Home

Achtergrond 430 x bekeken

‘Ik denk dat ik de tent kan sluiten’

De tuinbouw gaat gebukt onder de gevolgen van een slepende kwestie over tewerkstelling van Bulgaren en Roemenen. Bedrijven dreigen te bezwijken onder de harde aanpak van minister Kamp. Een deel van de oogst is al verloren en een oplossing lijkt verder weg dan ooit.

Doelloos staan ze op te warmen onder de steeds sterker wordende voorjaarszon. Vijf tunnelkassen van aardbeienteler Freek. Twee van de zes hectare zachtzoet, volrijp zomerfruit moet hij dit seizoen met pijn in het hart onaangeroerd laten staan. Noodgedwongen, bij gebrek aan geschikte arbeidskrachten voor de pluk. Zijn ’mooie cluppie Roemenen’, zoals hij ze liefkozend noemt, staat te popelen van ongeduld, maar mag er niet in. Minister Henk Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, sneed dit voorjaar abrupt de laatste strohalm van de telers weg: broodnodige en betaalbare arbeid. Een financiële strop voor menig teler dreigt. Ook Freek, die niet met zijn echte naam in de krant wil, vreest voor het voortbestaan van zijn aardbeienbedrijf: ”Ik denk dat ik de tent kan sluiten”.

De tewerkstellingsvergunningen voor Roemeense en Bulgaarse arbeidskrachten worden nog maar mondjesmaat verstrekt door het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV). Sommige collega’s van Freek hebben wel enkele vergunningen weten te bemachtigen, maar voor de meeste ondernemers is er flink het mes in het vertrouwde arbeidsbestand gezet. Voor de betrokken bedrijven betekent het een streep door een intensieve, langdurige en – vaak – familiaire relatie. Freek kent zijn mensen al bijna tien jaar. ”Mijn werknemers stonden met tranen in de ogen”, vertelt hij over het moment dat hij het bericht bracht dat hij ze niet langer werk kan bieden. ”Ik ben vorig jaar nog bij ze op vakantie geweest. Je wordt met open armen ontvangen.”

De telers zijn op niet mis te verstane wijze geconfronteerd met het beleid van Kamp, die feitelijk niets anders doet dan afspraken uit het regeerakkoord uitvoeren. Uitgangspunt van dat akkoord is dat er in eerste instantie gekeken moet worden naar prioriteitgenietend aanbod, ofwel het Nederlandse werklozenbestand en werknemers uit de lidstaten binnen de Europese Unie, waarvoor vrij verkeer van werknemers geldt. Het aantal tewerkstellingsvergunningen moet tot het uiterste worden beperkt, de illegaliteit teruggedrongen, luidt het credo van Kamp. De ruim 2.500 Bulgaren en Roemenen die in 2010 nog in de land- en tuinbouw tewerkgesteld werden, zijn daarmee vrijwel uitgesloten van deelname, tot frustratie van de tuinders.

De getroffen ondernemers kunnen volgens Kamp via het UWV een beroep doen op het enorme werklozenbestand dat Nederland telt. Een half miljoen uitkeringsgerechtigden, waarvan een belangrijk deel zo aan de slag kan, zo stelt hij. In de praktijk blijkt plaatsing bij tuinbouwbedrijven echter weerbarstig.

”Er zijn meer instrumenten om dit te verwezenlijken dan vroeger”, erkent onderzoeker arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, Tesseltje de Lange, die het vraagstuk nauwgezet volgt. Ze doelt daarmee onder meer op de mogelijkheid om werklozen op hun uitkering te korten bij werkweigering. Maar eenvoudig uitvoerbaar is het beleid allerminst. ”Het probleem zit hem in de koppeling tussen de gemeente en het UWV. Het kost veel inspanning om iemand voor een beperkte periode aan het werk te helpen of op zijn uitkering te korten. Daar komt een enorme berg administratie bij kijken. Het is een van de redenen waarom dit in het verleden niet gelukt is.”

Het UWV bewijst de stelling van De Lange met een praktijkvoorbeeld. In West-Brabant wist het dit voorjaar met moeite vijftig werklozen geplaatst te krijgen, nog geen 3 procent uit een gemeentebestand van 3.000. Hoeveel er daarvan nog daadwerkelijk aan de slag zijn, is onduidelijk. Maar de verhalen van tuinders beloven weinig goeds. Ook de telers zelf zijn vaak wekenlang druk met papierwerk, terwijl het aardbeienseizoen al volop in gang is.

