Home

Achtergrond 428 x bekeken

Kampereiland zoekt alternatieven

De proef van het project Weidse Waarden op Kampereiland is afgerond. Deelnemende boeren aan dit Overijsselse project worden begeleid bij het maken van plannen om hun bedrijf verder te ontwikkelen. Inzet is het behoud van de boeren voor Kampereiland en daarmee ook de structuur van het gebied.

Weilanden met grazende koeien, boerderijen op een terp, kronkelige weggetjes. Kampereiland, een gebied van circa 4.800 hectare ten noordoosten en westen van de stad Kampen, is bij uitstek een boerengebied, al is de verkaveling ongunstig. De charme van het Kampereiland is tegelijk ook zijn beperking.

Door de strijd tegen het wassende water is een lappendeken ontstaan van vreemd gevormde percelen. Ondanks de ongunstige verkaveling hebben de boeren het uiterlijk eeuwenlang gedomineerd en ook nu zijn het voornamelijk boeren die de boerderijen bewonen.
Dat moet ook in de toekomst zo blijven, vindt Stadserven Kampereiland en omstreken (e.o), de verpachter van het gebied. De 112 pachters – 2 akkerbouwers en 110 veehouders – moet toekomstperspectief worden geboden. Dat is goed voor de boeren, het gebied en uiteindelijk ook de verpachter. ”Wij zijn gebaat bij boeren die zich goed voelen in hun omgeving en die vanwege een gezonde agrarische onderneming de pacht kunnen blijven betalen”, zegt Martin Visscher, directeur-rentmeester van Stadserven.


Eeuwenlang was het Kampereilandeigendom van de stad Kampen, maar in 2007 droeg die het over aan de nv Stadserven Kampereiland e.o. Enig aandeelhouder is de gemeente Kampen, maar het dagelijks beheer is in handen van Noorderstaete rentmeesters. Die wil nu met ruim een miljoen euro op zak de boeren warm laten lopen zich verder te ontwikkelen. Het gemiddelde pachtbedrijf is 35 hectare, variërend van 20 tot 60 hectare. ”Maar hoe is dat over tien, twintig jaar?”, vraagt Visscher zich af. ”Is dat dan voldoende om je bedrijf overeind te houden?”

Met het project Weidse Waarden wil Stadserven de agrarische bedrijven op Kampereiland versterken. Niet doorschaalvergroting, want dat is lastig op Kampereiland, maar door andere manieren van inkomsten te zoeken.

Het project richt zich op verduurzaming van landbouw en verbreding en verdieping van agrarische bedrijven. Onlangs is de proef afgerond, waarbij boeren ideeën hebben vergaard waarmee ze aan de slag kunnen. Deelnemers worden begeleid bij het ontwikkelen van hun plannen. Een aantal boeren gaat aan de slag met bedrijfsontwikkeling in combinatie met zonne-energie of mestverwerking. Andere thema’s die verder worden uitgewerkt zijn zorg en educatie, natuurbeheer en streekproducten.

In sommige gevallen krijgen individuele ondernemers ondersteuning bij het uitvoeren van hun plannen voor duurzame stalbouw of ontwikkeling van een verbrede bedrijfstak. Zo zijn er ondernemers die lagekostenmelkveestallen willen bouwen in combinatie met zonne-energie, een mobiele observatiehut willen bouwen voor natuureducatie of kleinschalig toeristisch verblijf willen aanbieden.

Ook willen twee melkveehouders de mogelijkheden onderzoeken van het vermarkten van streekmelk onder het label Duurzaam IJsseldelta. Aan de hand van de tot nu toe opgedane ervaringen, ontwikkelen Stadserven en het Agrocenter van WUR nu gezamenlijk een stimuleringsregeling, waarvan pachters straks gebruik kunnen maken om de gewenste ontwikkelingen te stimuleren. De verwachting is dat deze regeling in het najaar van 2011 klaar is.

Het beschikbare geld is bedoeld voor procesondersteuning, individuele begeleiding en mogelijk voor borgstelling. ”Ook het afdekken van onevenredige bedrijfsrisico’s door te grote onzekerheden in erg vernieuwende ontwikkelingen past daarin”, zegt de projectleider, Sander Simonse.
In ieder geval worden individuele boeren niet overmatig gesubsidieerd bij de uitwerking hun plannen. ”Elk plan moet gericht zijn op rendabiliteit.” Daarnaast wordt bij de uitwerking van de individuele plannen gekeken of andere ondernemers er ook voordeel uit kunnen halen. ”Het is van belang dat ook andere pachters en het hele gebied van deze voorbeeldontwikkelingen en kennis profiteren”, zegt Simonse.

Structuurfonds
Bij de overdracht van Kampereiland van gemeente Kampen aan de Stadserven is de afspraak gemaakt dat geld uit incidentele baten in het gebied gestoken moeten worden. Hiervoor is een structuurfonds ontwikkeld. Door de verkoop van grond voor de Hanzelijn en de N50 is er bijna 1 miljoen euro voor dit fonds beschikbaar gekomen, waarmee aan het gebied een impuls kan worden gegeven. Daarnaast heeft provincie Overijssel 500.000 euro bijgedragen aan het project en nog 250.000 euro toegezegd. Met co-financiering van derden wil Stadserven in totaal 2 miljoen euro te besteden hebben.

Of registreer je om te kunnen reageren.