Home

Achtergrond 258 x bekeken

Albert Jan Maat:  als iedereen meedoet, hebben we kracht

De Land- en Tuinbouworganisatie LTO Nederland is bezig met een organisatieverandering. Albert Jan Maat maakt de tussenstand op. ”De organisatie is een middel, geen doel op zich.”

Voorzitter Albert Jan Maat van LTO Nederland legt samen met de regionale voorzitters van LTO Noord (Siem Jan Schenk), de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie ZLTO (Hans Huijbers) en de Limburgse Land- en Tuinbouwbond LLTB (Noud Janssen) de laatste hand aan structuur voor een vernieuwde organisatie, op de leest van adviseurs Cees Veerman en Pieter Winsemius.

Eén van de adviezen van de oud-bewindslieden heeft hij voorlopig even in de ijskast gezet. Maat vindt het verhuizen naar een pand met meer uitstraling het sluitstuk. ”Ik heb liever dat mensen het huidige kantoor uitlopen en kijkend naar het pand positief over ons oordelen, dan dat ze bij een representatief gebouw zeggen: ’in zo’n pand hadden we toch meer verwacht’.”

Eigenlijk wil Maat niet praten over de organisatie van de belangenbehartiging. Het gaat hem om de belangen zelf, dáár moet het over gaan. Maar toch is het belangrijk om zaken goed met elkaar af te stemmen. ”Het kan niet zo zijn dat een besluit door de ene bestuurder als een afspraak wordt ervaren, terwijl de ander het als een interessante gedachtenoefening beschouwt.”

Alle geledingen binnen de organisatie hebben hun sterke punten en iedereen kan van de ander leren, vindt Maat. ”De afgelopen maanden hebben we veel tijd gestoken in het onderlinge vertrouwen. De bestuurders hebben elkaars nieren kunnen proeven, ze hebben gezegd hoe ze over elkaar denken en wat ze van elkaar verwachten. We hebben afgesproken dat we in elkaar investeren. Vertrouwen is essentieel. De organisatie is een middel, geen doel op zich.”

Het woord vertrouwen komt een paar keer terug in het gesprek op de vierde verdieping van het pand van LTO Noord in Zwolle. Maat heeft andere situaties gekend. Toen hij in de organisatie kwam na het vertrek van voorzitter Gerard Doornbos en interim-voorzitter Bart Jan Constandse, moest hij spitsroeden lopen. Hij weidt er niet over uit, ”maar dat eerste jaar was zeker niet altijd plezierig”, zegt Maat met gevoel voor understatement.

Het advies van Veerman en Winsemius heeft duidelijk gemaakt wat de speerpunten voor de komende vijf jaar zijn. Duurzaam ondernemerschap is de kern. De belangen van de Nederlandse landbouw liggen volgens het advies in verduurzaming, goed werkgeverschap, onderzoek en onderwijs, ruimtelijk beleid en internationaal landbouwbeleid.

De LTO-voorzitter vindt dat de belangenorganisatie het voortouw moet nemen en waar nodig de ondernemers moet stimuleren stappen te zetten. ”Het is onze taak de ondernemers mee te krijgen. Dat eist ontiegelijk veel denkwerk.”

Hij noemt de toekomstige schaarste aan voedsel, energie, grondstoffen en arbeid als vier wezenlijke elementen voor boer en burger. Agrarische ondernemers hebben die elementen zelf nodig, maar ze kunnen ze ook produceren. ”De precisielandbouw is nu nog iets waar een paar voorlopers zich mee bezig houden. Maar straks is dat voor iedere boer van belang. Als het gaat om mestverwerking zal uiteindelijk elke veehouder zijn eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Energie heeft iedereen nodig, het zou mooi zijn als wij als land- en tuinbouw zoveel energie produceren dat we voor de regionale stroomvoorziening de spil worden. Geen stal of schuur zonder zonnepanelen en vergisting.”

Maar ook moet het slot eraf voor bedrijven rond Natura 2000-gebieden. Het frustreert veehouders en het bevordert niet een gezamenlijke aanpak voor biodiversiteit en landschap met anderen, kortom het frustreert vernieuwing.

Het hart van de vernieuwde organisatie is de Federatieraad, met de drie regionale voorzitters, vertegenwoordigers van twee plantaardige en twee dierlijke vakgroepen en daarnaast nog extra vertegenwoordigers voor LTO Noord (2) en ZLTO (1). De drie voorzitters en de landelijk voorzitter vormen het boegbeeld.

Maat hamert op goede samenwerking met andere belangenorganisaties van werkgevers, zoals VNO-NCW en MKB. Op dat punt kan LTO leren van de ervaringen die LLTB in Limburg heeft opgedaan. De LLTB is als organisatie veel nauwer verweven met de rest van ondernemend Limburg, zegt Maat.

Net zoals de ZLTO een sterke antenne heeft voor en veel heeft geïnvesteerd in verwerking en maatschappelijke acceptatie. LTO Noord heeft geïnvesteerd in ledenbinding en sectorale betrokkenheid.

Aan de andere kant moet ook de agribusiness de krachten bundelen. ”Agribusiness heeft in feite de afgelopen verkiezingen en bij de kabinetsformatie meegelift op wat wij deden. Wij waren zichtbaar tijdens de formatie. Het resultaat is ook zichtbaar in het regeerakkoord. Maar het lijkt mij niet verstandig als de agrarische industrie nog twee verkiezingen met ons meelift.” Ons werk is organisatorisch pas af als we op de grote dossiers, waaronder overbodige regelgeving, maar ook toekomststrategie, samen optrekken. Zowel op de markt als in de samenleving lopen onze belangen parallel. Het is een gemiste kans als we niet veel meer samen optrekken, ook in Brussel en Den Haag.

Hij wil het positief zeggen: als iedereen meedoet, kun je een krachtiger signaal afgeven. In het verleden zag hij dat grote bedrijven bij elkaar zaten, maar dat een aantal bedrijven niet meedeed. Het geloof in overlegplatforms is hij ondertussen wel kwijtgeraakt. ”Als je dan een brief moet schrijven, ben je over drie weken nog niet klaar.”

Dat Maat zelf geen ondernemer is, is hem wel eens voorgehouden – maar dat steekt hem niet. ”Mijn kracht is deals sluiten en perspectief bieden. Contacten leggen en samen met anderen richting geven aan een sterke positie voor land- en tuinbouw. Als je via de krant je succes moet halen, heb je de eerste slag al verloren.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.