Home

Achtergrond 277 x bekeken 38 reacties

Agrarisch natuurbeheer kansloos? – Discussieer mee!

Het aantal weidevogels blijft afnemen, ondanks geld voor weidevogelbeheer door boeren. Gaat al het agrarisch natuurbeheer zo slecht?

Het aantal weidevogels blijft afnemen, ondanks geld voor weidevogelbeheer door boeren. Gaat al het agrarisch natuurbeheer zo slecht?
Wat is eigenlijk agrarisch natuurbeheer? Bij agrarisch natuur- en landschapsbeheer gaat niet alleen om weidevogelbeheer, maar ook om botanisch beheer, beheer van perceelsranden en het onderhoud van houtwallen. Hoewel het weinig inkomsten oplevert, doen veel landbouwbedrijven aan agrarisch natuurbeheer.


Veel bedrijven doen mee, geringe omzet

De Taskforce Multifunctionele Landbouw heeft het over 14.000 landbouwbedrijven die aan natuurbeheer doen, bij een totale omzet van €79 miljoen, dat is minder dan €6.000 per bedrijf op jaarbasis. CBS telde minder bedrijven, in 2010 een kleine 8.000 bedrijven die aan natuurbeheer doen. Bij 81 procent van de bedrijven die alleen natuur- en landschapsbeheer als verbreding hebben, maakt de opbrengst daarvan minder dan 10 procent uit van de totale bedrijfsopbrengsten.

De reden die boeren geven om aan agrarisch natuurbeheer te doen, is economisch perspectief, maar er moet ook interesse voor natuur zijn. Boeren die niet deelnemen, doen dat vaak ook vanuit een economisch perspectief: ze vinden de diensten onderbetaald, het biedt geen toekomst en/of de rompslomp is ingewikkeld.

Inhoudelijk zinvol?

Voor het nieuwe Europese landbouwbeleid is het de bedoeling inkomensondersteuning te verruilen voor beloning voor maatschappelijke prestaties. Dus worden op dit moment allerlei ‘groene diensten’ geformuleerd. En dat terwijl de ervaringen met agrarisch natuurbeheer helemaal niet onverdeeld positief zijn. Reden voor discussie, dus.
Hoe denkt u over de huidige natuurdiensten uitgevoerd door boeren?

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Han

    Josien ik denk dat boeren zeer geschikt zijn om de groene ruimte te beheren. Dat natuur doelen nu niet gehaald worden zegt misschien meer over de Doelen die te hoog grepen zijn of totaal verkeerd geformuleerd worden. Ik weet wel dat de natuurbeschermers de schuld in de schoenen van de landbouw schuiven, omdat zij goede doelen stellen en weten hoe het moet. Helaas heeft het zgn. Vogeltjesland niet bijgedragen aan een groei van het aantal weidevogels. Hier komt geen boer aan te pas, dus weer wordt via allerlei smoezen de boer aangewezen als de pispaal. Laten we eens stoppen al deze ellende die voornamelijk in Nederland speelt en ons afvragen of Nederland niet te overbevolkt en te geciviliseerd is voor dit soort dieren.

  • no-profile-image

    kan het wat

    Han, Als ik kijk hoe er hier gras word gemaaid met een grote maaier voor en een andere achter en met welke snelheid dat gaat dan weet ik dat elke vogel die in het grasland zit te broeden geheel kansloos is

  • no-profile-image

    josien kapma

    Kan-het-wat-minder, je zegt dat bij het moderne maaigeweld de broedvogel kansloos is. Wat is de oplossing? Moet een boer dus juist méér geld krijgen voor natuurbeheer? Dat lijkt er aan te komen vanuit de EU/GLB, met in plaats van inkomenssteun, alleen nog geld voor 'groen-blauwe diensten'. Maar hélpt dat, of maakt het de liefhebberij juist kapot? En daarbij, het schijnt dat boerennatuur nu al duurder is dan SBB of Natuurmonumenten, per hectare.

    Wat kunnen en willen boeren met (subsidiepotjes voor) groen-blauwe diensten? Wat willen belastingbetalers dat er met hun geld gebeurt?

    Hoog tijd daarover goed na te denken, anders gaan allerlei andere partijen er met het geld vandoor.


  • no-profile-image

    jv

    minder weidevogels ik kan geen nest kapot rijden want voor het ei van de weidevogel op de grond licht is het weg (kraai ekster vos of buizerds) wij hebben al moeite kippeneieren uit voliere binnen te krijgen en wat die inkomen steun betreft laat ze die maar houden laat die eu burgers maar gewoon de prijs betalen die er voor staat of komt staan

  • no-profile-image

    Hans

    Bij ons gaat het anders. Iedere boer, ongeacht de grootte, is verplicht in zijn milieuvergunning de zg "reserva
    permanente" (permanente reserve) en de zg "reserva florestal" (bos/natuur reserve) aan tegeven. Deze milieu vergunning wordt door een ingenieur ondertekend, en als het anders blijkt te zijn dan dat in de milieu vergunning staat, dan is de betreffende ingenieur zijn titel kwijt, en kan hij het schudden. De boer kan op dat moment geen fiancieringen meer afsluiten, voor een financiering is een sluitende milieuvergunning verplicht voor de bank, ongeacht welke bank. De reseva permanente is het stuk grond 85 meter vanaf elk water, rivier, stroompje, meertje, natuurlijke bron etc. De reserva florestal is afhankelijk van de deelstaat waar je bedrijf is, maar is een percentage grond wat niet in cultuur mag worden gebracht en ook niet mag worden gebruikt om vee te weiden, het moet blijven in de orginele staat. In het zuiden en zuid-oostn is dat 20% in de mato grosso 50% en in de bioma amzonica is dat 80%. Logisch dat grondprijzen daarop aangepast zijn. Dit is een heel aardige regeling om de flora e fauna tegemoet tekomen. Waarom zijn de boeren in NL nou zo gebrand om ook maar de laatste meter grond te gebruiken? Van alles wat ze in Nederland produceren, produceren ze veel te veel en moet worden geexporteerd. Waarom niet produceren voor eigen bevolking, met het land wat je nodig bent en de rest in de natuur drukken? De helft van Nederland kan wel natuur worden, dan is er nog geen centje pijn, wordt er nog steeds geexporteerd. Of moeten bijv. Franse en Engelse consumenten voedsel krijgen in NL geproduceerd waar, als ze het in hun eigen land hadden geproduceerd, het Arnhemse bos bijv. 2 maal groter had kunnen zijn? Als in Brasil dezelfde mentaliteit zou zijn als in NL, dan was het Amazone bos allang gesloopt.

  • no-profile-image

    koetje

    Wat jij daar schrijft Hans,dat heeft Bleker ook voor ogen.Alleen maar toeslagrechten(verkapte subsidies maar die hebben jullie ook)uitbetalen als je iets gaat doen aan natuurbeheer.Het gaat niet werken,kun je vergif op innemen,biodiversiteit en wereldmarkt gaan niet samen.hiervoor hoef je hier alleen maar achterom te kijken.Heb ik geen zin meer in,ik kijk liever vooruit.
    Waarom hier geen combiregeling Hans?De natuur waar NL zo om wordt(werd) geroemd is een soort natuur die een rechtstreeks voortvloeisel is van landbouw activiteiten uit vervlogen tijden.Er zijn in den lande fantastische initiatieven die een geweldig bijdrage leveren en veel meer navolging verdienen.Kijk maar:http://www.skalsumernatuurbeheer.nl/ Deze boeren moeten eigenlijk gewoon een dubbeltje voor de melk meer vangen.Mestscheiding wordt de toekomst,dat spul hebben we hier genoeg.En inderdaad het kan hier allemaal wel wat minder.Dat is mijn eigen simpele mening.

