Home

Achtergrond 233 x bekeken

Patstelling Kootwijkerbroek,
waarom het onderzoek er nooit kwam

Opnieuw praten ministerie en de Kootwijkerbroekse onderzoeksstichting over de instelling van een onafhankelijke commissie die antwoord moet geven op de vraag over de vaststelling dat er MKZ was, wel terecht is. Eerder smoorde overleg tussen ministerie en Kootwijkerbroek in een patstelling, waardoor de onafhankelijke onderzoekscommissie, die iedereen wil, er toch niet kwam. Een reconstructie op basis van vrijgegeven documenten.

De kiem voor het conflict is op 28 maart 2001 gelegd, toen de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (inmiddels opgegaan in de Voedsel en Waren Autoriteit) een bedrijf in Kootwijkerbroek besmet verklaarde met MKZ.
Dat feit had grote gevolgen voor de bedrijven in een straal van twee kilometer rondom het besmette bedrijf. Volgens het toen geldende regime werden alle voor mond- en klauwzeer bevattelijke dieren geruimd: in totaal ongeveer 55.000 dieren.

De vaststelling van mond- en klauwzeer in Kootwijkerbroek wordt tot op de dag van vandaag betwist. Een lokale onderzoekscommissie (Stichting Onderzoek MKZ-crisis Kootwijkerbroek) heeft haar tanden in het dossier gezet - en niet zonder succes. Hoewel nog steeds niet is weerlegd dat er sprake was van mond- en klauwzeer, heeft de stichting wel veel gegevens over het dossier boven tafel gekregen, die het ministerie niet van zins was vrij te geven. Keer op keer weet de onderzoekscommissie de twijfel over de uitbraak aan te wakkeren.

Het ministerie - overtuigd van zijn eigen gelijk - wil een eind aan de voortdurende en langdurige juridische strijd, ook omdat het voor de ondernemers in Kootwijkerbroek van belang is vooruit te kijken. Met die insteek zei staatssecretaris Henk Bleker bij de vertoning van een film over de MKZ-crisis in Kootwijkerbroek, dat hij wel voelt voor de instelling van een onafhankelijke onderzoekscommissie, die voor beide partijen het finale antwoord moet geven.

Henk Bleker is na Laurens Jan Brinkhorst, Cees Veerman en Gerda Verburg de vierde bewindspersoon die het dossier Kootwijkerbroek in zijn portefeuille heeft. Maar hij is niet de eerste die open staat voor de instelling van een onafhankelijke internationale onderzoekscommissie, die finale klaarheid moet brengen.

Eind 2002 deed Cees Veerman ook een poging. Tegen het advies van zijn ambtenaren in, zei hij zelf. Welke adviezen zijn ambtenaren in 2002 en 2003 gaven wil het ministerie ook nu nog niet zeggen. De ambtelijke stukken moeten volgens de staatssecretaris binnenskamers blijven, “omdat openbaarmaking van de onderhavige persoonlijke beleidsopvattingen niet in het belang van een goede en democratische bestuursvoering is.”

De Kootwijkerbroekse stichting dacht eind 2002 dat er eindelijk klaarheid in de smeulende kwestie zou komen, toen Veerman publiekelijk meldde dat de Kootwijkerbroekse betrokkenen recht hadden op volstrekte openheid, “tot in de haarvaten van het onderzoek”.

Tussen het ministerie en de Kootwijkerbroekse onderzoekers werden in december 2002 en januari 2003 zeker drie vertrouwelijke gesprekken gevoerd over de instelling van een onafhankelijke onderzoekscommissie. Afgesproken werd dat over de gesprekken niets naar buiten werd gebracht, anders dan dat er gepraat werd. Notulen of weerslagen van die gesprekken heeft het ministerie niet. De Commissie Onderzoek MKZ-crisis Kootwijkerbroek beschikt wel over concept-verslagen, waaruit blijkt dat de partijen weliswaar met elkaar praten, maar dat er nauwelijks sprake is van toenadering. Het begint al bij de afbakening van het gespreksonderwerp, waarbij Harry Paul (toenmalig directeur Voedings- en Veterinaire aangelegenheden) vindt dat alleen de juistheid van de laboratoriumuitslag centraal moet staan. De Kootwijkerbroekse delegatie wil veel breder kijken: ook de communicatie over de uitslag en het bestrijdingsbeleid moet onderdeel zijn van het gesprek. Het is het eerste van verschillende geschilpunten die in het gesprek naar voren komen.

