten dat het NAJK ook functioneert als een kweekvijver voor bestuurders in de land- en tuinbouw. ”Maar ik zie mezelf niet als een toekomstig LTO-bestuurder.”

Voorlopig is Klaassens actief binnen het NAJK-bestuur. Dat hij geen (potentiële) bedrijfsgenoot is, is binnen het NAJK nooit een punt van discussie geweest. Misschien is het juist wel een voordeel, zegt Klaassens. Hij wordt in discussies in elk geval niet belast door de ervaringen op zijn eigen bedrijf. ”Als adviseur weet ik natuurlijk heel goed wat er speelt, maar misschien heb ik iets meer afstand.”

Regeling minder royaal

De investeringsregeling voor jonge landbouwers wordt beperkt. Staatssecretaris Henk Bleker heeft in juli aangekondigd dat de regeling op 3 oktober zal worden opengesteld.
De veranderingen in de nieuwe regeling houden onder meer in dat er niet meer dan 8 miljoen euro beschikbaar is.
Ramon Klaassens vindt het jammer dat de staatssecretaris heeft besloten de omvang van de regeling te beperken. “Voor ons is het natuurlijk nooit genoeg. Aan de andere kant zag het er eerder dit jaar nog minder goed uit, dus in die zin valt het nog mee.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.