Home

Achtergrond 307 x bekeken

K+S: hoge prijzen onvermijdelijk

Hoewel K+S zijn grote groei in Azië realiseert, ziet de Duitse kunstmestfabrikant vanwege scherpere mestwetgeving en aandacht voor voedingsstoffen ook nog steeds mogelijkheden tot groei in Nederland. Dat zegt Jaap Brink, verkoopdirecteur van K+S in Nederland.

De prijs voor kali zit al enige tijd in de lift. Momenteel worden prijzen betaald van meer dan 525 dollar per ton. De vraag naar minerale meststoffen neemt toe en biedt volgens de Europese marktleider in kalium- en magnesiummeststoffen K+S Kali mogelijk ruimte voor nog hogere prijzen.

Er zijn volgens Jaap Brink, verkoopdirecteur Nederland van K+S Benelux, twee belangrijke oorzaken: enerzijds neemt de vraag naar voedsel toe door de groei van de wereldbevolking en anderzijds wordt in bijvoorbeeld Azië een ander consumptiepatroon waargenomen. Ook profiteren boeren momenteel van historisch hoge prijzen voor gewassen als graan en soja. Analisten verwachten dat boeren daarom meer geld zullen gebruiken voor productiemiddelen, enerzijds omdat ze meer geld krijgen voor hun producten en anderzijds omdat instinctief boeren meer willen produceren wanneer prijzen hoog zijn.

K+S Group, dat overigens ook zout wint, vaart daarom wel. Het bedrijf rapporteerde onlangs uitstekende kwartaalcijfers. In het eerste kwartaal boekte het bedrijf een omzet van 1,8 miljard euro. Dat is 16 procent hoger dan in dezelfde periode een jaar geleden. De brutowinst groeide op jaarbasis 44 procent tot 384, 3 miljoen euro. Van de omzet is 32 procent met de afzet van kali- en magnesiumproducten gerealiseerd en 27 procent met kunstmest op basis van stikstof.

Brink waakt echter voor te veel enthousiasme bij hoge prijzen. K+S is niet gebaat bij een boer die platzak is. ”Als K+S ben je ook afhankelijk van financieel gezonde afnemers, dus goed boerende agrariërs. Als de kosten in het algemeen voor de sector te hoog worden, snijden we ons als agrarisch Nederland in de vingers. Daar komt bij dat we ons moeten realiseren dat boeren en tuinders kwetsbaar zijn. Ze krijgen in de keten niet de juiste marge. K+S wil tenslotte een partner zijn van de agrosector en niet louter een leverancier van grondstoffen die een mooie prijs wil maken. Samen moeten we de opbrengst omhoog brengen, zodat uiteindelijk voor beide partijen een goed financieel rendement valt te behalen.”

K+S is met kalium en magnesium marktleider in Europa. Op stikstofterrein laat het Noorse Yara K+S nog achter zich. Een groot gedeelte van de omzet wordt volgens een presentatie voor investeerders gerealiseerd met de afzet van kalium en magnesium aan meststoffenproducerende bedrijven zoals bijvoorbeeld Yara. Daarnaast wordt door K+S zelf ook kalium- en magnesiumproducten voor de agrarische markt afgezet. Het overgrote deel gaat naar de verwerkende industrie, waaronder onder andere ook de veevoerder- voedings- en farmaceutische industrie.

K+S spreekt van een groeimarkt. De meststoffenmarkt (stikstof, fosfaat en kali samen) groeit volgens de Duitsers op de middellange termijn 2 tot 3 procent per jaar. De groei heeft vooral plaats in gebieden buiten Europa. ”De grote groei heeft natuurlijk plaats in Azië en Zuid-Amerika”, aldus Brink.

”In ons land speelt voor ons de mestwetgeving een grote rol.” Als men minder dierlijke mest kan aanwenden, waar kalium en magnesium in zit, neemt de vraag naar meststoffen met kalium en magnesium verder toe. Het zijn juist ook deze twee elementen die de boer helpen aan een goede opbrengst.De bewustwording dat voedingsstoffen belangrijk zijn, groeit bovendien. Een kleine groei in Europa blijft daardoor mogelijk. Met zijn internationale investeringen blijft K+S in essentie Europees.”

De internationale concurrentie neemt toe, erkent Brink. De West-Europese kaliproductie komt jaarlijks neer op 6,6 miljoen ton. In Noord-Amerika wordt jaarlijks 18,1 miljoen ton naar boven gehaald, in Azië 9,5 miljoen ton en in Oost-Europa bijna 19 miljoen ton. West-Europa consumeerde de laatste jaren doorgaans ongeveer zoveel als het produceert. De goede vooruitzichten voor de sector leiden tot een overnameslag. De Russische kaliconcerns Uralkali en Silvinit gingen ondanks samen, terwijl Potashcorp een sterke positie wist te verwerven op markten als India en China. Een overnamepoging van Potashcorp door het immense mijnbouwconcern BHP Billiton staat nog steeds in de belangstelling. ”De geboden bedragen illustreren dat de markt voor meststoffen een groeimarkt is.”

Aankoop mijn

Bijna de helft van de omzet wordt door K+S Kali tegenwoordig buiten Europa gerealiseerd. Door de overname van een mijn in Canada van Potash One probeert K+S aan te haken bij de internationale concurrentie. In Europa is immers betrekkelijk weinig kali meer te winnen. De overname is geen sinecure. Het mijnbouwproject genaamd Legacy kan jaarlijks 2,86 miljoen ton kali opleveren en staat bij de toekomststrategie van K+S centraal.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.