Home

Achtergrond 193 x bekeken

Nederlands platteland wordt steeds eenvormiger

Het Nederlandse platteland wordt eenvormiger en minder open.

Dat blijkt uit een overzicht dat Alterra, onderdeel van Wageningen UR, maakte over de veranderingen in het landschap van de afgelopen halve eeuw. Een derde van het grasland verdween, graan maakte plaats voor mais, hoogstamboomgaarden voor boomkwekerijen.

Sinds 1950 is driekwart van de landbouwbedrijven in Nederland verdwenen. Een gemiddeld bedrijf verviervoudigde in die periode van 5,7 naar 25,5 hectare. Een groei die zeker niet gestopt is. Iemand die vanuit het Nederland van 1950 een tour zou kunnen maken door het land anno 2011 zou vooral het graan missen. In veel gebieden is het helemaal verdwenen, in andere delen van het land is het lang niet zo dominant aanwezig als voeger. In totaal nam het areaal met meer dan de helft af.

Ondanks dat Nederland nog grote weidegebieden kent, zou de bezoeker uit de jaren vijftig met een kien oog voor verhoudingen ook opmerken dat er flink wat gras is verdwenen. Het areaal grasland is met een derde teruggelopen. De belangrijkste redenen daarvoor zijn de verstedelijking en de opkomst van de maïsteelt. Snijmaïs en gras kunnen goed als wisselteelt worden verbouwd, waardoor veel veehouders een deel van hun grasland tijdelijk omzetten in maisakkers. De teelt van voederbieten klaver en luzerne is na 1970 nagenoeg verdwenen.

Onderzoekers van Alterra zetten de veranderingen begin 2011 op een rij in het rapport ‘Landschappelijke effecten van ontwikkelingen in de landbouw’, een rapport voor de landschapskenner die ook van cijfers houdt. Je hoeft volgens de tabellen in het rapport niet terug naar de jaren vijftig om Nederland te zien veranderen. De trend dat bedrijven steeds groter worden, is ook te zien in het laatste decennium. Melkveebedrijven groeiden bijvoorbeeld hard. Tussen 1997 en 2007 groeide een gemiddeld bedrijf van 32 naar 44 hectare. Dat komt onder andere door de mestwetgeving. Die zorgt ervoor dat boeren niet meer dieren per hectare kunnen gaan houden. Boeren met uitbreidingsplannen zijn dus wel genoodzaakt om extra grond aan te kopen.

Het totale oppervlakte aan landbouwgrond kromp het laatste decennium met 5 procent. Bijna alle sectoren leverden areaal in. De fruitteelt relatief het meest (-19 procent). Alleen de boomkwekerij en de bloembollenteelt groeiden. De bloementeelt met een klein procentje, de boomkwekerij met bijna 27 procent. Waar de boomkwekers vroeger alleen in de buurt van Boskoop en in Noord Brabant een rol van belang speelden, duiken de kwekerijen nu ook steeds vaker op in het rivierengebied en de zandgebieden.

De boomkwekerij illustreert daarmee een trend die de onderzoekers van Alterra zien door het hele land. De verschillen tussen de regio’s worden kleiner. Boomkwekerijen zie je door het hele land, op veel plaatsen nemen maneges de plaats in van boerenbedrijven en in traditionele akkerbouwgebieden zoals de Groningse klei staan steeds vaker koeien in de wei
.
Nivellering noemen ze het. Samen met de schaalvergroting en de komst van grote stallen en kassen zorgen ze ervoor dat Nederland er niet mooier op wordt, maar tegenhouden kun je de ontwikkeling niet. Overheden zouden volgens de onderzoekers wel beter rekening kunnen houden met de verschuivingen. De openheid zou beter bewaard kunnen worden door in ruimtelijke ordeningsplannen geschikte locaties te zoeken voor hoge gewassen, zoals maïs en bomen. ‘Industriële agrarische productie’, zoals glastuinbouw en de intensieve veehouderij zouden geconcentreerd moeten worden op bedrijvencomplexen zodat er meer ruimte overblijft op het overblijvende platteland.

Lees hier het volledige rapport.




Foto

WUR

Of registreer je om te kunnen reageren.