  • no-profile-image

    casev

    Zelf doe ik vanwege de regelbrij niet meer mee aan natuurbeheer. Maar ik ben wel `n groot liefhebber van weidevogels, en bescherm ze nog steeds. Vorige week met maaien enkele grutto, en scholekster nesten gespaard. Maar tijdens het maaien zag het letterlijk Zwart van de volgens. Kraaien, roeken, of wat het ook mogen zijn. Ik schat een groep van 50. En zo gaat het elk jaar. rond mijn erf zorg ik wel dat er geen kraaiennest uit komt. Deed iedereen dat maar. Dus aub, stop met zeuren dat het beleid niet werkt. Doe wat aan de kraaien, zodat het beschermen ook zin heeft ! Ps, mocht u mij niet geloven, nodig ik u graag binnenkort uit, wanneer ik weer ga maaien, dan kunt u het zelf zien

  • no-profile-image

    W Geverink

    @Koetje. Dus als je niet in de pas loopt wordt je huishoudgeld teruggehouden? Wat ik er mij van kan herinneren is dat het met de natuur pas uit de hand begon te lopen toen de zogenaamde "experts" zich er mee gingen bemoeien. Om je houtwallen te onderhouden ging je naar de gemeente en had je binnen een paar dagen de vergunning. Elk jaar werd er een stuk singel onder handen genomen. Wat een tering kouwe klauwen werk, maar na afloop zag het er weer keurig uit en was het houthok ook nog vol. Moet je nu de Achterhoek zien. Voor de mensen die er dagelijks vertoeven valt het niet zo op maar het is kompleet dichtgegroeid. Ik heb een GPS nodig om niet te verdwalen op de plek waar ik ben opgegroeid! Het is er mooi groen daar niet van, maar van het echte achterhoekse landschap is weinig over. Men heeft volgens mij het idee dat men de natuur een dienst doet door geen bomen meer te zagen geen singels meer uit te dunnen en niet meer in te grijpen in het predatoren bestand. Het getuigt van veel expertise als met zoveel stropende kraaien roeken vossen marters dassen etc nog steets het verdwijnen van de weidevogels volledig bij de boer in de schoenen geschoven kan worden. Als het zoveel moeite kost om van de milieu talliban toestemming te krijgen voor wat er moet gebeuren, kan ik me voorstellen dat boeren afhaken. Vooral als van je verwacht wordt dat als een onderbetaald pispaaltje het vuile werk op knapt.

  • no-profile-image

    josien kapma

    87% van de reageerders is overtuigd dat boeren goede natuurbeheerders zijn. Ik vrees dat natuurkenners er heel anders over denken. Ik lees elders dat …
    .. "afgezien van enkele gedreven natuurboeren zal het merendeel (van de boeren) toch door geld gedreven zijn en zal niet zo bezig zijn met het duurzaam instandhouden van een soort of een landschapstype (zoals ik al zei, veel boeren stoppen er na een paar jaar gewoon weer mee). Dat gecombineerd met de tegenvallende resultaten, en de gebrekkige ecologische kennis van de meeste boeren (natuurbeheer is ook een vak) maakt de keuze van Bleker om geld weg te trekken bij natuurbeheerders en te zeggen dat boeren het maar moeten gaan doen (voor meer geld?!) geheel onlogisch en doet menigeen raden naar zijn motieven….."
    (zie http://www.is.gd/UUJAwI)

    Worden natuurdoelen niet gehaald door agrarisch natuurbeheer?, Falen boeren in natuurbeheer? of zijn de doelen niet goed?

  • no-profile-image

    koetje

    Josien,ik heb me in dat Amsterdammer-forum van Strijker al wat laten gaan,het wordt niet echt begrepen geloof ik maar dat zal wel aan mijzelf liggen.
    Pas als we als boeren gaan beseffen dat wij het zijn die de natuurlijke omgeving verstoren op het moment dat we met de maaicombi het land inrijden zullen natuurdoelen wel gehaald worden.Dan hoef je nog niet eens alles onder water te gaan zetten.Overigens zeg ik het hier nogmaals: een jaar heeft 12 maanden.

  • no-profile-image

    natuurboer

    We komen weer terug bij de discussie wat natuur is. Bij degenen die zich natuurkenners noemen kunnen best vraagtekens worden geplaats. Er is nog nooit een openbare discussie geweest over wat "natuur" inhoud. Daarom kunnen ecologen en natuurkenners daar vrijelijk een eigen invulling aan geven. De pseudo-natuur van de Oostvaardersplassen is dan een duidelijk voorbeeld. Het gaat er volgens mij meer om wat de invulling van agrarisch natuurbeheer zou moeten zijn. Boeren moeten nu zonder slag of stoot de visie "natuurbeheer" van ecologen en natuurkenners accepteren. Terwijl het gros van de boeren vraagtekens zetten bij de visie "natuurbeheer", die ecologen en natuurkenners er op na houden. Er zal eerst meer duidelijkheid over het begrip "natuur" moeten zijn, eer agrarisch natuurbeheer door boeren kan worden opgepakt.

  • no-profile-image

    W Geverink

    Glastuinders opereren op de wereldmarkt en gaan dagelijks op de fles. Om als nederlandse melkveehouder op de wereldmarkt te kunnen overleven zal je van goede huize moeten komen en zal er nog veel intensiever geboerd moeten worden dan nu al wordt gedaan. Als het belangrijk is dat daarbij de weidevogelpopulatie niet kompleet wordt uitgeroeid zal er toch wat "outside the box" denkwerk moeten worden verricht. Is het daarom niet een idee om drie rondes snijmais te verbouwen per hectare kas in plaats van drie hectare er buiten? De kassen zouden verwarmd kunnen worden met gas uit een biogasinstallatie die op zin beurt weer gevuld wordt met koeiemest. Op die manier kan mischien een paar hectare gras lang genoeg blijven staan dat niet alleen de weidevogellegsels kans hebben om uit te komen maar de kuikens ook mobiel zijn voor er gemaaid wordt. Een andere optie zou kunnen zijn, gras in de kas en de weidevogels veilig in de kas houden waar de kraaien roeken vossen etc er niet bij kunnen....

  • no-profile-image

    koetje

    Dat is een goed idee voor de WUR Geverink,daar kicken ze echt op.Ik zag laatst trouwens een filmpje over een Amerikaanse professor die onderzoek deed naar tarwe teelt in een kas,met schuin opgestelde plateaus.Dat was volgens hem de toekomst om de wereld te voeden in de toekomst.Boeren zijn straks overbodig....denken ze.

  • no-profile-image

    Marnix

    Probleem waar ik steevast tegen aanloop is dat alle regelgeving en vergoedingen omtrent het natuur(lijk)/weidevogel beheer zo statisch zijn als het maar kan, daar de natuur (vogels, weergetijden), de boer dynamisch en flexibel is daar de (gewas)voederprijzen fluctueren.

    De vergoedingen voor agrarisch weidevogelbeheer moeten gekoppeld zijn aan de ruwvoederprijzen (in lijn van faunaschade). Dan pas is het financieel interessant om je bedrijfsvoering er totaal op aan te passen.

  • no-profile-image

    W Geverink

    Idd Koetje. En gewoonlijk worden er honderdduizenden Euro's betaald aan een adviesburo voor dit soort "waardevol" advies. Ik ben bang dat er met mijn voorstel weinig wordt gedaan omdat ambtenaren gewend zijn om de personen en bedrijven waaraan ze het denkwerk uitbesteden dik te betalen. . . . . . . Hee Koetje! Heb ik een diploma nodig of moet ik ergens verstand van hebben om een adviesburo te beginnen?

  • no-profile-image

    koetje

    Kweenie Geverink,gewoon nuchter boerenverstand is onbetaalbaar,ben bang dat ze uw tarief niet kunnen betalen.Van de praktijk-universiteit krijg je helaas geen diploma.

  • no-profile-image

    vd Zanden

    Is het niet gewoon beter om de wijdevogelbeheer te koppelen aan de bedrijfstoeslagen die men ontvangt

  • no-profile-image

    josien kapma

    Haha, best knap om betaald te krijgen voor advies…

    vd Zanden, dat is inderdaad ook een idee. Voor het nwe GLB is op dit moment brede steun voor een basispremie per ha, en dan een topup voor speciale prestaties. Op dit moment komen de bedrijfstoeslagen (in Portugal althans) onder voorwaarde dat aan 'goed beheer' gedaan wordt, een soort basis van goede landbouwpraktijken. Maar bij het serieuze weidevogelbeheer komt heel wat meer kijken. Dat gaat van water tot mozaiekmaaien tot predatorbeheer: samenwerking met waterschap, natuurvereninging en buren is nodig.

  • no-profile-image

    koetje

    Betalen voor advies is niet erg....als je er maar wat aan hebt.Ik zat een keer met de boekhouder rond de tafel en die begon meteen over de ietsje hogere voerkosten dan gemiddeld.Toen ik vroeg hoe de boekhoudkosten naar beneden konden(alle beetjes helpen) werd het stil...ik wil maar zeggen.

