Home

Achtergrond 345 x bekeken 1 reactie

Niemand zit te wachten op windmolen in achtertuin

De windmolens leken begin eenentwintigste eeuw de grond uit te schieten. Ook nu komen er nog steeds meer bij, maar de ontwikkeling stokt. In 2010 werd minder windenergie opgewekt dan in 2008 en 2009, terwijl er een fikse groei verwacht was.

Duurzame energie is populair, steeds meer mensen willen groene stroom of groen gas. Vorig jaar werd voor een kwart van het Nederlands energieverbruik om duurzame energie gevraagd. Dat wordt in Nederland bij lange na niet geproduceerd, dus er moet veel energie geïmporteerd worden. Windenergie is goed voor zo’n 9 procent van de Nederlandse duurzame energieproductie.

De vraag is er, maar het aanbod blijft achter. Want de ontwikkeling van de productie van windenergie stokt. Tussen 2002 en 2008 was er jaarlijks een fikse groei. Maar in 2009 en 2010 bleef die groei achter. Deskundigen noemen verschillende redenen voor die stagnatie.

Er zijn veel tegenstanders van windmolens op land. De provincie Friesland besloot vorige maand bij de aantreden van het nieuwe college van gedeputeerden dat er geen nieuwe windmolens op het platteland bij mogen komen. De betrokken partijen willen voorkomen dat windmolens het beeld van het Friese platteland bepalen.

Een ander bekend voorbeeld van verzet is het windpark Noordoostpolder. Tegen de plaatsing van de windmolens bij Urk werd jarenlang verzet gevoerd door het vissersdorp, omdat de windturbines het beschermde dorpsgezicht zouden aantasten. Op verzoek van de Tweede Kamer besloot het kabinet daarom vorig jaar om de plaatsing van zeven windmolens rond Urk te schrappen.

Maar dat hield niet tegen dat het windmolenpark er toch komt. Met de 38 windmolens op land en 48 molens in het IJsselmeer, wordt het verreweg het grootste windpark van Nederland. Het kabinet heeft ruim 1 miljard euro subsidie beschikbaar gesteld. Want daar zit het tweede probleem naast de protesten; de productie van windenergie is duur, anderhalf tot driemaal duurder dan ’gewone’ stroom.

Dat wordt op dit moment opgevangen met subsidies, maar er gaat wel een lange weg aan vooraf voordat die subsidie verkregen wordt. Zeker voor boeren die slechts enkele windmolens op hun land willen plaatsen, is het een lange weg voordat het gerealiseerd kan worden. Bovendien moet er fiks geïnvesteerd worden in de plaatsing van de turbine zelf. De terugverdientijd ligt gemiddeld op twintig jaar.

Vooral tegenstanders van windmolens wijzen naar deze moeilijkheden. Voorstanders kijken liever naar andere landen waarbij windenergie goed uitpakt, zoals Denemarken. Daar wordt aan 20 procent van de eigen elektriciteitsbehoefte voldaan met windenergie. Dat is wereldwijd de grootste bijdrage. De Deense windturbine-industrie is ook wereldwijd marktleider met een omzet van ruim 3 miljard euro en een marktaandeel van 40 procent.

Het succes van de windenergieproductie in Denemarken kan echter niet zomaar naar Nederland vertaald worden. Denemarken kan door een gunstige geografische ligging veel wind vangen. Daarnaast doet de Deense overheid veel om windenergie te bevorderen. In de wet is vastgelegd dat windelektriciteit altijd voorrang heeft.

De Nederlandse overheid blijft ook achter windenergie staan. Dat blijkt onder andere uit de subsidie van ruim 1 miljard euro voor het windpark in de Noordoostpolder. Dat kan overigens ook niet anders, want vanuit Europa zijn eisen gesteld aan de productie van duurzame energie.

Maar ondertussen lijkt niemand op windmolens te zitten wachten. Plattelandsbewoners willen geen molen in hun achtertuin. Milieuorganisatie zijn voor groene energie, maar protesteren vaak tegen de komst van molens. Zolang de voorstanders ook niet helemaal achter de windmolens staan, lijkt er niet snel groei in de sector te komen.

Verdriedubbeling
Windenergie is belangrijk om de Nederlandse doelen voor klimaat en duurzame energie te halen. Nu staan er ongeveer tweeduizend windturbines op land die voorzien in een kleine 4 procent van de totale Nederlandse elektriciteitsbehoefte. Het vorige kabinet heeft becijferd dat een verdriedubbeling van windenergie op land nodig zou zijn om de Nederlandse duurzame energie doelstelling te halen. Dat betekent dat het huidige opgesteld vermogen van ongeveer 2.000 megawatt (MW) naar 6.000 MW in 2020 zou gaan.

Maar die trend is nog niet ingezet. Van 2002 tot en met 2008 groeide de capaciteit van windmolens met 200 MW per jaar, maar in 2009 en 2010 was dat slechts 20 tot 30 megawatt per jaar. De energieproductie via windmolens daalde zelfs in 2010 ten opzichte van 2009. In 2009 werd 4.581 miljoen kwh windenergie opgewekt, in 2010 was dat 3.995 miljoen kwh. Er moet dus het nodige gebeuren om de doelstelling van 6.000 MW in 2020 te halen. Met het windpark Noordoostpolder wordt wel een stap gezet, met de windmolens komt er ongeveer 450 MW bij.

Foto

Kelly Lubbers

Eén reactie

  • no-profile-image

    Mien

    Wat denkt men van het feit dat er veel minder wind is geweest dan verwacht?
    Nee men moet een andere vorm van energie opwekken vinden
    Windmolens veroorzaken alleen maar narigheden voor de omwonenden. bovendien horen grote windmolens ,hoger ashoogte dan 80 mtr, thuis op zee en aan de kust niet in het mooie Nederlandse landschap. In het land zijn meer molens nodig voor dezelfde energie die aan de kust of op zee wordt opgewekt. Elek molen is wel minimaal 3, zoveel miljoen euro....

Of registreer je om te kunnen reageren.