Home

Achtergrond 205 x bekeken

Boliviaanse regering gaat landbouw grondig hervormen

La Paz - De Boliviaanse regering gaat de landbouw grondig hervormen. Ze wil het land minder afhankelijk maken van voedselimport. Landbouwondernemers die sterk op export gericht zijn, zijn daar niet blij mee. Maar ook milieuactivisten en inheemse leiders hebben kritiek.

De nieuwe landbouwwet van de linkse president Evo Morales koppelt moderne, strikte normen en procedures aan oude, inheemse gewoontes. De klemtoon ligt daarbij op gemeenschappen en kleine producenten. De opslag van overschotten moet tegenvallende oogsten en internationale prijsschommelingen opvangen.

De resultaten zullen we over vijf jaar zien, zegt een van de architecten van het plan, Germán Gallardo, directeur-generaal van de afdeling Landbouwproductie en Voedselsoevereiniteit van het ministerie voor Plattelandsontwikkeling. Dan moeten de gemeenschappen voor 80 procent van de voedselproductie voor binnenlands gebruik kunnen instaan. "We willen de agro-industrie niet treffen, maar wel de kleine producenten versterken zonder dat dit ten koste van de grote gaat."

Gallardo spreekt van een "inclusief beleid dat de private, gemengde, individuele en collectieve producenten erkent." Alle producenten moet even makkelijk toegang krijgen tot bankleningen, technologie en zaden. Vandaag kunnen kleine producenten bijvoorbeeld hun kleine percelen niet als waarborg gebruiken om een lening te bekomen.

Het plan voorziet in een netwerk van opslagplaatsen, geïnspireerd door de pirwa, een traditionele opslagplaats die gemaakt is van lokale materialen en die producten gedurende langere tijd in hun natuurlijke toestand kan bewaren.

Voedsel invoeren
Het Internationaal Instituut voor Onderzoek naar Voedselbeleid (Ifpri) noemt Bolivia als een van de landen met "ernstige problemen" op het vlak van voedsel. En het Technisch Comité van de Nationale Raad voor Voedsel en Voedingsbeleid gaf vorig jaar aan dat ruim een kwart van de 10,4 miljoen Bolivianen aan chronische ondervoeding lijdt. Geen enkel Latijns-Amerikaans land doet slechter.

In 2010 produceerden de Boliviaanse landbouwers 271.330 ton tarwe, terwijl het verbruik 631.000 ton bedroeg, zegt het ministerie van Plattelandsontwikkeling.

Begin dit jaar hebben grote landbouwbedrijven hun investeringen flink teruggeschroefd. Dat was een gevolg van aanhoudende droogtes, terugkerende vorstperiodes, smokkel en exportbeperkingen. De regering moest daardoor de import opvoeren om voedseltekorten te vermijden.

Ggo's
De invloedrijke inheemse organisatie Conamaq vindt dat de nieuwe wet tekortschiet op het vlak van genetisch gemodificeerde gewassen (ggo's). "De genetisch gemodificeerde gewassen zullen een impact hebben op samenleving en gezondheid want ze veroorzaken stoornissen en kanker", zegt Conamaq-leider Rafael Quispe. Volgens Quispe maakt het gebruik van ggo's Bolivia bovendien afhankelijk van multinationals.

Edwin Alvarado, woordvoerder van de Liga voor de Verdediging van het Milieu (Lidema), wijst erop dat de nieuwe wet wel inheemse gewassen zoals quinoa beschermt maar dat men in de interpretatie van de wet ook andere variëteiten zoals suikerriet en katoen toestaat.

Lidema eist daarom bijkomende wetgeving die bescherming biedt aan Boliviaanse gewassen die zich aan de klimaatwijziging aanpassen en van het land een model voor "agrobiodiversiteit" kunnen maken.

Gallardo is het daarmee eens maar hij wijst erop dat de klok niet meer kan worden teruggedraaid voor gemodificeerde soja omdat die teelt al werd toegestaan tijdens de regering van Carlos Mesa (2003-2005). Vandaag is 86 procent van de geproduceerde soja in Bolivia gemodificeerd.

Of registreer je om te kunnen reageren.