Home

Achtergrond 276 x bekeken

Veel lessen te leren na Ehec

De tuinbouw had het crisisdraaiboek na de Moerdijkramp juist aangepast, maar kan daar nu een heel nieuwe bewerking op loslaten. De Ehec-besmetting en daarop volgende vraaguitval levert nieuwe vraagstukken en lessen voor de sector op.

Het is nog vroeg voor een evaluatie van de achtbaan rond de Ehec-uitbraak. Te vroeg stelt LTO, dat de nu volgende analyse te negatief vindt. De partijen op de markt hebben veel zaken gezamenlijk goed opgepakt en erger is voorkomen, stelt de organisatie. De afzetorganisaties werken inderdaad aan een crisiskartel om samen tot actief marktbeheer te komen. Misschien dat er uit zoveel ellende dan toch nog iets moois komt.

Toch kun je gevoeglijk stellen dat de sector niet ingesteld was op de risico’s van besmetting en zo’n marktverstoring. Was zo’n worst case scenario echt ondenkbaar als de voorbeelden in de Amerikaanse groentesector en ervaring met eerdere voedselhypes in dierlijke producten vertaald waren? Na de uitbraak was de afstemming met andere sectoren er wel en adviseerde varkenshouderijvoorzitter van LTO Annechien Ten Have om altijd transparant te communiceren, wat het ingestelde crisisteam ook deed.

In 2006 kwam de belangrijkste waarschuwing toen in de Verenigde Staten een vergelijkbare zaak speelde. Er vielen doden na het eten van spinazie. Supermarkten in Europa waarschuwden toen dat beleid voor microbiologische besmetting scherper moest. Afgelopen week verklaarde Anneke van de Kamp, lid van het crisisteam en hoofd consument en markt van het Productschap Tuinbouw, dat de sector de risico’s van microbiologische besmetting toch heeft onderschat. “We weten weinig van micro-organismen. Iedereen liet E.coli wel onderzoeken, maar niet duidelijk was of je daarmee Ehec vindt. Je moet wel weten wat je zoekt.” LTO Glaskrachtdirecteur Dick Hylkema maakt een kanttekening. Nederland heeft een sterk ontwikkeld voedselveiligheidsbeleid, stelt hij. Hij wijst er ook op dat de grootste schade kwam van verkeerde waarschuwingen van voedselautoriteiten. Dat is niet te voorzien, stelt hij.

Andere lessen liggen in de nasleep. LTO wil dat in het draaiboek komt te staan dat zoveel mogelijk bewijslast van het begin af aan wordt vastgelegd. Zo zijn de vrije telers tussen wal en schip geraakt. Gestort product of groen geoogste producten zijn tussen 1 en 10 juni niet bij deze telers gecontroleerd, omdat de eerste interventieregeling alleen voor georganiseerde telers gold. Nu moeten deze telers achteraf nog zoveel mogelijk bewijslast overleggen over gestorte producten om zo mogelijk toch een vergoeding te krijgen. Totdat het noodfonds van kracht werd, is door alle landen afzonderlijk naar bevinden gehandeld, stelde Van de Kamp. Europese richtlijnen waren er nog niet.

Ook zullen Nederlandse afzetorganisaties nog eens goed naar hun beleid in crises moeten kijken. Product blijven verkopen voor een paar cent - terwijl er een interventieregeling is - heeft bij telers de grootste schade veroorzaakt. De schadevergoeding uit het noodfonds geldt alleen voor interventiepartijen; het ligt voor de hand dat de commissie geen vergoeding geeft voor spotgoedkoop verkochte partijen, omdat het dan feitelijk de handel subsidieert.

Dan is er de kwestie van marktinstrumenten. De Nederlandse en Europese tuinbouw mist instrumenten om een crisis op te vangen. Deze crisis heeft aangetoond dat interventie terug moet op de Nederlandse menukaart. België had die mogelijkheid al ingebouwd. Tiny Aerts, voorzitter van de vakgroep glastuinbouw van ZLTO, ziet interventie het liefst in combinatie met een ophoudprijs door meerdere landen tegelijk uitgevoerd. Dat kan al in de huidige GMO-regelgeving, zo hebben de Belgen bewezen. “Met een ophoudprijs houdt je een bodem in de markt in stand, maar met interventie voorkom je dat oude partijen in de handel worden gebracht. Dat kun je overigens alleen doen als meerdere landen dezelfde maatregelen nemen.”

Bij de Belgen ging in deze crisis ook het een en ander mis. Er vond geen afstemming plaats en zowel de Belgen als Nederlanders probeerden door onderbieding klanten af te snoepen. Onbegrijpelijk, vindt Frugi Ventasecretaris Leo Welschen. “Bij GMO zijn er juist mogelijkheden prijzen af te stemmen. Ze staan in de verordening.” Ook dat is een les die geleerd kan worden.
Ook telers trekken lessen uit deze crisis. Bedrijven die in een vaste keten werken, liepen minder harde klappen op dan collega’s die voor de dagmarkt produceren. In de daghandel was weinig boodschap aan ethiek en werden partijen gekocht voor een paar cent. Hier is verdiend over de rug van telers. Verder werken aan ketenintegratie dus, al zullen banken dit afdwingen, omdat zij allergisch zijn voor deze nieuwe bedrijfsrisico’s van vraaguitval.

LTO ziet nog een andere les, die eigenlijk door de politiek getrokken moet worden. De sector heeft behoefte aan een onafhankelijk platform als het PT om aan crisisbeheer te doen met alle betrokken partijen. Onder druk van omstandigheden kwam in korte tijd het Nederlandse label Kontrollierte Klasse tot stand. Ook kwam extra collectieve promotie tot stand, waardoor het GroentenFruit Bureau en PT hun nut bewezen in een verder versnipperde markt. Aerts is daarom boos over het recente advies van Topteam Tuinbouw om het PT af te bouwen tot een collectie-instrument en kennisinstituut. “Wat nu is opgebouwd aan krediet in de crisis wordt zo weer afgebroken.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.