Home

Achtergrond 647 x bekeken

Zoektocht naar genen van wildespinaziesoorten

Veredelaars hebben meer herkomst nodig voor de ontwikkeling van nieuwe spinazierassen. Daarom gaan wetenschappers op zoek naar Spinacia tetrandra, een wilde soort die verwant is aan spinazie. Ze reizen af naar Azerbeidzjan, Georgië en Armenië.

Wetenschappers zijn op expeditie naar Azerbeidzjan, Georgië en Armenië. Ze zijn op zoek naar Spinacia tetrandra, een wilde soort die verwant is aan onze spinazie. De veredelaars hebben dringend meer ’herkomsten’ nodig voor ontwikkeling van nieuwe rassen. Eerder zocht de groep wetenschappers in Oezbekistan en Tadzjikistan al naar exemplaren van de Spinacia turkestanica.

Van beide wilde spinaziesoorten zijn wereld in genenbanken maar ongeveer dertig unieke zaadmonsters aanwezig. Het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) van Wageningen UR (CGN) werkt nauw samen met lokale onderzoekinstituten in Azerbeidzjan, Georgië en Armenië.

De wilde soort van de Spinacia tetrandra heeft waarschijnlijke eigenschappen die heel waardevol zijn voor de veredeling van spinazie en het onderzoek aan deze groente, meldt Wageningen UR. De expeditie duurt vier weken en hoopt op tientallen zaadmonsters.

Volgens Chris Kik, ’schatbewaarder’ van de groentegewassen van de Nederlandse genenbank zijn de Trans-Kaukasus en Centraal-Azië belangrijke oorsprongsgebieden van spinazie. ”Beide gebieden tezamen zijn het genencentrum noemen van spinazie”, zegt hij. ”De planten van de wilde­spinaziesoorten hebben waarschijnlijk hele waardevolle eigenschappen voor de veredeling. We hopen bijvoorbeeld wilde spinazie te vinden die extra weerstand heeft tegen ziekten en plagen. Daarmee kunnen we de voedselproductie weer een stapje zekerder én duurzamer maken.”

Het genencentrum levert met het verzamelen van wilde spinaziesoorten ook een bijdrage aan het behoud van diversiteit van de soorten, vooral omdat de milieus waar ze in voorkomen kwetsbaar zijn, legt Kik uit. ”In Centraal-Azië groeit de wilde spinazie langs niet-bemeste en niet-geïrrigeerde akkers. Op het moment dat de boeren deze akkers gaan bemesten en irrigeren om hogere gewasopbrengsten te realiseren, ontstaat het risico dat de soort zal uitsterven.”

De expeditie in 2008 in Oezbekistan and Tadzjikistan leverde uiteindelijk 70 wilde verwanten van de Spinacia turkestanica op. Kik: ”Samen met veredelingsbedrijven en instituten onderzoeken we nu hoe waardevol het materiaal is voor de veredeling en het onderzoek”.

Voor de meeste consumenten is er maar één soort verse spinazie: de spinazie die in de winkel ligt. Bij appels zijn de verschillende rassen te herkennen, maar bij spinazie lukt dat niet zo gemakkelijk.
Kik: ”En toch is ook bij spinazie veel variatie te vinden. De spinazie die je nu in de winkel vindt, is aangepast aan onze wensen van nu. Wensen van consumenten, handelaren en telers. De spinazie moet passen bij de smaak van nu, goed in te vriezen zijn en ga zo maar door. Die wensen veranderen continu. En dan is het maar de vraag of de veredelingsbedrijven spinazie in huis hebben die aan de nieuwe wensen voldoet."

"Als dat niet zo is, zullen ze nieuwe types, nieuwe rassen, moeten ontwikkelen. Dan is het heel belangrijk om ook met wilde soorten te kunnen kruisen. Dan krijg je ’nieuw bloed’ en kunt je spinazie ontwikkelen die andere eigenschappen heeft dan de spinazie die je nu in de winkel vindt.”

Nederlandse genenbank

De Nederlandse genenbank heeft veel zaden van groentegewassen, wereldwijd is het een van de topgenenbanken in de groente. Van spinazie heeft de genenbank zaden van maar meer dan 400 verschillende spinazieherkomsten: van moderne en oude rassen, van landrassen én van wilde soorten. Daarmee is de Nederlandse genenbank de grootste spinaziegenenbank van de wereld. Die zaden worden gebruikt voor veredeling en onderzoek bij bedrijven en instituten over de hele wereld.

Per jaar krijgt het Centrum Genetische Bronnen, Nederland zo’n 350 verzoeken om spinaziezaden, voor onderzoek en voor veredeling.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.