  • no-profile-image

    Han

    @Josien ik denk dat je een verkeerde conclusie trekt. Boeren >kunnen< goede natuurbeheerders zijn. De huidige natuurkenners zijn uit zoals elke bureaucraat op macht en wel >hun< macht.
    Ik heb te lang rond gelopen in landen waar totalitaire systemen hebben geheerst en nu is de macht van iedere bureaucraat nog net zo groot of groter dan vroeger. Waarom zou een stedeling die zich natuurkenner noemt meer weten van de natuur dan een plattelander die er elke dag in zit? Omdat hij een idee heeft en dat weet te verkopen aan de politiek die moet scoren?

  • no-profile-image

    josien kapma

    Nu draaf jij weer door, Han. Boeren *kunnen* goede natuurbeheerders zijn, maar zijn dat niet per defenitie. En niet-boeren kunnen ook goede natuurbeheerders zijn.

  • no-profile-image

    koetje

    "Niet boeren kunnen goede natuurbeheerders zijn"Wanneer ben je boer en wanneer ben je natuurbeheerder?
    Als je ziet hoe sommige gesubsidieerde NO's
    zich op de markt begeven met vleespakketten dan ben je net zo goed een beetje boer.Maar dan wel onder een heel andere regelgeving.Maar het zou ook kunnen dat boeren het hier juist laten liggen.

  • no-profile-image

    natuurboer

    Josien het lijkt erop dat je zelf ook doordraaft. Het is maar net welke bewoording je gebruikt. Ik maak uit jouw woorden op, dat je natuurbeheer niet aan een boer toevertrouwd. En in niet-boeren die nu natuurbeheerder zijn meer vertrouwen hebt . Bij mij leeft die gedachte andersom. Ik gebruik daarvoor dan de volgende woorden. Boeren kunnen MEESTAL goede natuurbeheerders zijn. En niet-boeren doen meestal alsof ze goede natuurbeheerders zijn.

  • no-profile-image

    Han

    Josien. Bedankt voor je opmerking dat ik weer door draaf. Ik ben het eens met Natuurboer dat niet iedere natuurbeheerder per definitie en goed beheerder is van deopenruimte en iedere boer een slechte. Dit proef ik een beetje in je verhaal en dat stuit tegen mijn boeren borst. Het ergste vind ik het feit dat wij als boeren ons zelf langzaam en zeke rgaan zien als de >verpesters< van het milieu in de ruimste zin. Hier wil ik niet in mee gaan en denk dan ook dat boeren weer meer aan het milieu moeten denken en minder aan korte termijn gewin. Een goed milieu en natuur beheer zal zich op termijn dubbel en dwars terug betalen. Laten we de natuurbeschermers hun gang gaan zijn onze weidevogels en weide dieren (koeien, kalveren schapen etc.) over geleverd aan de preditoren die zonder enige weerstand hun gang kunnen gaan. Ik moet er niet aan denken dat we straks naast veel vossen ook nog de nodige roedels wolven hebben, die geen naturlijke vijanden hebben anders dan de mens. Deze laatste mag niet ingrijpen van natuurbeheerders en progressieve politici.

  • no-profile-image

    Sieger

    Het is jammer dat vaak boeren onderling discussiëren over natuurbeheer en natuurbeheerders idem dito. Over elkaar praten is makkelijker dan met elkaar. De grootste biodiversiteit was aanwezig 1900-1950 ong. Dit was het landschap gecreëerd door boeren, dat zal geen natuurbeheerder ontkennen en daarmee is het boerenbeheer van het landschap verdedigd. Maar het huidige intensieve gebruik vd grond biedt geen ruimte voor meeprofiteerders, de overige flora&fauna. Wat vroeger wel het geval was. Probleem is dus het intensieve grondgebruik waardoor, om maar bij dat voorbeeld te blijven, de weidevogelstand snel is afgenomen. De zode is zo dicht en zo raaiachtig dat het voedselaanbod voor de weidevogels te weinig aanwezig is. De weidevogel heeft daardoor en door het machinepark van tegenwoordig geen schijn van kans bij landbewerking. De eieren gaan kapot en/of de pullen kunnen niet wegkomen. Het resultaat is een lage bezetting weidevogels in het huidige boerenlandschap. Dan is de predatie direct merkbaar. Elk nest is bij wijze van bekend bij de boer. Elk nest wat gepredeerd wordt valt dus ook direct op. Dus predatie is wel een probleem bij het huidige weidevogelbeheer maar niet de directe oorzaak van de totale achteruitgang.
    Een predator is nagenoeg nooit de oorzaak van verdwijning van een soort.
    Natuurbeheerders zijn niet allemaal stadsmensen die geen natuurkennis hebben, er bestaan wel degelijk opleidingen voor en die zijn ook wel degelijk op kennis gebaseerd en er zijn ook wel degelijk mensen die van het platteland komen en degelijk natuurbeheerder zijn.
    Het is mij wel duidelijk dat de huidige landbouw en natuurbeheer niet samengaan op de huidige manier.
    De invloed van de landbouw, het landschapsgebruik en de uitspoeling van nitraat/fosfaat naar het grondwater hebben een dusdanige invloed op de hele omgeving dat natuur erg moeilijk realiseerbaar en houdbaar is. De grootste kosten bij NatuurOrganisaties worden op dat gebied gemaakt. En op het gebied van subsidie voor NO's staat ong elke euro subsidie van de overheid tegenover 2 euro verkregen vanuit leden, legaten ed. Dus de belastingbetaler betaalt maar een gedeelte van de NOkosten. De subsidies voor agrarisch natuurbeheer zijn productiekostendekkend en daarom veel hoger dan voor de NO's.
    De resultaten van de gerealiseerde natuurwaarden liggen daar echter lager en voor agrarisch natuurbeheer kan na 6 jaar de regeling gestopt worden. Wat is dan de winst voor de natuur?
    Mijns inziens kan de boer een goede landschapsbeheerder zijn, maar met het huidige beleid is op het boerenland weinig natuurwinst te behalen. Ik geloof wel in een succesvol agrarisch natuurbeheerbeleid, maar dan met grote kerngebieden en langdurig. Maar vooral geloof ik dat een succes vooraf gegaan wordt door samenspraak met ecologen/natuurkenners. Let wel een boer heeft verstand van de voedingsstoffen die het land nodig heeft en het effect daarvan op zijn gewassen. Maar heeft een boer ook verstand van het effect van de overvloedige voedingsstoffen in de grondwaterstroming/samenstelling en het effect op overige flora en daardoor ook op overige fauna?
    Ik zelf heb de landbouwschool gedaan en ik heb dat nooit geleerd, wie wel op de landbouwschool?
    Zo ook de natuurbeheeropleiding die ik nu doe, vanuit de hoek van natuurbeheer krijg ik les. Daar komt de boer ook niet heel gunstig uit de hoek. Maar omdat ik beide kanten bekeken heb, kan ik wel een redelijk beeld vormen.
    Mijn laatste punt is het beleid van Bleker. Henk geeft erg hoog op over weidevogelbeheer door boeren. "de resultaten zijn erg goed". Echter er is geen rapport die dit ondersteunt. Waar is zijn beleid op gebaseerd? Zijn boerenhart? Dat is erg aardig, maar gedoemd te mislukken. De NO worden 60% gekort omdat Bleker er het nut niet van inziet, maar hoeveel wordt er geinvesteerd in agrarisch natuurbeheer?
    Is de volgende staatssecretaris iemand die NO's een warm hart toedraagt, dan zijn de boeren de klos! Realiseer je dat wel in een tijd dat politiek beleid weinig meer is dan zieltjes winnen en korte termijn visie. Het is daarom wel tijd voor de sector om naar een oplossing toe te werken die breed gedragen wordt en toekomst heeft. Beetje lang geworden en ik zou nog veel meer kunnen zeggen, maar dat is voor de volgende keer.

  • no-profile-image

    Han

    @Sieger. Dat het de boer ontbreekt aan kennis van bodem en bodemleven en daarmee aan kennis van natuurbeheer wil ik zeker niet ontkennen. Ik denk dat het ontbreken aan kennis van bodem en bodemleven in samenhang met productie capaciteit van de bodem maar tevens de positieve inbreng van bv. (weide)vogels op zijn productie de boer in de toekomst zuur opbreekt. De huidige kennis is te eenzijdig en gaat uit van het feit dat de wetenschap / chemische laboratoria en micro biologie voor alles een oplossing heeft.

