Home

Achtergrond 249 x bekeken 4 reacties

'Ik wil vooruit met de boeren op het platteland'

’s Graveland – Hij is te veel een ’polderaar’ om zijn emotie te laten spreken, maar directeur Jan Jaap de Graeff van Natuurmonumenten is boos.

Boos op Albert Jan Maat. De LTO-voorzitter scheert in De Telegraaf de natuurbeweging over één kam, en laat ’Stop het natuurfundamentalisme’ uit zijn mond optekenen. ”Een volstrekt fout interview”, oordeelt hij. Ook het moment kan in zijn ogen niet slechter. De Graeff besprak net met zijn achterban juist het afschieten van 100.000 ganzen toen de krant op de mat viel. ”Hoe moet ik uitleggen dat we met deze organisatie zaken doen?”, zegt hij.

Volgens Maat is het natuurbeleid in Nederland in handen gekomen van een relatief kleine groep principiële natuurbeschermers. ’Fundamentalisten’ die de natuur van vierduizend jaar geleden terug willen. ”Helaas”, aldus de boerenvoorman, ”zullen sommige actiegroepen nooit toegeven dat boeren essentieel zijn voor het landschap. Als ze dat doen, raken ze hun subsidies kwijt.”





Wat maakt u zo boos? Zijn uitspraken passen in het huidige populistisch taalgebruik in Haagse kringen.
”Maat zet de natuur- en milieubeweging in de hoek van het fundamentalisme, daar waar deze niet thuis horen. Natuurmonumenten, en onder andere ook Staatsbosbeheer, werkt in veel dossiers samen met de landbouw. Wij hebben akkoorden gesloten met de landbouw, bijvoorbeeld over de aanpak van ammoniak, toekomst van de Ecologische Hoofdstructuur, het ganzenvraagstuk. De natuurbeweging heeft zich van de goede kant laten zien. Iedereen moet bij een compromis wat inleveren. Populisme? Het zijn teksten die ik niet zou gebruiken. Ik ben niet van de afdeling stemmingmakerij.”

Waarom slaat Maat dan zo’n toon aan?
”Dat moet je hem vragen.”

U hebt hem al gesproken?
”Ja, na een dag of twee heb ik gebeld. Hij begreep waarom ik belde. Ik sluit niet uit dat hij meerdere telefoontjes heeft gehad.”

Maar hij nam niks terug?
”Daarvoor moet je bij hem zijn.”

In het interview maakt Maat een uitzondering voor Natuurmonumenten en de provinciale landschappen. Zij hebben volgens hem meer oog voor wat burgers én boeren waarderen.
”Het beeld is gezet. Die nuance staat in regel 88 van het interview. De meeste mensen komen niet zo ver.”





De boerenvoorman gooit volgens De Graeff ”olie op het vuur” daar waar hij ”olie op de golven” zou moeten gooien. ”Wij zijn elkaars buren. Waar buren zijn, is ook weleens burenruzie. Maar ik herken me absoluut niet in het eenzijdige beeld dat Maat schetst.”

Hij heeft Maat horen zeggen dat hij twee doelstellingen heeft: rentabiliteit van de agrarische sector en verduurzaming. ”Dat laatste bereik je niet met mensen, van wie je het moet hebben, tegen je in het harnas te jagen.”

Wat is het effect van de uitspraken?
”Dergelijke dingen hebben nooit van de ene op de andere dag effect. Maar in de agrarische achterban worden nog steeds vragen gesteld over samenwerking met de natuurorganisaties. Wij hebben die samenwerking nodig. Deze uitspraken drijft organisaties uit elkaar. Ik merk het ook intern, in de regio’s. Het stoom komt sommigen uit de oren. Als je gematigde mensen op de kast jaagt, moet je uitkijken."

U benadrukt de uitspraken nu opnieuw. U zou er ook voor kunnen kiezen het interview te negeren. Mensen vergeten snel.
”Ik heb hier goed over nagedacht.”

Het natuurbeleid in Nederland is volgens Maat in handen gekomen van een relatief kleine groep principiële natuurbeschermers.
”Complete onzin. Natuurbeleid is in de eerste plaats een zaak van de politiek. Of het nu gaat over de Vogel- of Habitatrichtlijn, het is niet een klein groepje fundamentalisten, er zijn 150 Kamerleden bij. Je kunt in de loop van de tijd best anders over het beleid gaan denken, maar dat is iets van de Kamer. Ik zie ook wel dat het beleid aan herziening toe is. Maar laten we de discussie met iets meer egards doen. Je moet begrip hebben voor elkaars standpunt. Ik zeg dat bewust in de huidige sfeer dat polarisatie eerder gewoon dan uitzondering is.”

Er zijn natuurlijk wel natuurorganisaties die fel de aanval kiezen, zoals Das & Boom?
”Natuurlijk kun je juridische procedures inzetten. Je moet hier verstandig gebruik van maken. Als procedures je eerste insteek is, dan ben je op de verkeerde weg. Je haalt er je maatschappelijk gelijk niet mee.”

Hoe moet het nu verder?
”Ik hoop heel erg dat van de kant van LTO men de komende tijd eerder olie op de golven gooit dan op het vuur. Men mag best kritische opmerkingen maken. Dat doen wij ook, maar wij willen naar een duurzaam platteland. Dat kan alleen door samenwerking. Daar waar het niet nodig is, moeten we de verschillen niet in de pers uitvergroten. Ik wil vooruit met de boeren op het platteland. Zij zijn essentieel voor het landschap.”

In de overlast van de zomerganzen moet u verder met LTO?
”Wij hebben plezierig samengewerkt met de LTO-vertegenwoordiger Peter de Koeijer. In een constructieve dialoog hebben we gezocht naar een akkoord. Het is voor ons geen gemakkelijk vraagstuk. Ganzen zijn welkom, maar waar ’te’ voor staat is het een probleem. De grote populatie veroorzaakt overmatige schade aan landbouw, natuur en luchtverkeer. We moeten daar wat aan doen. Iedereen lijdt hier pijn.”

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Polderboer

    Het ganzen probleem is ontstaan bij Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, prov.landschappen en c.s.. Die hebben de laatste 20 jaar niks gedaan aan beheer van de ganzen populatie. Als de voorman van de boeren zich dan is een keer laat horen moet je niet te hoog van de toren blazen mijnheer Jan Jaap de Graeff. De ganzen vreten bij de boeren maar vermeerderen zich probleemloos bij bovengenoemde organisaties. Zo ga je niet met je buren (boeren) om.

  • no-profile-image

    Natuurmonumenten is er ook niet voor natuur, maar alleen voor de grond. Hebben is hebben en krijgen is de kunst.

  • no-profile-image

    joh

    dat is goeie praat van Maat

  • no-profile-image

    Als die Jan Jaap werkelijk met de boeren vooruit wil, wat ik niet geloof, moet hij alle grond van natuurmonumenten aan de boeren geven.

Of registreer je om te kunnen reageren.