Home

Achtergrond 184 x bekeken

Grote tekorten aan zoet water verwacht

Met de opwarming van de aarde stijgt de verdamping en daarmee de behoefte aan zoet water. Maar de aanvoer van water stagneert. Gevolg: zelfs het natte Nederland loopt de komende decennia kans op structurele problemen met droogte.

Een hogere zeespiegel is niet het enige gevolg van de klimaatverandering die Nederland treft. Er zijn ook grote gevolgen voor de zoetwatervoorziening in Nederland, en dus voor de land- en tuinbouw. Onderzoeksintituut Deltares heeft in het kader van het Deltaprogramma een eerste inventarisatie gemaakt van de knelpunten die deze eeuw kunnen ontstaan.

De gevolgen kunnen dramatisch zijn. Neerslagtekorten van honderden millimeters in de zomer, zoutschade in de kuststreek en in de polders en droogteschades vele malen hoger dan nu al in droge zomers voorkomen. Om dat enigszins te compenseren, is er in 2050 al negen keer zo veel beregeningswater nodig.

En dat is er niet, want daar is het waterbeheersstelsel niet op berekend. Bovendien voeren de Rijn en de Maas straks veel minder water aan – nog maar net voldoende voor de scheepvaart en voor het tegenhouden van het zoute zeewater in de open zeegaten zoals de Nieuwe Waterweg. Uiterwaarden zullen hierdoor sterk verdrogen.

Deltares heeft twee klimaatscenario’s doorgerekend; een mild en een heftig scenario. Voor elk van beide is de kans even groot dat ze werkelijkheid worden. Bij het milde scenario nemen de problemen met de watervoorziening wel toe, maar niet dramatisch. Bovendien zijn de extra problemen dan niet toe te schrijven aan het veranderende klimaat, maar aan menselijke invloeden zoals toenemende bebouwing en bodemdaling door inklinkend veen.

Bij het heftige scenario liggen de zaken heel anders. De neerslag valt op het verkeerde moment en op de verkeerde plek.

De landbouw is een grootgebruiker van water en dus kwetsbaar voor tekorten. Per hectare verdampt een landbouwgewas in de open lucht in een gemiddeld jaar ongeveer 5.000 kubieke meter ofwel 500 millimeter. Met ruim twee miljoen hectare landbouwgrond is dit een watervraag van meer dan tien miljard kubieke meter.

Natuur is ook een grote watervrager. Bij 613.000 hectare (omvang van de EHS) is 2,6 tot 3,4 kubieke kilometer water nodig, ofwel vijftien procent van de jaarlijkse verdamping in Nederland. Industrie en drinkwater vergen daarentegen veel minder water.

Overigens is in Nederland het meeste water nodig voor heel simpele maar niet minder belangrijke zaken: het grondwaterpeil hoog houden omdat anders funderingen droog komen te staan, en het watersysteem doorspoelen. Dit laatste om ophoping van verontreiniging tegen te gaan en om zout kwelwater weg te spoelen.

Afhankelijk van het scenario zal de droogteschade in de landbouw fors toenemen. In het W+-scenario zal de schade in 2050 deze drie keer zo hoog zijn als nu, in een gemiddeld jaar.
Beregening is voor boeren de voordehandliggende methode om die droogteschade te voorkomen. Daar zijn gigantische hoeveelheden water voor nodig: in 2050 zou 2,1 kubieke kilometer extra oppervlaktewater nodig zijn in plaats van de nu gebruikte kwart kubieke kilometer.

Over de gevaren van verzilting is het rapport genuanceerd. De zoutschade neemt sowieso toe, maar die valt in het niet bij de schade door vochttekort. Bovendien is verzilting een regionaal probleem van ruwweg de brede kuststrook, Zuidwest- en West-Nederland en de Flevopolders. De zoutschade neemt door de klimaatverandering in die gebieden wel toe, maar het areaal met verziltingsproblemen niet.

Het zout komt uit de ondergrond en via de open verbindingen met zee. Normaliter wordt water ingelaten bij Gouda, uit de Hollandse IJssel. Maar bij de verwachte afnemende afvoer van de Rijn wordt het daar steeds zilter. De periodes waarin inlaat onmogelijk wordt, worden langer. Dit jaar is men er met kunst en vliegwerk in geslaagd via andere wegen nog zoet rivierwater in te laten. Dat zal dan waarschijnlijk niet meer lukken.

Tegelijk daalt het grondwaterpeil, vooral in hoge zandgebieden. De daling kan een meter bedragen. In poldergebieden zal de stand meer fluctueren, net als die van het slootpeil.

De studie is een globale inventarisatie; de regionale uitwerking volgt nog. De regering wil pas in 2014 besluiten nemen over het Deltaprogramma. In de aanloop daarnaartoe kan het getouwtrek om het schaarser wordende zoete water beginnen. Nu al bestaat er een zogeheten verdringingsreeks, een rangorde in de doelen waarvoor beschikbaar water kan worden ingezet. De landbouw staat samen met onder meer binnenvisserij en waterrecreatie achteraan de rij.

Droogtegevaar blijft
Sommige waterschappen heffen hun beregeningsverboden al op, maar er zijn nog steeds enkele belangrijke factoren die wijzen op droogtegevaar. Dat stelde Herbert Berger van de Landelijke Coordinatiecommissie Waterverdeling (LCW) van Rijkswaterstaat dinsdag op een bijeenkomst in Utrecht.
In Zwitserland is afgelopen winter zeer weinig sneeuw gevallen. Daardoor staat de waterstand in de grote Zwitserse meren nu op een extreem laag niveau. Naar verwachting gaat de afvoer van de Rijn bij Lobith van 1.100 naar 1.300 kuub per seconde, maar ook dat is nog erg weinig, aldus Berger. “We hebben geen reden om blij te zijn. Het is nog steeds de één na laagste waarde sinds begin vorige eeuw.” De situatie blijft volgens hem zorgelijk, zeker in combinatie met de lage grondwaterstand, het nog altijd grote neerslagtekort en de langetermijn-weersvooruitzichten met kans op nieuwe droogte.














style='border-collapse:collapse;table-layout:fixed;width:375pt'>































































































Veranderingen
in twee klimaatscenario's
   
  Scenario G Scenario W+
wereldwijde
temperatuurverandering tot 2100 (tot 2050 steeds de helft)
+ 2 graden + 4
graden
hoeveelheid
neerslag per jaar
+ 7 % + 28 %
verdamping + 7 % + 30 %
zeespiegel + 35-60 cm + 40-85 cm
hoeveelheid
neerslag in de zomer
+ 6 % - 38 %
gemiddelde
zomertemperatuur
+ 1,7 + 5,6
windsnelheid
winter
- 1 % + 8 %
gemiddelde
wintertemperatuur
+1,8 + 4,6
neerslagtekort
zomer (2050)
50 - 100 mm (gelijk aan nu) 150 - >225 mm
laagste
grondwaterstand
  - 1 meter
waterafvoer
Rijn in de zomer
neutraal - 50%
waterafvoer
Maas in de zomer
neutraal - 75 %
aantal
dagen dat bij Gouda het water te zout is om binnen te laten
neutraal 70 dagen per zomer
droogteschade
in gemiddeld jaar in de landbouw (in 2050)
neutraal + 200 %
behoefte
aan beregeningswater (in 2050)
neutraal + 800 %








Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.