  • no-profile-image

    natuurboer

    Beste Sieger, natuur bestaat in feite uit een aaneenschakeling van ketens. Het weidevogelbeheer waar we hier over spreken zijn een slechts een paar schakels uit die schakeling van de gehele natuur. Het in stand blijven van de weidevogelbestand bestaat globaal uit drie factoren. 1 voedselaanbod. 2 broed gelegenheid en 3.predatie. Hapert er iiets in elk van deze factoren dan gaat de weidevogelstand achteruit. Op diverse fora over weidevogelbeheer kom je dan ook vaak tegen dat de één voedselaanbod als oorzaak van achteruitgang benoemt, een ander de broedgelegenheid en weer een ander de predatie. Ze kunnen allen gelijk hebben. Echter voedselaanbod is een eerste vereiste. Bij goed voedselaanbod zal haperende broedgelegenheid en predatie dan van minder invloed zijn op de weidevogelstand. Bij haperend voedselaanbod voor de weidevogels wordt broedgelegenheid en predatie echter belangrijk voor het instand houeden van de weidevogelstand, om zodoende achteruitgang tegen te gaan. Dus voedselaanbod is dan een eerste vereiste. En dan komt de vraag: Wat beïnvloed het voedsel aanbod.?? Insectenleven dus. Daarmee kom je op een heel ander vlak bij weidevogelbeheer. Dan kom er insectenbeheer om de hoek kijken. Het insectenleven bestaat voornamelijk uit ontluiking in het voorjaar, een werkzaam insectenleven gedurende de zomer en voortplanting in de herfst. Daarna winterrust en in het voorjaar begint de levenscyclus van insecten in de bodem opnieuw. Zoals uit eigen onderzoek en ervaringen is gebleken hebben de meeste bodeminsecten, waar weidevogels van leven, dierlijke mest nodig om zich voort te kunnen planten. Zo kom je dus bij weidevogelbeheer via insectenbeheer bij onze mestwet terecht. Echter de mestwet gooit roet in het (letterlijk) eten van insecten. Ten tijde van de voortplanting in de herfst blijft de dierlijke mest in de kelders en silo`s, waardoor de insecten van het bodemleven in de herft geen stoffen uit dierlijke dierlijke mest kunnen krijgen en zich daardoor moeilijk kunnen voortplanten. Met de nodige gevolgen van voedsel aanbod voor de weidevogels. Verder stelt Sieger dat de grootste biodiversiteit voor kwam in de periode 1900-1950. Dat is niet zo verwonderlijk gezien de aanwezigheid van mest in de herfst . Want toen vertoefden er grote koppels vee in de weilanden tot diep in de herfst. Dus genoeg mest in de herfst op/in het land zodat insecten van het bodemleven zich in de herfst goed konden voortplanten. Met dan weer voldoende voedselaanbod voor weidevogels in het voorjaar. En op die manier konden de weidevogels zich, in die periode 1900-1950, voortreffelijk handhaven. Zoek je echter tegenwoordig naar insecten in het bodemleven dan zijn die over het algemeen steeds minder te vinden. Weidevogel beheer begint dus met insectenbeheer. Ze deden het in de periode 1900-1950 ook al, maar doe van mij in de herfst maar een 5 ton/ha dierlijke mest op het land. Het mag dan wel niet van onze mestwet, maar dan pas kan volgens mij de weidevogelstand weer opklauteren door meer aanbod van bodeminsecten. Dat uitrijden van een 5 ton/ha mest in de herfst verlicht tevens de mestmarkt en dat kan de boeren wel eens meer opleveren dan al die weidevogelbeheerssubsidies bijelkaar. Eerst insectenbeheer en dan pas weidevogelbeheer, zo denk ik erover.

  • no-profile-image

    Han

    @Natuurboer. Je zou wel eens de kern van het natuur probleem bloot gelegd hebben, door te wijzen op de mestwet. Neem dit als voorbeeld en je kunt zeggen we zijn >te schoon< bezig en geven daarmee te weinig kans aan de aller kleinsten der aarde en daarmaa halen we het voedsel voor de groteren weg. Ik denk dat dit niet alleen geldt voor de weidevogels maar voor de hele flora en fauna. Schoon water is bv ook een beperkt begrip. Is schoon 100 % vrij van voedingsstoffen voor micro organismen dan betekent geen voedsel voor bv. watervlooien en dus voor "roof vissen" o.i.d. Naar mijn idee is vervuiling niet goed voor flora en fauna, maar te schoon / zuiver is net zo slecht. Door nu de natuur in stukjes te knippen met ieder zijn eigen specialisten, krijgen we stukjes natuur die niet meer bestaan uit één eco-systeem.

  • no-profile-image

    Sieger

    Beste Han en Natuurboer,

    Dat de wetenschap een te grote rol toebedeeld krijgt, valt over te discussiëren. NL is vanaf de oorlog bezig met het leerproces om zo veel mogelijk productie uit de grond kunnen halen. De laatste jaren zijn we begonnen met het terugdringen van de eutrofiering van het hele milieu. Dat is echter ook een leerproces, waar met vallen en opstaan, resultaat wordt geboekt.
    Het insectenverhaal is erg interessant. Voedselaanbod en voortplantingsgebied zijn bepalend voor een succesvolle populatie. Onder “natuurlijke” omstandigheden is predatie geen bepalende factor. In de huidige landschapsgebruik is dat wel het geval, zoals ik al eerder heb aangegeven. Dus tot zover zijn we het eens. Jij stelt dat voedselaanbod het belangrijkste is. Ik stel dat voedselaanbod en voortplantingsgebied even belangrijk zijn voor een succesvolle populatie. Een goed voortplantingsgebied hangt bij de weidevogels samen met predatiedruk, omdat het geen “natuurlijke” situatie meer is. Daarmee bedoel ik dat het grondgebruik te intensief is. Een goed voortplantingsgebied heeft als kenmerken vooral bescherming tegen natuurlijke elementen en predatoren. Met het huidige (mozaik)beheer worden stukjes gras (50m2) ongemaaid gelaten, als de boer tenminste meedoet aan weidevogelbeheer, al dan niet vrijwillig. Dit zijn echter miniscule eilandjes in het hele voortplantingsgebied. De slimme predatoren weten ook vrij goed wat deze eilandjes betekenen. Daar komt bij dat het fourageergebied veel groter is dan deze eilandjes. Oftewel de pullen lopen over het kale land, waar ze vrij zichtbaar zijn en moeite hebben om eten te vinden. Dan kom je meteen uit bij het probleem voedselaanbod. Insecten hebben mest nodig stelt Natuurboer. Mijn vraag is dan: hebben de insecten zelf mest nodig of zorgt mest voor voedselaanbod voor de insecten. Vreten ze zelf uit die mest, dan begrijp ik je stelling. Maar als het nodig is voor de groei van grassen/planten dan vraag ik me af of meer mest nodig is dan nu het geval is. Insecten hebben namelijk ook een open structuur van de zode nodig met kruiden en bloemen die hen voorzien van nectar/suikers, het fourageergebied. Het is bekend dat mest zorgt voor productie van de sterkere grassen. En dat zijn nou net de grassen waar insecten geen voedselaanbod van krijgen. Hoe schraler de bodem hoe meer variatie in flora er gaat komen. De voedselaanbieders van insecten maken dan meer kans en de insecten dan ook. Verder hebben de insecten een strooisellaag nodig om te overwinteren. Die kan ik in het grasland niet vinden. De snee gras die er staat als de herfst begint geeft niet genoeg schuilmogelijkheden tegen de natuurlijke elementen. Dus insecten komen ook al moeilijk/of niet de winter door.
    De stelling van Natuurboer dat in 1900-1950 de weilanden in de herfst vol stonden met vee en daardoor een groot mestaanbod kregen gaan enigszins mank. De huidige voedingstoestand van de bodem met de toenmalige voedingstoestand is niet te vergelijken. Nu ligt er een strakke raaimat, zonder afwisseling en geen strooiselbedekking. Dus voor insecten weinig tot geen mogelijkheden. Toentertijd bestond de grasmat uit structuur, verschillende grassen en kruiden, waar het vee tussendoor scharrelde naar zijn kostje. Dus er waren ook planten die bleven staan omdat ze niet lekker waren. Sommige plekken waren kaal gevreten, sommige plekken waren meer struwelig. Zo ook de mest. Geen gelijkmatige injectie inde bodem, maar een vlaai alwaar het uitkomt. Een gelijkmatige bemesting van nutriëntrijke mest was niet aan de orde. De toevoer van nutrienten aan het land was veel minder dan in de laatste jaren. Toen was het meer een roulatiesysteem van nutrienten. Dan krijg je variatie in het land, goed voor fourageermogelijkheden en voortplantingsmogelijkheden van insecten, vogels en predatoren. En alles behoorlijk in evenwicht. Terugkomend op mijn vraag aan Natuurboer: als insecten direct afhankelijk zijn van de mest, dan waren er toen geen of heel weinig insecten en nu veel meer. Dat kan ik nu niet terug zien in het land.
    Ik denk dat de invloed van mest op het landschap zwaar onderschat wordt. Verrijking lijdt tot vermindering van het aantal soorten flora en daar weer van afhankelijk het aantal soorten fauna. Han dat we misschien wel te schoon bezig zijn. Hoe schoner we worden hoe kleiner de kans dat kleinen en daardoor groten kunnen overleven in het landschap. Dit gaat niet op Han. Hoe schraler het landschap, hoe meer variatie. Dan gaan namelijk de beperkingen een rol spelen. Bijvoorbeeld de kwel, grondwaterstand, zoet/brak, stikstofaanbod, lichtaanbod e.d. Als je een denkbeeldige lijn trekt van bijv een rivier naar de top van een stuwwal krijg een heel gevarieerd aanbod in genoemde factoren. Met een grote biodiversiteit. Als je ditzelfde gebied nu verrijkt met mest gaan de beperkende factoren een minder grote rol spelen. Kijk maar naar de veluwe of welk ander voorbeeld ook. Ze staan vol met soortenarme vegetaties. Pijpenstrootje is bijvoorbeeld zo’n soort die op de van natuurlijke arme gronden veel andere soorten wegdrukt omdat deze soort erg goed reageert op de eutrofiering van depositie en grondwater. Als daar eerder een aantal soorten planten stonden die nu weggedrukt worden door een soort, dan kun je ook wel nagaan wat dat voor effect heeft op insecten e.d. Je noemt het begrip schoon water, dat is idd niet 100% vrij van voedingsstoffen, maar wel vrij van de extra eutrofiering vanuit depositie van industrie en grondwaterverrijking vanuit de landbouw. Even heel zwart-wit gesteld. Te schoon is niet goed zeg jij, ik ben het met je eens. Maar dat zullen jij en ik ook niet meemaken dat het water te schoon is. In natuurlijke omstandigheden haalt het water haar voedingsstoffen uit de bodem, kwel en vergane planten. Maar ook daar geldt variatie vanuit een natuurlijk systeem. In een beekdalsysteem is de samenstelling heel anders dan bovenop de veluwe bijv. En ook hier levert dat een grote biodiversiteit op. In de tropen/derde wereld waar wij nutrienten weghalen en in ons ecosysteem pompen, daar speelt het probleem van verarming.
    De nutrientenbalans is uit evenwicht. Maar je stelling over het in stukjes knippen van de natuur is absoluut waar.

