Home

Achtergrond 207 x bekeken

Vleesindustrie Duitsland bloeit maar varkenshouder bloedt

De vleesindustrie in Duitsland bloeit, maar de varkenshouder bloedt. Iets anders kan afgaande op de recente geluiden uit de sector niet worden geconcludeerd. ”De zeugenhouders en vleesvarkenshouders schrijven rode cijfers,” constateerde vorige maand vice-topman Franz-Josef Möller van het Bauernverband.

De oorzaak ligt voor de hand: hoge voerkosten, gestegen energieprijzen en een achterblijvende vleesprijs. Daarnaast zitten de Duitsers nog met de nasleep van de dioxine-affaire van januari. Het verhaal is bekend en het gevaar dat de boodschap aan kracht verliest door de vele herhalingen is groot, maar dat neemt niet weg dat het wel zo is. Mogelijk niet voor alle varkenshouders, maar wel voor velen.

Bedrijfstakorganisatie Zentralverband der Deutschen Schweineproduktion (ZDS) zegt het ook en richtte zich – eveneens vorige maand – met een dringend appel tot tot de slachterijen, de vleeswarenfabrikanten en de handel, "om het risico dat de hele branche bedreigt in te zien en de varkenshouders niet met de buitensporige kostenbelasting alleen te laten zitten".

Een snelle aanpak in de vorm van een prijscompensatie voor de boeren is volgens ZDS-voorzitter Helmut Ehlen geboden . Deze compensatie had allang gerealiseerd moeten zijn. Daarmee moet worden voorkomen dat de varkenshouders het voor gezien houden en het bedrijf beëindigen. De gevolgen daarvan liggen al evenzeer voor de hand en blijven bovendien niet beperkt tot de primaire productie. ”Als deze drastisch terugloopt, zal dat ook nadelige effecten hebben voor de daarvan afhankelijke bedrijfstakken, van de stalbouwindustrie tot detailhandel,” aldus Ehlen.

Dat hij overdrijft lijkt onwaarschijnlijk, vooral omdat een uittocht uit met name de zeugenhouderij volgend jaar in een stroomversnelling kan komen door de groepshuisvestingsverplichting voor drachtige zeugen, die per 2013 van kracht wordt in de EU. Veel zeugenhouders moeten van de bouw van voorzieningen voor groepshuisvesting nog werk maken, maar als het geld daarvoor ontbreekt, is er maar één mogelijkheid: stoppen.

Fokkerijconcern German Genetic is daarover al net zo bezorgd als Bauernverband en ZDS. Het concern wijst er tevens op dat de nadelige consequenties van blijvende aard zullen te zijn, omdat ”een beëindiging van de biggenproductie normaal gesproken onomkeerbaar is”.

In de slachterijen en de veredelingsindustrie schijnt de boodschap tot dusver nauwelijks over te komen. Dat wordt waarschijnlijk in de hand gewerkt omdat de verwerkende sector de afgelopen jaren telkens grotere volumes aan de haak heeft kunnen brengen, waardoor het varkensaanbod en daarmee de varkenshouderij gegroeid is. Dat dit buiten kijf staat, blijkt uit de statistieken. Vorig jaar groeide het aantal geslachte varkens verder tot dik over de 58 miljoen ofwel 3,7 procent meer dan in 2009. Möller voorzag begin dit jaar in een prognose voor het lopende jaar een groei naar de 60 miljoen. Dat klinkt optimistisch en spoort in ieder geval niet met de pessimistische uitlatingen die dezelfde Möller vorige maand heeft gedaan. De groei in de verwerking van varkens in Duitsland is afgaande op de cijfers van de eerste vier maanden van dit jaar namelijk hoe dan ook aan het afvlakken. Volgens landbouwmarktbureau AMI kwamen in deze periode 19,25 miljoen varkens aan de haak. Dat zijn er slechts 40.000 meer dan in de periode januari-april vorig jaar. Opvallend is wel dat het aantal van buiten Duitsland aan de slachterijen geleverde varkens sterk inleverde. Tevens moet echter de dioxinecrisis in rekening worden gebracht. Een heleboel boeren konden gedurende langere tijd niet leveren omdat hun bedrijven in afwachting van laboratoriumtests op slot moesten.

Het zal onder alle omstandigheden interessant zijn om te zien hoe de volumes zich dit jaar in Duitsland verder ontwikkelen. Overigens moet ten aanzien van de bloei van slachterijen – met voorop Tönnies, Vion, Westfleisch en sinds kort ook Danish Crown door de inlijving van D&S Fleisch – ook worden aangetekend dat deze concerns zich niet meer volledig op de Duitse thuismarkt richten. De zelfverzorgingsgraad van Duitsland met varkensvlees overstijgt allang de 110 procent en dat betekent dat een beroep moet worden gedaan op afnemers in het buitenland. De exportactiviteiten beperken zich daarbij uiteraard niet tot de 10 procent die de Duitsers ’te veel’ hebben.

Of registreer je om te kunnen reageren.