Home

Achtergrond 235 x bekeken

Landbouw op het scherp van de snede broodnodig

Klimaatverandering heeft effect op de oogstopbrengsten. Volgens Britse, Oostenrijkse en Duitse onderzoekers kan de landbouw een wezenlijke bijdrage leveren aan de productie van bio-energie. Maar hoe groot die bijdrage is, hangt van heel veel onzekere factoren af.

Als de dooddoener ’niets zo onvoorspelbaar als de toekomst’ ergens voor opgaat is het de vraag of en hoe de landbouw in staat is in 2050 de wereld te voorzien van voldoende voedsel. En daarbij: kan de landbouw dan ook nog een bijdrage leveren aan de energiebehoefte?

Oostenrijkse, Britse en Duitse onderzoekers hebben onderzocht in hoeverre het landbouwareaal in het midden van deze eeuw kan bijdragen aan de energiebehoefte. Ze zijn daarbij uitgegaan van de uitgangspunten van de wereldvoedselorganisatie FAO. Er zijn zoveel onzekere factroen, dat het moeilijk is een handzame prognose te doen, schrijven de onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Biomass and Bio-energy.

De opbrengst aan energiegewassen hangt af van de effecten van de klimaatverandering, maar ook van de veranderingen in de oogstopbrengsten en mogelijke veranderingen in het dieet van de mens.
In het onderzoek is als uitgangspunt genomen dat het landbouwareaal eerst en vooral wordt ingezet voor de voedselproductie. In welke mate landbouwgrond kan worden ingezet voor energiegewassen hangt nauw samen met de vraag naar voer voor de veehouderij. Als het dieet van de wereldbevolking verandert en de vleesconsumptie afneemt, heeft dat belangrijke impact.
Net zoveel onzekerheden hangen samen met de klimaatverandering. Hogere temperaturen kunnen tot hogere producties leiden, maar grilliger weer heeft ook vaker oogstverliezen tot gevolg. Een hoger CO²-gehalte in de atmosfeer kan bijdragen aan grotere oogsten, maar ook dat is onzeker (zie kader).

Bij hun berekeningen gingen de onderzoekers uit van drie opties: productie van energiegewassen op het huidige akkerbouwareaal, productie van energiegewassen op onbeteelde graasgebieden (zoals de Zuid-Amerikaanse steppes) en het gebruik van reststoffen van de voer- en voedselproductie.

De onderzoekers berekenen dat de landbouwbijdrage aan de energiebehoefte in 2050 in de orde van grootte van 100 exajoule per jaar kan liggen (in een range van 64 tot 161 exajoule). Dat is bijna net zoveel als eenvijfde van de wereldenergiebehoefte.

Als er slimme combinaties worden gemaakt tussen de gelijktijdige en geïntegreerde productie van voedsel- en energiegewassen, zou de energieproductie nog veel hoger kunnen zijn. Dat kan dat nog wel 60 procent hoger liggen, aldus de onderzoekers.

Er liggen grote mogelijkheden voor biomassaproductie in uitgestrekte extensief begraasde gebieden. Als je daar irrigatiemaatregelen en nieuwe agrarische technieken toepast, zou je een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de energieproductie, aldus de onderzoekers. De keerzijde is dat deze grootscheepse investeringen een enorme impact hebben. Op de ecologie en op de sociale samenhang . De kans is groot dat de verandering van het landgebruik de druk verhoogt op de ontbossing. Als al een beleid wordt ingezet om op die manier bio-energie te produceren, zal dat gepaard moeten gaan met robuuste maatregelen om ontbossing te voorkomen, aldus de onderzoekers.

Klimaatverandering kan gelijktijdig tot zowel oogstverliezen als opbrengstverhoging leiden. Een onzekere factor is het effect van CO²-fertilisatie – de mate waarin een hoger CO²-gehalte leidt tot meer groei in het gewas. CO²-fertilisatie kan in principe tot een hogere oogstopbrengst leiden. Of producenten ook daadwerkleijk een productieverhoging kunnen realiseren hangt af van ondermeer de beschikbaarheid van andere voedingsstoffen, in het bijzonder stikstof. Een positief effect van de klimaatverandering is te verwachten in gebieden die nu te koud zijn om gewassen te telen. Of CO²-fertilisatie daadwerkelijk leidt tot een hogere gewasopbrengst is onderwerp van een heftig wetenschappelijk debat. De onderzoekers doen er dan ook geen harde uitspraak over. Ze stellen wel dat bij het ontbreken van het effect van CO²-fertilisatie de oogstopbrengsten in tropische teelten zullen afnemen. De modelberekeningen houden geen rekening met nieuwe teelten die kunnen ontstaan.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.