  • no-profile-image

    natuurboer

    Op de stellingen van Sieger 0"9:05 wil ik wat dieper ingaan. Ik begin met de schrale bodem die meer variatie brengt. Dat is ten dele waar. Daarvoor gaan we dan naar de plantenwereld. De hoeveelheid van diverse voedingstoffen in de bodem bepalen de vegetatie die op die bodem groeit. Of liever gezegd wil groeien. Iedere plant is afhankelijk van de aanwezige voedingsstoffen die in de bodem zitten. Heb je een bodem met rijke voedingstoffen dan groeien er andere planten dan bij eenzelfde bodem die schraal is. Trek in Europa maar eens het hooggebergte in. Tijdens een fikse regenbui aldaar veranderen de stroompjes en beekjes daar in "giersloten" De stikstof van de rottende bladeren en naalden van de bomen op de berghellingen spoelen dan tijdens die fikse regenbui naar de bergdalen. (Vandaar die "gierkleur" van het afstromende water.) De stikstof komt dus in de dalen terecht. Gras heeft veel stikstof nodig voor de groei. Gras krijgt door afspoeling in de bergdalen die stikstof ter beschikking. Waardoor de grassen de aanwas van nieuwe bomen steeds kunnen overwoekeren. Zodat je in de bergen volgens een natuurwettelijke bemesting alleen bomen op de berghellingen aantreft en geen bomen maar gras in de bergdalen. ( Menselijk handelen veranderd dat natuurlijke evenwicht grasgroei/bomengroei in de bergen) . Bemestingen veranderen dus de plaatselijke vegetatie. Waar ook ter wereld . Veluwe een schraal gebied? Daar lopen nogal wat wilde zwijnen en herten rond. Niet echt schraal te noemen lijkt me. Eerder speelt de grondsoort zand dan een rol in de vegetatie. Zand, klei en veen reageren verschillend op bemestingen. Niet met elkaar vergelijken dus. Dan nog een keer de insecten. Insecten bestaan uit en hebben voor voortplanting dierlijke eiwitten nodig. En hoe komt een insect dan aan dierlijke eiwitten voor de voortplanting. Sommige insecten zoals naaktslakken kunnen zelf dierlijke eiwitten maken. (Vanwege dat luchtgaatje in de naaktslak). Maar veel insecten kunnen dat zelf niet. Die moeten dan de stoffen voor de aanmaak van dierlijke eiwitten van elders halen. Daar hebben die insecten dan de mest van warmbloedige dieren en mensen voor nodig. Warmbloedige dieren en mensen kunnen in hun darmstelsel plantaardige eiwitten omzetten in dierlijke eiwitten. En bij die omzetting zijn dan niet alle stoffen nodig waar dier of mens dierlijke eiwitten van gaan maken. De rest van die bepaalde stoffen verlaten via de mest het lichaam van mens en dier en komen dan (hopelijk) beschikbaar voor de voortplanting van insecten. Met name is het dan de relatie mest en voortplanting van insecten dus. Voedsel voor insecten is weer een ander verhaal. Ik heb een jaar of tien geleden in de herfst eens stiekum en buiten de mestwet om, achter in de onze landerijen, met de mestverspreider een paar banen stalmest over het land gereden en niet ingewerkt. Wat denk je. Het volgende voorjaar zaten in die baan van ca 20 bij 200 meter maar liefst negen keivitparen te broeden. De plaatselijke vogelwacht was daar zeer verbaasd over en wilden dat publiceren. Ik zei toen; doe dat maar niet want anders krijg ik vanwege die oningewerkte stalmest de AID op de stoep. Maar de relatie mest en weidevogels werd voor mij nu wel duidelijk. (Verschil stalmest en mengmest heb ik echter nog niet goed in beeld) . Dan het schone of vuile oppervlakte water waar Han ook over spreekt. Een eigen ervaring daarvan. Een jaar of twintig geleden molken we nog koeien. En het spoelwater van de melkinstallatie werd geloosd in de nabij gelegen sloot bij onze boerderij. In die tijd zaten er toen ook veel palingen in de betreffende sloot. De fuiken zaten geregeld vol. Toen wij echter stopten met melken en er geen spoelwater meer in die sloot terecht kwam, waren opeens de palingen ook verdwenen. De fuiken bleven nagenoeg leeg. Zo schoon hoeft het oppervlakte water dus ook niet te zijn. Hetzelfde verhaal voor overige vissen. Uit overleveringen heb ik vernomen dan vroeger, in de tijd van de privaattonnen, de meeste vissen te vinden waren op die plek waar ook in mijn omgeving de privaattonnen op een vaste plek in het oppervlaktewater werden gekieperd. De dwingers noemden wij die plekken, en elk dorp had er wel een. Vissen zijn dus ook gebaat bij dierlijke/menselijke mest. Waarschijnlijk het zelfde verhaal als met de insecten. Behoefte aan stoffen uit mest waar ook vissen dierlijke eiwitten van kunnen maken. Hoe is echter de situatie nu in mijn omgeving. Geen dierlijke mest die meer in de sloten mag komen. En het zijn nu allemaal sloten geworden die nu levenloos zijn, maar waar vroeger wel vissen in waren te vinden. Oppervlaktewater kan dus ook wel eens te schoon zijn. Soms heb ik de neiging om ten behoeve van de vissen een mesttank vol dierlijke mest in de sloot te blazen. Maar ja, onze mestwet verhinderd dat. De uitvoering van de mestwet heeft volgens mij weldegelijk invloed op de natuur in Nederland. We hebben het hier over behoud van de weidevogels. Maar waar is, afgezien van ganzen, het beleid voor behoud van b.v de watervogels. Door het hekkelbeleid van ons waterschap zijn in mjn omgeving de rietkragen langs de sloten verdwenen. Hadden we voorheen een hoop riethennetjes in de sloten, echter met het verdwijnen van de rietkragen langs de sloten, zijn bij ons de riethennetjes ook totaal verdwenen. In mijn beleving is Nederlands natuurbeleid te veel selectief en te veel theoretisch. P.S. Natuurkennis en het leren van natuurwetten doe je op door het veld in te trekken en dan je ogen de kost te geven. Natuurkennis in boeken beschreven zijn uit de natuur geknipte delen en kunnen dan alleen maar als aanvulling dienen.