Freek kreeg na veel pijn en moeite negen mensen geplaatst via uitzendbureaus en het UWV, waarvan drie uitkeringsgerechtigden. Onervaren krachten, die wat betreft kwantiteit maar eenderde van de plukopbrengst leveren ten opzichte van zijn ervaren Roemenen. ”Ik heb er uiteindelijk één over”, verzucht hij. ”De rest was niet geschikt voor het werk, ze knepen de aardbeien fijn.” Zijn verhaal wordt ondersteund door tientallen verhalen van collega’s. Het plukken vraagt om de nodige souplesse en uithoudingsvermogen. Het zijn overigens niet alleen de Nederlandse werknemers die daar moeite mee hebben, ook de Polen en Roemenen zijn niet altijd geschikt. Freek had enkele jaren nodig om zijn selectie van plukkers samen te stellen.

De minister wakkert volgens critici met zijn aanpak nog een ander probleem aan, wat hij juist tracht te voorkomen. De inzet van illegale arbeid, waaronder de constructie met schijnzelfstandigen. ”Uit onderzoek blijkt dat de overheid zelf bijdraagt aan de schimmige rechtspositie waarin Bulgaren en Roemenen verkeren op de arbeidsmarkt”, aldus De Lange.

Ook bezondigt Kamp zich in de ogen van juristen aan de zogenoemde standstill-bepaling die is opgenomen in het EU-toetredingsverdrag van Roemenië en Bulgarije in 2007. Daarin staat dat lidstaten hun toelatingsbeleid niet strenger mogen maken dan het in het verleden was. De overheid zou op grond van die bepaling ten minste net zoveel vergunningen moeten afgeven als zij in het verleden heeft gedaan. Dit argument staat hoog op het lijstje van telers die een proces voorbereiden om Kamp via de bestuursrechter tot de orde te roepen. Ze maken een goede kans, denkt De Lange. Maar of de uitspraak van de rechter op tijd komt? Freek heeft er een hard hoofd in en leeft ondertussen in grote onzekerheid. Een deel van zijn oogst is al verloren.”Ik weet niet langer hoe ik mijn bedrijf moet voeren.”

Arbeidsinspectie: oppassen met kleine uitzendbureaus

In 2010 trof Arbeidsinspectie in het Westland 21 gevallen waarbij uitzendorganisaties bij de illegale tewerkstelling in de tuinbouw betrokken waren, waaronder twee gecertificeerde bureau’s. Volgens Piet Roowaan, landelijk projectleider land- en tuinbouw voor Arbeidsinspectie, gaat het om kleine uitzendondernemingen, voornamelijk gevestigd in het randstedelijk gebied, waar traditioneel ook de meeste illegalen gehuisvest zijn. “In grote steden zijn de uitzendbedrijven redelijk vluchtig. Ze opereren enkele jaren in de markt en zijn weer verdwenen zodra men door krijgt dat men in de belangstelling staat van controlerende diensten.” Inleners die gebruik maken van de uitzendbureaus, en betrokken raken bij een situatie waar sprake is van illegale tewerkstelling, zijn hoofdelijk aansprakelijk. Voor tewerkstelling van een illegale arbeider kan de inlener een boete tegemoet zien, variërend van 4.000 euro bij een eenmanszaak tot 8.000 per werknemer als hij in een andere rechtsvorm opereert. Het betrokken uitzendbureau ontvangt een boete in dezelfde orde van grootte. Wie denkt te ontkomen aan een boete door met een gecertificeerd bureau in zee te gaan, komt bedrogen uit. “De tuinder heeft zelf onderzoeksplicht. Hij moet de identiteit van vreemdelingen zelf vaststellen”, aldus Roowaan.

