Home

Achtergrond 164 x bekeken

’Label fatsoenlijke productie gaat ook over prijs’

Zoetermeer – Bart Jan Krouwel liet als eerste Fair Produce-voorzitter direct de conceptstatuten wijzigen van het plukkeurmerk voor champignons. De oud-Rabobank-directeur Duurzaamheid vertaalt het woord produce niet als groente en fruit, maar als (eerlijke) productie.

Fair Produce kan – na een introductie in de champignonsector – een label worden voor de hele landbouw, voor extra gecontroleerde, fatsoenlijke productie. De relatie tussen productie en opbrengstprijs is cruciaal in het model dat Krouwel voor ogen heeft en zo snel mogelijk wil uitrollen. Hij mikt daarbij op een duidelijke rol van retail en banken.

Want de huidige afzetstructuur leidt tot perverse prikkels, stelt Krouwel. ”Wat er nu gebeurt, is dat er vaak niet voor een reële kostprijs verhandeld wordt. Dat gaat dan ten koste van de marge van de bedrijven en dus ten koste van de continuïteit of de kwaliteit. Daar zitten risico’s aan, die ook voor banken niet aantrekkelijk zijn. Het Duitse veevoerbedrijf dat goedkope oliën bijmengde – wat leidde tot de Duitse dioxinecrisis eerder dit jaar – is nu failliet. Dat bedrijf is ongetwijfeld ook gefinancierd door een bank die dat verlies nu moet nemen.”

De land- en tuinbouw moeten laten zien wat ze doen, volledig transparant produceren en daarvoor beloond worden, bijvoorbeeld via contracten. ”Het gaat erom dat aangetoond wordt dat iets een bepaalde prijs moet opbrengen. Dat aan kwaliteitseisen en voorwaarden voor voedselveiligheid is voldaan, maar ook dat er fatsoenlijke arbeidskosten zijn en een normale verhouding tussen werkgever en werknemer.”

Krouwel wil wegblijven van de discussie over het uitknijpen van producenten door de retail. ”Het is nu een zwartepietenspel. We zouden de dialoog moeten aangaan om te zien hoe het werkelijk zit. Niemand heeft baat bij uitbuiting. Dat heeft geen enkele zin als je continuïteit wilt garanderen”

Een aantal brandende maatschappelijke thema’s kan via het keurmerk gereguleerd worden. Dat zal met lastige discussies gepaard gaan, maar het is nodig denkt Krouwel. Zo ontstaat steeds meer zorg over de relatie tussen volksgezondheid en consumptie van voeding. Dat is het geval bij het antibioticagebruik in de intensieve veehouderij, maar Ehec toonde aan dat dit thema ook in de groentesector sterk opkomt. ”Blijkbaar kunnen er risico’s zijn voor het humane welzijn door het eten van groente of vlees. Wat gaan we doen om de consument meer zekerheid te geven dat het product met het Fair Produce-keurmerk minder tot geen risico’s geeft voor de volksgezondheid?”

Krouwel wil snel tot een uitrol komen van het keurmerk. ”Sneller dan de meeste mensen verwachten.” Dan hadden ze maar niet een duurzaamheidsvoorzitter moeten aannemen bij het PPE, zegt hij. ”We moeten niet wachten met maatschappelijk verantwoord ondernemen tot zich incidenten voordoen. Mensen weten heel goed wat een Max Havelaar keurmerk betekent. We vinden het vanzelfsprekend, maar waarom is dat er niet voor Nederlandse producten? Als we kunnen garanderen dat Nederlands groente en vlees aan extra eisen voldoen kan dat een voordeel opleveren voor de concurrentiepositie in Duitsland.”

Krouwel stuit met zijn plannen voor een nieuw label gelijk op een dilemma, ook bij zichzelf. ”Er zijn al te veel keurmerken. Aan de andere kant is er niet één keurmerk dat alle elementen in zich draagt. We kennen een sterrensysteem voor dierenwelzijn, Max Havelaar is er voor boeren in de derde wereld, Milieukeur richt zich op milieu-elementen. Het zou plezierig zijn als we een keurmerk ontwikkelen dat dit breder trekt. Dat op alle onderdelen misschien niet het allerbeste scoort, maar als totaalscore wel. Het is eerlijker als een bedrijf een keurmerk krijgt als het in de breedte goed scoort. Een biologische boer kan nu groenfinanciering krijgen voor een vervuilende trekker, terwijl een gangbare boer die een trekker op biodiesel wil kopen, dat niet kan.”

Krouwel heeft na zijn eerste uitlatingen in de media veelvuldig gehoord dat hij een te brede focus heeft met Fair Produce. ”Het is een interessante uitdaging. Soms is het goed een ideaal na te jagen. Ik wil kijken of we andere keurmerken kunnen integreren. De consument moet de weg niet kwijt raken. Straks heeft iedere retailer zijn eigen keurmerk voor dierenwelzijn. De consument ziet nauwelijks het verschil meer, ook niet tussen een handelsmerk en een consumentenkeurmerk.”

Krouwel wil impulsen geven, gesprekken voeren, zaken aanslingeren. Gesprekken met retailers zijn al gestart. ”Hoe sneller we dingen doen, hoe meer kans er bestaat dat het kan overwaaien naar andere sectoren dan de champignonsector. Ik kan me voorstellen dat de Rabobank en het ministerie van ELI daar ook blij mee zijn.”
De Rabobank heeft al laten weten voorstander te zijn van uitrol van het keurmerk naar andere sectoren. De bank liet ook weten het keurmerk voor champignonbedrijven te willen gebruiken als voorwaarde voor financiering.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.