  • no-profile-image

    Kortom

    Kortom de koei moeten naar buten!!

    Zoniet -> Korting op melk wegens schade aan flora en fauna.

  • no-profile-image

    noordhollander

    het beste voorbeeld is sklasumer natuurbeheer,die eigenlijk de silveren skries definitief verdienen (aanmoedigingsprijs provincie friesland)
    om te begrijpen ga op excursie bij hessel agema op de wagen mee t land door hopelijk gaat bleker ook mee,die woont er hemelsbreed niet zo ver vandaan

  • no-profile-image

    Sieger

    Beste Natuurboer,
    De theorie die jij aanhangt over de vegetatiestructuur in de bergen is volgens mij niet helemaal correct. Er zijn een aantal factoren welke invloed uitoefenen in die situatie. Dat is onder andere de watertoevoer. Bovenin de bergen komt de enige watertoevoer vanuit de neerslag. De samenstelling van dit water is per definitie zuurder dan grondwater. (ook afgezien van het zure regen verhaal) Daar komt bij dat dit water snel afvloeit, inzijgt of blijft hangen op slechtdoorlatende lagen, zo wordt hoogveen gevormd. De bodem daar bestaat meestal uit grof materiaal van stuifzand of grindig zand. Doordat vanuit de bodem geen watertoevoer plaatsvind zijn de mineralen die in het zand aanwezig waren in de loop der eeuwen uitgespoeld, oftewel naar onderen gezakt. Gevolg is schrale bodem. Dus zure en droge omstandigheden. Een van de weinige soorten die onder deze omstandigheden kunnen overleven zijn naaldboomsoorten, vandaar dat deze vaak boven op hooggelegen gebieden voorkomen, later zijn ze ook juist op deze gebieden aangeplant voor diverse redenen. Beneden in de dalen zijn dezelfde en andere factoren actief, maar in een andere samenstelling. Watertoevoer komt hier van neerslag, oppervlaktewater en grondwater. In verhouding heeft grondwater de grootste invloed, maar dat is ook afhankelijk van de locatie tov de beek/rivier. Het grondwater wat hier leverancier is, is rijk aan mineralen omdat het kwelwater is wat soms duizenden jaren door de bodem trekt. Vanaf de hoger gelegen gebieden in de bodem getrokken, mineralen meegenomen en verderop in de lager gelegen gebieden door kweldruk weer aan de oppervlakte gekomen. Dit is mineraalrijk water. Daar komt bij dat er een constante druk plaatsvindt, dus voldoende water aanwezig. Bij overstroming van de rivier vindt ook extra watertoevoer plaats met zuurder water, immers de samenstelling van regenwater is in van invloed op de samenstelling van oppwater. De bodemsamenstelling is in deze gebieden ook anders. Door regelmatige overstromingen (in de loop der eeuwen) is hier veel klei afgezet wat leidt tot variaties in grondsoorten met klei en zand, rijke grond in elk geval. Dus mineralen vanuit de bodem zijn hier ook beschikbaar. Dus in de lager gelegen gebieden zijn veel meer stikstof en andere voedingsstoffen beschikbaar dan in de hoger gelegen gebieden. Dat er in de lager gebieden geen bos voor zou komen is niet waar, tenminste volgens de natuurlijke situatie. Er was wel degelijk sprake van bos, maar veel verschil in soort en grootte. Immers een wilg kan langere overstromingen aan dan els, en een beuk of naaldboom kan er helemaal niet tegen. Er was echt wel sprake van (moeras)bossen in die gebieden. Maar inderdaad ook open gebieden met vruchtbare vegetatiestructuren, deze werden ook (tijdelijk) open gehouden door begrazing. De invloed van de mens heeft er voor gezorgd dat de vruchtbare lagere gebieden ter beschikking kwamen voor akkerbouw, gras- en hooiland. De hoger gelegen gebieden waren van nature arm en hadden geen nut, behalve houtbouw. Dus het totaal aan factoren in licht, water, voedingsstoffen en zuurgraad bepaalt de aanwezigheid van vegetatie, niet alleen bemesting of stikstofbeschikbaarheid.
    Mijn bewering dat de veluwe schraal is (in natuurlijke toestand en in verhouding met de rest van NL) heb ik hiermee volgens mij wel verdedigd en hier hoef ik niet over uit te weiden. Wilde zwijnen zijn wroeters en vreten knollen, eikels, gras, mais en nog veel meer. De combinatie van hun benodigd voedselgebied en voortplantingsgebied (schuilmogelijkheden in bos) vinden ze op de veluwe. Voor de herten die daar lopen geldt een beetje het zelfde verhaal. Ze voeden zich veel met jonge twijgen en komen zover uit het bos dat het geen gevaar oplevert. De schuilmogelijkheden liggen daar immers. Dus dat deze dieren op de Veluwe leven zegt meer over het aanbod van voedselgebied en voortplantingsgebied dan over de schraalheid van de bodem. Door de versnippering van gebieden zijn veel dieren gedwongen tot kleinere leefgebieden. Dat er dieren kunnen leven wil niet zeggen dat het gebied niet schraal is. Jouw ervaring met het extra uitrijden van ruige mest (neem ik aan) geloof ik direct.
    Daar zitten immers organische stoffen die nog omgezet moeten worden. En dat doen de insecten en ander bodemleven. De weidevogels reageren daar direct op. Maar als daar eerder ruige mest op gebracht was was dat volgens mij ook gebeurd. Je ziet het ook op oud maisland tussen graslandpercelen in. Daar gaan de kieviten zitten, hier bij ons vorig jaar zelfs een grutto! Je ervaring met de palingstand in jullie sloot kan van alles betekenen. Dat palingen (en andere vissen) daar goed op reageren zou best kunnen, maar dat wil nog niet zeggen dat alle flora en fauna daarmee goed af is. Hoe is het microfauna? En de daaropvolgende voedselketen? Als de paling daar goed op reageert, gaat hij een dominantere positie in de voedselketen innemen. Ofwel hij laat minder ruimte voor ander leven. Denk aan het pijpestrootje in de heide uit mijn vorige reactie. Daar komt bij dat er ook andere oorzaken een rol kunnen spelen ipv spoelwaterlozing. Landelijk was immers een daling merkbaar van de palingstand. Hoe je het ook wendt of keert, een overvloed aan eutrofiering in het water lijdt tot groeiexplosie van een aantal soorten flora en fauna ten koste van andere soorten. Het kan best zijn dat de privaattonnen zeer lokaal goede voedingsomstandigheden boden en de vissen een eind verderop de natuurlijke omstandigheden nog konden vinden, voor bijvoorbeeld voortplanting. Dan konden ze mooi uit eten bij “de Gulden Privaatton”. Maar als je dan in alle sloten mest kiepert hoe zit het dan met die balans? Verschillende vissen hebben verschillende voedingstoffen nodig en een voortplantingsgebied met verschillende condities.
    Als jouw theorie klopt dan moet eind jaren 70 en 80 het erg goed zijn gegaan met de visstanden in Nederland. Dan waren al die maatregelen niet nodig geweest. De giersloten rond boerderijen zaten vol met gezonde vis, de kleur en geur van die sloten was een teken van gezond water. Ik heb het anders ervaren. Het feit dat de sloten nu levenloos zijn heeft idd te maken met het waterbeleid. De strakke verticale taluds zorgen voor mindere omstandigheden voor flora en fauna. Daarbij komt de schoning elk jaar die de bodem (met al het leven), het talud (met al het leven) en het riet en oevervegetaties (met al het leven) afschraapt. Dus ook hier geldt weer voedselgebied en voortplantingsgebied voor diverse soorten fauna wordt verstoord. Veel vogels zijn afhankelijk van oud riet en bijbehorende omstandigheden. Maar ligt daar ook niet de grondwaterstandsregeling van de sector aan ten grondslag? De sloten moeten water snel kunnen afvoeren en drainage van de percelen mag geen hinder ondervinden. Dat is ook weer een knelpunt van het huidige landbouwbeleid, waarbij het te makkelijk is om te zeggen dat natuurlijk peilbeheer weer terug moet komen. Maar het maakt wel deel uit van de oorzaak van de situatie in de sloten, denk alleen maar aan effect van sluizen. Waterbeherende instanties (waterschap) hebben hierin wel een taak om anders te gaan werken.
    Dat natuurbeleid selectief en theoretisch is, is ten dele waar. Maar mbt het onderwerp waar wij het nu over hebben ben ik het niet met je eens dat dat zo is. Juist het totaal aan factoren bepaalt de omstandigheden in een gebied, niet alleen de factoren die jij hier aanhaalt.
    Je ogen gebruiken in het veld levert wel degelijk informatie op, maar daarmee is de oorzaak van veranderingen niet altijd achterhaald. Onderzoek kan aantonen dat deze op een heel ander vlak liggen dan verwacht.
    De natuurkennis die is beschreven in boeken is ontstaan uit vele, vele waarnemingen in het veld. Waarnemingen die genoteerd zijn, aan elkaar gekoppeld en gecontroleerd. Hieruit worden conclusies getrokken. Dus de basis van deze boekenkennis ligt wel degelijk in het veld. Maar daar blijft het niet bij, gegevensonderzoek volgt. Immers niet alles is zoals het lijkt. Is de landbouweducatie dan ook alleen maar aanvulling. Hoe is de landbouw eigenlijk tot bloei gekomen? Door onderzoek en innovatie toch?