Hij vindt dat ondernemers goed moeten nadenken als zij een aanbod krijgen, waarbij het uurloon onder het wettelijk minimum ligt. “Bij een aanbod van minder dan 13 euro per uur, moet hij zich afvragen: kan het wel voor dat geld.” Hij wil niet zeggen dat werkgevers bewust uit zijn op financieel gewin, zoals Kamp schetste in een brief aan de Kamer, maar geeft wel aan dat er ondernemers zijn die te makkelijk concluderen: dat is lekker goedkoop. “Het kan gewin zijn of onwetendheid. Feit is dat er ondernemers zijn die ertussen genomen worden door slechte intermediairs.” Het advies: ga alleen met gecertificeerde bureaus in zee, die lid zijn van een branche-organisatie.

Schijnconstructie zzp’er onder de loep
Arbeidsinspectie blijft voorlopig streng toezien op de inzet van illegale arbeid in de tuinbouw. Met name de constructie waarbij zogenoemde schijnzelfstandigen worden ingezet in het arbeidsproces heeft de aandacht.

Bij de 71 overtredingen van de vreemdelingenwet (wav) in het Westland in 2010, ontdekte Arbeidsinspectie veertig gevallen waar het de onwetmatige inzet van Bulgaren betrof. De werknemers werden ogenschijnlijk ingehuurd als zzp’er, compleet met vermelding in het bedrijvenregister, facturen en bedrijfslogo, maar waren feitelijk in dienst als werknemer.

Inleners en uitzendbureaus gaan volgens Arbeidsinspectie steeds geroutineerder te werk om die constructie te verdoezelen. De zzp-constructie is voor tuinders een aantrekkelijke, weet Tesseltje de Lange. ”Er zijn geen eisen voor het tarief. Voor die groep zelfstandigen geldt geen eis van minimumloon. Een zzp’er kan zeggen: Ik doe een kratje aardbeien voor een euro.” De gezagsrelatie is waar Arbeidsinspectie naar kijkt. ”Er is sprake van een zelfstandige als je zelf je werktijd en tarief vast kan stellen. Als er sprake is van een gezagsrelatie gaat het om een werknemer en dus geen zelfstandige.”

De situatie wordt gecreëerd in een sector die financieel onder druk staat en steeds afhankelijker is geworden van seizoenskrachten, verklaren diverse onderzoekers los van elkaar. Marijke Bijl, onderzoeker voor de Stichting Ondersteuningscomité Illegale Arbeiders (Okia), schetste enkele jaren geleden al een sterk veranderende omgeving voor de tuinbouwbedrijven na 1950. Opererend in een markt die steeds veeleisender is geworden zijn tuinders verstrikt geraakt in een fuik van prijsdruk en noodzakelijke kostenbesparingen. “Arbeid is eigenlijk het enige waar de telers nog op kunnen bezuinigen”, concludeert Bijl op grond van haar bevindingen. Een beroep op arbeid van buiten de eigen grenzen is daarbij overigens niet nieuw. Maar het blijkt steeds moeilijker om gemotiveerd personeel te vinden voor het werk dat in de ogen van Bijl ’enorm verschraald’ is. ”Vroeger had je nog tien verschillende activiteiten en bezigheden, tegenwoordig is dat teruggebracht tot enkele handelingen. Dat maakt het werk onaantrekkelijker.”

Wie in de archieven van de rechtspraak duikt, komt al snel voorbeelden tegen van situaties waar het mis ging. Zoals de beslissing van de rechtbank van Rotterdam in 2010 om een tomatenteler te veroordelen voor het illegaal tewerkstellen van drie Bulgaren in zijn bedrijf. Een hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank om het bedrijf een boete op te leggen van 24.000 euro faalde. De rechter oordeelde dat de werkgever onvoldoende kon bewijzen dat hij niet van de situatie op de hoogte was, ondanks het feit dat hij de werkkrachten inhuurde via een loonbedrijf.

De Bulgaren deden werk als tomatenplanten poten en het clippen, zonder dat daar een werkvergunning voor was afgegeven. Uit een van de getuigenverklaringen van een Bulgaarse werknemer blijkt waarom de werkconstructie niet deugt. ”Ik heb zelf mijn inschrijving geregeld bij de Kamer van Koophandel. ’s Ochtends vertelt X tegen mij wat ik die dag moet doen. Gedurende de dag kan het werk wel eens veranderen. (…) Ik krijg van X geld op mijn rekening. Voor het aangenomen werk krijg ik € 8,50 per uur betaald. (…) Ik heb zelf nog geen factuur gemaakt. Ik weet niet hoe ze eruit zien.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.