Er volgen zeker twee, mogelijk drie gesprekken om klaarheid te brengen. Doel is om bij het bezoek van minister Veerman aan Kootwijkerbroek op 30 januari 2003 met iets concreets op tafel te komen. Een week voor het bezoek constateert Veerman in een brief aan burgemeester Burgerink van Barneveld dat de zorgvuldigheid zoveel tijd vereist, dat hij op 30 januari nog geen openheid kan geven. “Ik benadruk echter nogmaals dat ik de openheid die nodig is om de twijfel weg te nemen, zal geven. Ik merk op dat er voortgang wordt geboekt in het overleg en heb vertrouwen in de goede afloop.”

Na het bezoek van de minister komt de discussie op gang onder welke voorwaarden een onafhankelijke onderzoekscommissie aan het werk kan. Op 21 februari is er een overleg, waarin de verschillende eisen van twee Kootwijkerbroekse stichtingen en de voorwaarden van het ministerie op tafel komen. De minister destilleert daaruit een onderzoeksopdracht, waar zowel de Stichting Onderzoek MKZ-crisis Kootwijkerbroek, als de Stichting MKZ Kootwijkerbroek hun handtekening onder moeten zetten. De onafhankelijke internationale onderzoekscommissie krijgt als belangrijkste vraag mee of de MKZ-diagnose in Kootwijkerbroek terecht is gesteld. De commissie kan - om zekerheid te krijgen over de vraag of monstermateriaal van de juiste dieren is onderzocht - daartoe ook DNA-onderzoek laten verrichten. De Kootwijkerbroekse stichtingen en de minister zouden zich aan de bevindingen van de commissie moeten committeren.

Dan blijft het even stil - mede vanwege de uitbraak van vogelpest. Maar uiteindelijk op 31 maart - te laat volgens minister Veerman - reageert de Stichting Onderzoek MKZ Crisis Kootwijkerbroek met een antwoord op het voorstel van Veerman. De stichting komt met een geheel eigen convenant, waarbij niet alleen een onafhankelijke onderzoekscommissie wordt ingesteld, maar ook een stuurgroep - die gedurende het onderzoek het recht heeft om leden van de onderzoekscommissie te vervangen, als er twijfel ontstaat over de juistheid van de werkwijze van leden van de commissie.
De stichting stelt ook een veel ruimere onderzoeksopdracht voor die niet alleen gericht is op de juistheid van de MKZ-diagnose. De stichting wil dat alle documenten die de internationale onderzoekscommissie mag inzien, ook beschikbaar komen voor de stichting.

De reactie van de stichting doet voor de minister de deur dicht. Hij komt begin april in een brief aan de Tweede Kamer met de mededeling dat er geen onderzoek komt, omdat de stichting voorwaarden stelt die hij niet kan overnemen. Volgens Veerman wil de stichting bij voorbaat de onafhankelijkheid van de internationale onderzoekscommissie ondermijnen. De Kootwijkerbroekse stichting reageert verbijsterd. “Wij hadden verwacht dat het instellen van de commissie in goed overleg zou gebeuren, maar de voorwaarden werden door de minister gedicteerd. Het was slikken of stikken.”

De minister op zijn beurt is geïrriteerd over de stichting. Het begint er al mee dat de stichting niet tijdig heeft gereageerd op zijn voorstel. Pas nadat de minister daar nog eens aan heeft herinnerd en opnieuw een week de tijd geeft voor een antwoord, komt er een reactie - maar wel bijna een week na de termijn die de minister heeft gesteld. Het steekt Veerman dat de stichting wel een onafhankelijke onderzoeksstichting wil, maar tegelijk zelf ook alle (vertrouwelijke) stukken in wil zien. Dat acht de minister - nog los van de juridische implicaties - niet wijs, gezien de misverstanden die zijn ontstaan na de vrijgave van eerder stukken. “De alsdan te verwachten misinterpretaties zouden de onduidelijkheden die in Kootwijkerbroek omtrent de MKZ-testuitslag leven alleen maar doen toenemen”, aldus Veerman.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.