Home

Achtergrond 188 x bekeken

Akkoord of niet, de gans blijft voor problemen zorgen

Acht organisaties zijn het eens over nieuw ganzenbeleid, maar hun achterbannen morren. Niet alleen jagers, ook boeren hebben bedenkingen. Wat het ook wordt, de gans is voorlopig nog niet verjaagd.

Niet alleen jagers en natuurbeschermers, ook boeren zijn kritisch over het zogeheten ganzen-akkoord waar acht organisaties aan werken. Er is blijdschap over de voorgenomen aanpak van de zomerganzen, maar boeren die ’s winters ganzen op hun land hebben, zijn sceptischer. Vooral agrariërs buiten de aangewezen foerageergebieden vrezen nadelige gevolgen. Daarnaast is er grote twijfel of de zomerganzen inderdaad volgens afspraak aangepakt zullen worden.

Vrijdagmiddag was in Zwolle een speciale LTO-bijeenkomst voor boeren uit het IJssel-gebied, die veel vragen hebben. Bestuurder Wim Brus in Overijssel wil het akkoord zelfs van tafel hebben, zei hij in Nieuwe Oogst.

Volgens Peter de Koeijer, namens LTO mede-architect van het ganzenakkoord, lukt het steeds wel om de vragen van de achterban afdoende te beantwoorden. Toch is duidelijk dat boeren niet voetstoots akkoord gaan.

Gisteravond was er vervolgoverleg van de acht organisaties die het akkoord opstelden. Bij het sluiten van deze krant was de uitkomst niet bekend. Zeker is dat er nog veel uitgewerkt moet worden voor provincies en uiteindelijk het ministerie van ELI hun fiat kunnen geven.

Boeren buiten de foerageergebieden of ganzen-opvanggebieden die schadevergoeding uit het Faunafonds willen, moeten onder de huidige regels eerst met alle middelen de dieren verjagen. Schieten hoort daar bij. ’Verjagen met ondersteunend afschot’, heet dat eufemistisch. In de praktijk worden zo 100.000 ganzen per winter afgeschoten. Daar is ontheffing van de provincie voor nodig.

De voorgestelde en bekritiseerde nieuwe regeling vereist die maatregelen niet. Op percelen met niet-kwetsbare gewassen, dat is met name grasland ouder dan een half jaar, moeten de ganzen met rust gelaten worden van 1 november tot 1 maart. Alleen bij kwetsbare gewassen, zoals graan en pas ingezaaid grasland, blijft verjaging met ondersteunend afschot toegestaan. De schade wordt vergoed uit het Faunafonds. Het akkoord gaat uit van uitbetaling van 110 procent van die schade. Dat is voor boeren belangrijk, want zij vinden dat in de huidige regels een deel van de werkelijke schade niet vergoed wordt.

In tegenstelling tot wat de Vogelbescherming stelt, blijft schieten in de winter dus wel mogelijk. In de eerste plaats op exoten en ’soepganzen’, die allemaal weg moeten. Daarnaast blijft ondersteunend afschot mogelijk bij het verjagen van ganzen van percelen met kwetsbare gewassen. Dit is echter geen voorwaarde meer om schadevergoeding te krijgen.

Voor boeren buiten de foerageergebieden scheelt het nieuwe systeem veel rompslomp en ergernis, aldus Peter de Koeijer. Verjagen met vlaggen mag wel, maar hoeft niet meer. Daar staat tegenover dat boeren in feite moeten toezien hoe de ganzen hun gras opvreten.

Het eind van de winterperiode wordt een maand naar voren gehaald, van 1 april naar 1 maart. Vanaf die datum mag er verjaagd én geschoten worden. Dan begint ook de grasgroei pas echt.

Hier zit mogelijk een addertje onder het gras. Overwinterende ganzen zijn dan nog niet weg, zeker in het Noorden niet. Laten die zich zomaar wegsturen? En hoe gaat het met de schadevergoeding in die periode? De jagers zien bovendien een probleem omdat ze niet in het broedseizoen willen schieten.

