Home

Achtergrond 138 x bekeken

Van Ardenne: back to the roots

Agnes van Ardenne, oud-minister voor Ontwikkelingssamenwerking, gaat na vijf jaar werk voor de Wereldvoedselorganisatie (FAO) in Rome, terug naar de oorsprong.

Als kind van een Westlandse tuinder hielp ze haar vader in de kas, omdat die door kleurenblindheid de onrijpe groene tomaten niet kon onderscheiden van de verse rode vruchten.

Na haar uitstapje naar Rome is Van Ardenne terug in Nederland en is ze de kersverse voorzitter van het Productschap Tuinbouw. Bepaald geen erebaantje voor de 61-jarige Van Ardenne, die we vooral kennen als CDA-politica.

De productschappen liggen onder vuur. Er zijn ondernemers die zich verzetten tegen de verplichte heffingen. In de Tweede Kamer is onder meer regeringspartij VVD kritisch over het bestaansrecht van de zes bedrijfsschappen en 11 productschappen in ons land, waarvan de geschiedenis teruggaat naar de jaren vijftig.

VVD-minister Henk Kamp van Sociale Zaken moet voor september met een visie komen over de toekomst van de schappen, waar in Nederland zo’n 400.000 ondernemingen met 2 miljoen werknemers mee te maken hebben, of ze nou willen of niet.

”Ik ken Henk Kamp als collega-minister. Het aardige van hem is dat hij zich wil laten overtuigen. Het is dus aan mij om aan te tonen dat het Productschap Tuinbouw ook in deze tijd nog relevant is,” aldus Van Ardenne.

”De ondernemers hebben in een recente peiling kritisch en hard geoordeeld over het productschap. Dat is voor mij niet leuk, maar wel goed om te weten.” Voor Van Ardenne staat nu al vast dat het Productschap Tuinbouw, dat meer dan 30.000 ondernemingen omvat en 52 miljoen euro int aan heffingen, moet ”moderniseren”.

”We moeten meer gaan doen met minder geld”, zegt zij. Het kan best zo zijn dat ondernemers, zoals in de bloemensector, hun eigen producten ”promoten” en dat er ook andere activiteiten zijn, waarvoor ze het schap niet meer nodig hebben.

Maar Van Ardenne wijst er op dat minister Maxime Verhagen (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) de tuinbouw én de voedingsindustrie heeft aangewezen als twee van de negen paradepaardjes die de Nederlandse economie moeten vernieuwen.

”We moeten op zoek naar meer toegevoegde waarde door onze verdiencapaciteit te verbreden”, zegt Van Ardenne. Ze denkt dat het productschap met de kennis die het in huis heeft een bijdrage kan leveren aan de ’biobased economy’ of wel de productie van ’groene grondstoffen’.

De tuinbouw kan restproducten inzetten voor het maken van geneesmiddelen, bestrijdingsmiddelen en geur- en kleurstoffen, denkt Van Ardenne. Ook wijst ze op het project ’kas als energiebron’: Tuinders die groente telen en daarnaast groene energie leveren.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.