Home

Achtergrond 366 x bekeken

Burgers zijn niet dom

De dialoog over megastallen is begonnen. Voor- en tegenstanders gaan met elkaar in gesprek. Varkenshouder Henk Roefs, hij heeft 700 zeugen en 5.000 vleesvarkens, reageert. Doe mee met het debat, raadt hij zijn collega’s in de veehouderij aan.

Uiteindelijk gaat het erom dat veehouders en burgers onderling feiten, meningen en zorgen over de veehouderij met elkaar uitwisselen. Niks mis mee, zegt Henk Roefs. Sterker nog, dat is juist erg goed. Hij wil graag meedoen met het maatschappelijk debat over megastallen, zijn verhaal vertellen, de feiten op tafel leggen. En tegelijkertijd luisteren naar de mening van kritische burgers. Ook als de emoties de overhand dreigen te krijgen.

Maar als aan het eind van de discussie de ’tegenstander’ in het debat zegt: ’jij hebt het op je bedrijf aardig voor elkaar, maar ik blijf tegen grote stallen’, tja, dan gaat Roefs toch teleurgesteld naar huis. Boos wordt hij niet. Heeft ook helemaal geen zin.

Varkenshouder Henk Roefs uit het West-Brabantse Woensdrecht heeft volgens de normen van instituut Alterra een megastal. Met 700 zeugen en 5.000 vleesvarkens bevindt hij zich boven de grens. Maar Roefs ziet dat anders. Hij heeft samen met zijn broer, gezinsleden en enkele werknemers een ’gezinsbedrijf-plus’, zegt hijzelf.

Roefs weet dat het aantal dieren op zijn bedrijf bovengemiddeld is, maar er moeten wel meerdere gezinnen van de opbrengst leven. Daarom is een grens op basis van dieraantallen dubieus. Ook de omvang van de bebouwing op zijn bedrijf – ruim 1,5 hectare – is niet ongebruikelijk, zegt hij.
De maatschappelijke dialoog over megastallen is begonnen. Er is een enquête gehouden en op www.dialoogmegastallen.nl en in vergaderzalen gaan voor- en tegenstanders met elkaar in discussie. Na de zomer geeft staatssecretaris Henk Bleker zijn mening en vervolgens bepaalt de Tweede Kamer of er grenzen worden gesteld aan de groei in de veehouderij.

Dat de veehouderij af en toe heftige kritiek krijgt, heeft de sector voor een belangrijk deel aan zich te danken, stelt Roefs. Intensieve veehouders hebben geleerd om de productiviteit op hun bedrijf te verbeteren, niet om met hun gezicht naar de samenleving te staan en zo draagvlak voor hun bedrijf te creëren. Veehouders vertellen niet dat zij minder geneesmiddelen gebruiken of via moderne technieken minder ammoniak uitstoten. Logisch dat burgers dan geen goed beeld hebben van wat achter de staldeur gebeurt.

Henk Roefs trekt zich dat zelf ook aan. Zelfs door zijn dochters wordt hij af en toe kritisch ondervraagd. Helemaal niet erg, vindt hij. Kritiek komt zelden voort uit domheid, maar vaak wel uit een gebrek aan kennis. Op dat punt is de veehouderij aan zet, en niemand anders.

Roefs snapt best dat veel burgers twijfels hebben bij stallen met vijfduizend varkens. Hijzelf was fel tegenstander van megascholen met vijfduizend leerlingen. Totdat hij zich realiseerde dat zo’n grote school wel degelijk kan uitgaan van de menselijke maat. Sterker nog, juist door die grote schaal kan een megaschool waarschijnlijk beter inspelen op individuele leerwensen dan een kleine school.
In de veehouderij gaat het dan om verbeteringen op het vlak van duurzaamheid. Met meer dieren is het beter mogelijk om te investeren in dierwelzijn en milieu. Dat is best uit te leggen, zegt Roefs. Vooral omdat deze theorie overal in praktijk wordt gebracht.

De dialoog over megastallen vraagt om een open opstelling, van beide kanten. Volgens Roefs moet de sector niet alleen vertellen, maar vooral ook luisteren. Op kritiek kan vaak antwoord worden gegeven. Toen hij zich in 2003 in Woensdrecht vestigde, stond de dorpsraad om zijn achterste benen. Met die zware vrachtwagens zouden de wegen in het dorp kapot worden gereden. Roefs vroeg zijn afnemers en leveranciers vervolgens een andere route te nemen, een kwestie van luisteren en handelen.

Hij hoopt niet dat de dialoog van Bleker leidt tot een plafond aan bouwkavels van 1,5 hectare. Want met zo’n grens stagneren de duurzame ontwikkelingen. Verbetering van welzijn en milieu vraagt nu eenmaal extra meters. Kijk maar naar de Rondeelstal, zegt Roefs.

Veertigduizend varkens op een locatie vindt hij de menselijke en dierlijke maat te boven gaan. Maar een ondernemer die op vier plekken 10.000 dieren wil huisvesten en voldoet aan alle voorwaarden mag de voet niet dwars worden gezet, zegt hij.

Voor de komende periode ligt zijn focus niet op vergroting van de varkensstapel; hij wil zijn bedrijf energieneutraal maken. Ook dat vraagt een stevige omvang van de veestapel.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.