  • no-profile-image

    natuurboer

    Beste Sieger ,leuk dat ik inzake onze natuur op dit forum in jouw een tegenhamger ontmoet. En over die natuur moeten we met mekaar de degens maar eens kruisen. Bij de palingen vissen en insecten zitten we nog lang niet op één lijn. Echter bij mijn strook stalmest wil ik een opmerking maken. Jij stelt dat door die stalmest de insecten van het bodemleven actiever worden. Dat wil er bij mij niet in. Ik zeg dat door die stalmest die insecten zich konden vermeerderen en de kieviten er dan gebruik van maakten. Uit eigen ervaringen is het bij mij bekend dat bij gebruik van veel kunstmest en weinig dierlijke mest de hoeveelheid insecten in het bodemleven sterk afneemt. Verband dierlijke mest en voortplanting insecten van het bodemleven is bij mij dan duidelijk. Dan jouw verhaal over waterverlopen in de bergen. Daar kan ik wel enige beeldvorming van maken. Maar hoe zit het met waterlopen van berg en dal wanneer je het in nog grotere verbanden plaats en Nederland het ultieme bergdal van noordwestEuropa gaat verklaren. Komt er dan in grondwater uit Duitsland als kwelwater met veel mineralen in Nederland naar boven? Dan zouden volgens mij de bodems in de Achterhoek in Gelderland en Oostdrenthe rijk aan mineralen moeten zijn. Dat hele waterloopverhaal wil er bij mij nog niet helemaal in en neem het nog met een korreltje zout.. Ondanks die waterlopen bijt ik me dus vast in de stelling dat bemesting bepalend is bij variatie in vegetatie en andere zaken zoals water enz een bijrol spelen. Ik spreek dan wel allen over de NPK voedingsstoffen. Dan die naaldbomen er maar eens bij halen. Een naaldboom is een trage groeier. En dat in tegenstelling tot een wilgeboom als snelle groeier. De traag groeiende naaldboom heeft weing water nodig om te groeien, terwijl een wilg daarentegen een hoop water nodig heeft. De naaldboom zal in een zelfde groeiperiode dan ook minder voedingstoffen nodig hebben dan een wilg. Water is dan ook een factor, maar bij mij blijft de beschikbaaheid van voedingstoffen de plaatsbepaler waar een naaldboom of een wilg kan/mag groeien. Een wilg zal niet levensvattbaar zijn hoog in de bergen vanwege te weinig water en daardoor te weinig voedingstoffen. En een naaldboom wil niet groeien in moerasgebied wegens teveel water en daardoor teveel voedingstoffen. Water is bij beide dan bijzaak en voedingstoffen hoofdzaak lijkt mij. Dat is dan een geschetst groeiverschil tussen boom en boom. Maar er is ook verschil in groeimogelijkheden tussen boom en b.v. gras. Waneer die beide in competie gaan omtrent voedingstoffen in de bodem dan zal bij een hoop voedingstoffen in de bodem het gras het van de boom gaan winnen. Een nieuwe boom die vanuit een boomzaad in een voedingrijke bodem tot wasdom wil komen wordt steeds door het gras overwoekerd. Door de rijke voeding in de bodem zal vanwege het snelgroeiende gras de boom weinig kans tot wasdom krijgen. En dat vindt dus plaats in de bergdalen waar de meeste voedingstoffen bijelkaar komen. Andersom gebeurd dus ook. Waar weinig voedingstoffen in de bodem zitten zal een boom het van gras winnen. Dus ik blijf bij mijn stelling dat de natuur het zo heeft regeld dat in de bergen de bomen op de hellingen groeien. En gras in de dalen. (Echter vandaag de dag veranderen wij mensen dat natuurproces.) Op deze manier kun je dan de verbanden in de natuur herleiden. Niet alleen tussen bomen of planten planten onderling , maar ook de verbanden tussen dieren en bomen/planten. Dan kom ik weer bij de naaldboom terecht. En dan haal ik de eekhoorn en wild zwijn erbij, die beide een rol spelen bij naaldbomen in een natuurlijke omgeving. Want wat doet de eekhoorn. Die peuzeld hoog in de den een dennenappel op. Die eekhoorn is echter kieskeurig en morst nogal wat zaden uit die dennenappel. Die dennenappelzaden vallen dan op de grond en dan verschijnt het wildzwijn ten tonele. Al wroetend in de grond komen die zaden, welke de eekhoorn gemorst heeft, in een goed zaaibed terecht. Waardoor er weer nieuwe dennebomen tot wasdom kunnen komen en een bosgebied op natuurlijke wijze in stand blijft. Zo zijn in de natuur ook de verbanden tussen de denneboom, eekhoorn en wild zwijn herkenbaar te maken. Welliswaar korte verbanden. Bredere natuurverbanden zullen uiteraard het korte verband tussen naaldboom, eekhoorn en wildzwijn beïnvloeden. Hoe zit het dan met het bosonderhoud in de natuurgebieden in Nederland vraag ik mij dan af. Zal bosonderhoud volgens de natuurbeheerders in Nederland wel op natuurlijke wijze plaatsvinden? Volgens mij ontbreken er natuurlijke schakels in dat bosonderhoud. Sieger stelt dan ook dat niet alles lijkt zoals het is en er steeds gegevensonderzoek volgt. Ik blijf er dan ook bij dat natuurbeheer in Nedrland teveel op theorie en aannames berust. Zo ook het agrarisch natuurbeheer in Nederland. Daar mag eest ook wel wat meer gegevensonderzoek naar gedaan worden eer je als boer in agrarisch natuurbeheer kunt stappen. Verder zegt Sieger dat door onderzoek en innovatie de Nedrlandse landbouw tot bloei is gekomen. Zal dan toch bloei van uit de praktijk geweest zijn. En als ik dan naar de mineralenkringlopen en de uitvoering van onze mestwet kijk, dan weet ik niet of je dan nog van bloei in de landbouw kunt spreken. Sieger, nou jij weer.

