Home

Achtergrond 140 x bekeken

Minder geld, meer vernieuwing

Andere EU-premiëring is een impuls om succesvol andere wegen te bewandelen.

Nederlandse boeren krijgen na 2013 minder geld uit Brussel. Ten eerste omdat van het totale EU-budget straks een kleiner deel naar landbouw en plattelandsontwikkeling gaat. Ten tweede omdat van het beschikbare landbouwbudget meer naar nieuwe EU-lidstaten in vooral Oost-Europa gaan. Zoals het er in de net gepresenteerde Brusselse voorstellen uitziet, krijgt de Nederlandse landbouw straks niet meer jaarlijks €1 miljard toebedeeld. Niet meer de jaarlijkse €460 per Nederlandse hectare landbouwgrond.
Maar behalve dat de hoeveelheid geld die boeren krijgen verandert, wijzigt ook hóe ze dat krijgen. De EU-subsidie wordt minder vrijblijvend. Er moet wat tegenover staan, een concrete prestatie: landschapsbeheer, biodiversiteit, klimaatneutraal produceren. Het gaat om bovenwettelijke prestaties, waaronder LTO ook weidegang van melkvee wil rangschikken. Wie zijn dieren weidegang geeft, krijgt meer premie dan wie dat niet doet.
Vraag is nu hoe het nieuwe Gemeenschappelijke Landbouwbeleid te wegen. Telt alleen de lagere premie, of zijn er ook plussen? Voor het laatste is wel wat te zeggen. Twee voorbeelden:
 Het belonen van groene diensten stimuleert een wat bredere landbouw die zich en passant op een positieve manier in de kijker speelt. Behalve de koe in de wei zijn daar bijvoorbeeld beheer van natuur en van hernieuwbare energie. Dat levert een noodzakelijk beter imago.
 De druk op de subsidie heeft in de aardappelzetmeelsector extra druk gezet op innovatie, wat succes heeft opgeleverd in de vorm van hoogwaardige zetmelen voor de voedselindustrie en hoogwaardige plantaardige eiwitten. Die brengen de sector zodanig extra rendement dat de zetmeelaardappelteelt het straks zonder premie niet aflegt tegen de graanteelt.
De veranderende EU-premiëring kan gezien worden als een impuls om ingeslagen wegen met meer overtuiging te gaan bewandelen.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.