Home

Achtergrond 797 x bekeken

Focus Verbeek op groei thuismarkt

Verbeek Broederij en Opfok opende begin dit jaar de nieuwe broederij in Zeewolde. Het bedrijf kan wekelijks 600.000 henkuikens leveren. Verbeek wil zelf meer van deze kuikens opfokken tot leghen. De groeimarkt ligt dicht bij huis: Duitsland en Polen.

In de actieradius van 24 uur zit de groei voor Verbeek Broederij en Opfok. Met het gecertificeerde transport kunnen jonge leghennen naar elke bestemming in Europa binnen één dag. Het bedrijf zet vooral in op Duitsland en Polen.

”Wij kiezen voor vergroten van de thuismarkt”, zegt algemeen directeur Pieter Kruit. Tot de thuismarkt van opfokhennen rekent hij Noordwest-Europa. Italië is voor de afzet van hennen minder interessant. ”De markt is anders, met een eigen opfokstructuur. We leveren wel kuikens”, zegt Kruit.

Verbeek Broederij en Opfok heeft niet de ambitie om wereldspeler te zijn. Natuurlijk gaan er kuikens naar derde landen, afgelopen jaar circa 20 procent van het totale aantal. Maar dat is een ’bij-effect’ om de thuismarkt optimaal te kunnen bedienen. ”Export is niet echt een doel”, aldus Kruit. Op de lijst staan Oekraïne, Kazachstan en landen in Afrika en Midden-Oosten. Deze markt is fragiel. Bij elk serieus gerucht van vogelgriep dreigt een grenssluiting, met een fikse schadepost tot gevolg. Zoals bijvoorbeeld in mei bij de melding van vogelpest, die al snel de laag pathogene vorm bleek. ”Voor het buitenland is AI (Avaire influenza) AI. De vorm maakt niet uit”, licht hij toe.

Ook uit concurrentie-overwegingen is export niet interessant. Op veel plaatsen staan grote broederijen. ”Ons product is duur voor de afnemers vanwege transportkosten”, legt Kruit uit. ”Op de kostprijs van 50 cent komt er 40 tot 50 cent bij. Waarom we toch kunnen leveren? Soms is er plotselinge vraag. Wij zijn flexibel. We kunnen ook grote partijen leveren. Wij leveren bovendien kwaliteit.”

De nieuwe broederij in Zeewolde biedt de mogelijkheid de groei te realiseren. Staatssecretaris Henk Bleker opende 17 januari het complex. Verbeek kan er nu op jaarbasis 30 miljoen henkuikens uitleveren; dit komt overeen met 600.000 per week. Hiervoor is een broedcapaciteit van 75 miljoen eieren nodig. De locatie heeft een groeimogelijkheid naar 40 miljoen leghenkuikens.
Het bedrijf sloot in februari de broederij in Lunteren. De inrichting uit 1985 paste niet meer bij de moderne maatstaven. In 2010 leverde Verbeek 26 miljoen henkuikens. Veruit het grootste deel, 18 miljoen, vond een bestemming in de Benelux. ”40 procent van de leghennen in Nederland komt bij ons vandaan”, zegt Kruit. Dat marktaandeel moet verder groeien.

Vooral de opfok tot 18-weekse leghen is een interessante markt. Verbeek fokt nu ruim de helft (14 miljoen) van de henkuikens op tot leghen. Het bedrijf heeft daarvoor contracten met zelfstandige opfokkers. Zij ontvangen een vergoeding per goed afgeleverde hen. ”Wij streven naar 60 procent opfok”, zegt Kruit. ”Duitsland en Polen zijn daarbij als afnemers in beeld.”

De broedeieren komen van gecontracteerde vermeerderingsbedrijven. Twintig bedrijven in pluimveeluwe gebieden verspreid over het land, leveren jaarlijks ruim 80 miljoen eieren. ”De moederdieren zijn niet alleen onze trots, maar ook het belangrijkste kapitaal van ons bedrijf”, zegt Kruit. De dieren krijgen speciaal voer.

Het hele proces is strak gestuurd. Qua logistiek. Voor de leghennen van 2013 moeten nu de broedeieren van moederdieren worden besteld. Ook de inleg en opfok gaat volgens een spoorboekje. De broederij werkt alleen op bestelling. En wat het productiepoces aangaat. Verbeek is gecertificeerd met een NEN-ISO 9001-certificaat voor de totale organisatie. De NEN-ISO 22000-norm garandeert de voedselveiligheid.

Verbeek Broederij en Opfok volgt de ontwikkelingen in de pluimveemarkt op de voet, zoals de uitvoering van het kooiverbod per 1 januari 2012. Met name België loopt nog ver achter, maar ook uit landen als Italië, Spanje Portugal en Polen komen berichten dat nog steeds kooien worden bevolkt. Verbeek fokt geen hennen meer op voor traditionele kooihuisvesting. ”Wel leveren we henkuikens, zodat we niet altijd weten wat onze afnemers ermee doen”, zegt Kruit.

Ingrepenbesluit
Een punt waar de Pieter Kruit, directeur van Verbeek Broederij en Opfok, zich echt zorgen over maakt is het Ingrepenbesluit. ”Het zou onverstandig zijn het snavelkappen te verbieden. Bij een verbod is het bloedbad niet te overzien”, waarschuwt hij, verwijzend naar de verenpikkerij. ”Pluimveehouders moeten eerst leren omgaan met het houden van volièrekippen. Ook het management van een volièrestal is anders. Het voer krijgt een andere samenstelling. De reststromen uit de humane voeding zijn niet langer geschikt. Voor een onbehandelde kop is een hogere kwaliteit voer nodig. De sector staat nog in de kinderschoenen. Tevens dient de fokkerij nog de nodige tijd te krijgen om op het gewenste pikgedrag te fokken.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.