De beheerpakketten binnen de foerageergebieden blijven vrijwillig, aldus De Koeijer. Sinds de tarieven hiervoor opgeschroefd zijn, is er voldoende animo. Wel wordt de begrenzing van deze gebieden opnieuw bekeken. Nu rusten er beheerovereenkomsten op percelen waar weinig ganzen komen. ”Dat kan doelmatiger.”

Het ganzenpact dient immers ook een financieel doel. Zonder ingrijpen zouden de kosten voor ganzenbeheer de komende jaren oplopen van 17 naar 28 miljoen euro per jaar, berekenden CLM en LEI. Dat komt doordat er steeds meer ganzen zijn die hier langer blijven, en doordat de gewassen duurder worden.

De groei van de populatie wordt nu ingedamd. Voor de overheidsfinanciën is het verder gunstig zoveel mogelijk uitbetaling via de pakketten te doen, en zo weinig mogelijk via het Faunafonds. Aan de beheervergoedingen draagt Brussel de helft bij.

In de verdere onderhandelingen heeft LTO de opstelling ’ja, mits’, vertelt bestuurder Peet Sterkenburg van afdeling Friesland. ”Dit akkoord is het waard om uit te werken. Het zou dom zijn om er nu al uit te stappen. Maar er moeten bij de uitwerking wel een paar dingen goed geregeld worden.”

Ook jagersorganisatie KNJV, de organisatie met de meeste tegenstand in de achterban, gaf gister nog te kennen te blijven streven naar overeenstemming.

Volgens De Koeijer bestaat de meeste weerstand in gebieden waar boeren slechte ervaringen hebben met terreinbeheerders. ”Daar zegt men: mooi akkoord, maar we moeten nog zien of die populatie wel echt verkleind wordt.” Zelf noemt hij het akkoord een doorbraak. ”De natuur de natuur laten, dat kan dus niet. Dat inzicht is doorgebroken.”

Melkveehouder Albert Hooijer uit Weesp ziet het akkoord wel zitten. ”Eindelijk worden de zomerganzen aangepakt.” Op zijn bedrijf is een kwart van het grasland door de ganzen niet meer goed bruikbaar voor de koeien.

Mocht het overleg vastlopen, dan blijft het probleem van de ganzen levensgroot. De schade in de zomer blijft dan toenemen, de opvang van winterganzen dreigt onbetaalbaar te worden. Maar ook met een akkoord is oplossing niet zeker. De gans laat zich niet zomaar wegjagen.

Zomerganzen, winterganzen, jaarrondganzen

De gans laat zich niet in woorden vangen. Naast de verschillende rassen (grauwe ganzen, rotganzen, canadagans, ’soepgans’) wordt onderscheid gemaakt tussen winterganzen en zomerganzen. Dat laatste is dan weer hetzelfde als jaarrondganzen of ganzen als standvogel.

Van oudsher overwinteren er in Nederland miljoenen ganzen en smienten uit Scandinavië en Rusland. Omdat Nederland een internationale verplichting heeft, werd daar beleid op gemaakt. Dit resulteerde in 80.000 hectare foerageergebied, waar de overwinteraars met rust gelaten worden. Na aanvankelijk veel strubbelingen loopt dat de laatste jaren goed, al zijn de kosten met 17 miljoen euro fors.

Maar nu toont de grauwe gans zich spelbreker. Die ontwikkelt zich tot standvogel die hier ook ’s zomers broedt. Dat gebeurt veelal in (nieuwe) natuurgebieden die voorheen landbouwgrond waren. Van daaruit komen de ruiende en jonge ganzen ’s zomers landbouwpercelen op.

De aanpak van deze zomerganzen is de sleutel tot een betaalbaar ganzenbeleid waar boeren, overheid en natuurbeschermers vrede mee hebben. Mocht blijken dat voor drastische aanpak van de zomergans geen draagvlak is, dan blijft het probleem verder groeien, tot frustratie van boeren, en van de rijksschatkist.

Of registreer je om te kunnen reageren.