  • no-profile-image

    Sieger

    Beste Natuurboer, het voordeel van dit forum is dat je veel kunt leren, het nadeel dat je andere zaken links laat liggen (waar ik toch al geen zin in had zoals leren). Op het gebied van stalmest en insecten bedoelen we het zelfde denk ik. Maar had ik het duidelijker kunnen stellen. Door de aanwezigheid van stalmest (organische stof) is het voedsel en voortplantingsgebied voor insecten aanwezig. Dus er is vreten voor henzelf en hun nakomelingen. Het gevolg is dat ze zich succesvol zullen vermeerderen en daar profiteren de kieviten weer van. Omdat ik weet dat insecten overwinteren in strooisellagen, ben ik nog niet helemaal overtuigd van het feit dat dierlijke mest zelf de bepalende factor is. De resten stro, hooi en andere zaken zie ik (ook) als bepalende factor. Jij stelde eerder dat insecten voor voortplanting dierlijke eiwitten nodig hebben, dus het zou ook een combi kunnen zijn. Maar mijn kennis gaat op dit gebied niet dieper dan wat ik tot nog toe heb gesteld. Kunstmest levert alleen maar mineralen die voor flora opneembaar zijn en zeker geen stro- en hooiresten e.d.
    Dus daar profiteren insecten helemaal niet van, daar zijn we het over eens. Alleen de oorzaak zoeken we (gedeeltelijk) ergens anders. Nederland als deel van het Europese dal heeft te maken met kwel van hogere gebieden o.a. Duitsland. Maar de hogere gebieden van Nederland, het oosten, heeft geen uittreding van kwel omdat het zo hoog ligt. Binnen deze gebieden zijn er natuurlijk laagten aanwezig waar wel kwel uittreedt. Denk aan de uitgesneden strook van de Vecht bijvoorbeeld. In de hogere gebieden treedt geen kwel uit omdat het kwel daar niet aan de oppervlakte komt. Het stroomt er onderdoor. Ook is het zo dat niet perse al het inzijgend water uit Duitsland perse naar Nederland stroomt omdat het maaiveld hier nabij de kust lager ligt. Ook hier spelen meerdere factoren een rol. Water neemt immers de weg van de minste weerstand. Niet heel Duitsland of de grensstreek ligt hoger dan het Nederlandse deel. Dus het kan ook op andere locaties uittreden. Ook komt het storende lagen tegen waardoor het juist aan de oppervlakte komt of er onderdoor gaat en helemaal niet aan de oppervlakte komt, ook al is het een laag gebied. Denk aan het Keileemplateau van Drente-Friesland wat bijzondere vegetaties oplevert waar de kwel aan de randen uittreedt. Aan de rand van de Veluwe treedt ook kwel uit. Het heeft alles te maken met drukverschil van grondwater. Als water inzijgt zakt het naar beneden tot het grondwaternivo, de samenstelling is nu al veranderd, afhankelijk van de de bodem. Op het grondwaternivo gaat het ingezegen water, al dan niet mengend met grondwater, opzij naar de weg van de minste weerstand. Als dat het maaiveld is, dan treedt het uit. Maar het kan ook opzij stromen en zo de grondwaterstroming volgen. Als het grondwaterstromingen van andere zijden tegenkomt, kan de tegendruk, die dit oplevert, ervoor zorgen dat het hier uittreedt. De grondwaterstromingen is echt een studie op zich, vergis je niet in deze complexiteit. Daar komt bij dat de afgelegde weg bepalend is voor de kwaliteit. Kalkhoudende, ijzerhoudende of zelfs sulfaat houdende kwel is het resultaat van de bodem waar de kwel doorheen is gestroomd. En in een gebied komt kwel niet gelijkmatig aan de oppervlakte. Alleen op de lage plaatsen en/of de plaatsen met de minste weerstand voor het grondwater. Alleen hierom al kan de bodem in oostnederland niet gelijkmatig rijk zijn aan mineralen. Maar het verschil aan kwelsamenstelling telt dus ook mee voor de mineralenbalans in de kwel. Dus alle kwel zorgt niet per definitie voor een rijke vegetatie, vaak wel voor een bijzondere vegetatie, per kwelgebied kan dit verschillend wezen. De mindere vruchtbaarheid van de oostkant van Nederland moet je als eerste zoeken in de bodemsamenstelling. Door het oppervlaktewater afgezette klei bezit nou eenmaal meer mineralen dan zand. Hoe grover het zand hoe armer. En in de hoger gelegen gebieden is geen (of heel weinig) klei afgezet. Maar veel zand, door oa de wind. Het verschil tussen naaldbomen en wilgen gaat verder dan alleen voedingsstoffen. De naaldboom doet het hogerop goed omdat het licht krijgt, de zuurgraad laag is en het een wortelstelsel heeft wat in staat is om diep naar water te zoeken. Doordat er weinig voedingstoffen beschikbaar zijn groeit deze boom langzaam, maar daar kan hij goed over. Als je deze boom aan de rivieroever zet, gaat hij er op den duur aan door de basische omstandigheden, maar daar krijgt de boom de kans niet eens voor omdat hij gewoon verzuipt. Het wortelstelsel kan dat niet aan. Een wilg is precies hetzelfde verhaal, maar dan andersom. Als het puur op voedingsstoffen aankwam, dan zou de grove den het prima doen in de duinen. Maar daar is het veel te basisch, dat trekt deze boom niet. Een houtwal heeft toch veel Eiken en aanverwante soorten als bedekking, een Elzensingel nagenoeg alleen maar Elzen. De grondsoort is nagenoeg het zelfde. Water is hier de bepalende factor, niet voedingsstoffen. Het gras/boomverhaal is gevarieerder dan jij het stelt. In eerste instantie is gras de winnaar, dat klopt. Maar er komen in de buurt van bos(randen), (zelfs langs elzensingels in het weiland) kiemplantjes boven het gras uit. Deze kiemplanten groeien gestaag door als alle omstandigheden goed zijn. Doordat ze ontzettend eiwitrijk zijn ze erg geliefd bij de grazers en snoeiers. Daar sneuvelen veel kiemplantjes al. Ook de aan/afwezigheid van licht is een bepalende factor. Sommige kiemplanten redden het wel en kunnen (onder natuurlijke omstandigheden) het redden tot een volwassen boom. In natuurlijke situaties zal er afwisseling zijn van grasvegetaties en boomvegetaties. De volgorde is gras/struweel/bos. Maar afhankelijk van de boomsoort zal het bos op den duur dode stammen krijgen die omvallen, andere bomen meenemen en zo open plekken creeeren. Of bijv. door stormen zullen open plekken ontstaan. Op deze plekken zal vervolgens gras gaan groeien waar grazers op af komen. Deze grazers eten dan ook weer de eiwitrijke kiemplantjes van de bomen. Daar komt bij dat een boom eigenlijk nooit groot kan worden onder zijn eigen soort. Grove den heeft licht nodig, dus die groeit alleen succesvol op open plekken, niet onder ander grove dennen. Een beuk kan daar wel onder groeien, want die snoept alle restjes licht onder die den wel weg. Maar onder die beuk is helemaal geen licht meer en geen groeimogelijkheden voor nieuwe beuken. Onder natuurlijke omstandigheden zal er vernieuwing van bos ontstaan, dat ben ik met je eens maar dus geen den onder een den enz. Maar als bos oud wordt (en daar streeft natuurbeheer naar, evenals afwisseling in leeftijd) komt er dood hout. Dat dode hout is nuttig voor flora en fauna in het bos en zal de cyclus van gras/struweel/bos in stand houden. Maar beperkt draagvlak in de maatschappij zorgt vaak voor knelpunten in dit beheer. De omwonenden dwingen de (overheids)beheerder vaak tot voor hen aanvaardbare beheersmaatregelen. Maar omdat wij in Nederland graag verschillende fasen in de bosontwikkeling willen hebben, wordt er onderhoud en beheer gepleegd in het bos.
    Het voorstel van benodigd onderzoek mbt agrarisch natuurbeheer kan ik me in vinden. Temeer omdat ik echt denk dat het subsidiestelsel op dit gebied op een gegeven moment ophoudt. De investering tegenover het resultaat is niet in balans. Begrijp me goed, ik draag agrarisch natuurbeheer een warm hart toe. Maar ik zie op deze manier een beperkte toekomst. Mijns inziens is Bleker bezig de sector blij te maken met een mus die niet lang meer te leven heeft. Als hij echt begaan was, zou hij moeten kijken hoe de sector constructief en duurzaam de toekomst in kan gaan op het gebied van agrarisch natuurbeheer. Maar dat heb ik al eerder gezegd, politiek is korte termijnvisie. De bloei van de Nederlandse landbouw is vanuit de tweede wereldoorlog toch wel echt zichtbaar. Hoeveel procent meer productie is er van een hectare te halen in verhouding met die tijd. En dat komt toch echt niet alleen door in het veld je ogen de kost te geven. Onderzoek en innovatie in het veld, maar ook op papier uitgewerkt. Berekend, gemonitoord, resultaten vergeleken enz. En de uitvoering van de mestwet is een uitvloeisel van de jaren 70, 80 en 90 toen er maar zo veel mogelijk stront de grond in moest. Wat er uitvloeide naar grondwater ed en wat zo de uitwerking op flora en fauna was, telde minder zwaar. De wetten mbt grondwater- en oppervlaktewater ed zijn niet voor niks ingesteld. Ik heb me er een beetje snel van afgemaakt vanavond, dat komt door de tijd. Mijn geplande leeravond zal maar moeten verschuiven naar morgenavond.

  • no-profile-image

    Han

    Sieger. Jij stelt al dan niet terecht dat er in Nederland vervuilde kwel optreedt met water uit hoger gelegen gebieden uit Europa. Hier wil ik niet aan tornen. Maar dat onze Nederlandse boeren hier het gelag voor moeten betalen gaat mij te ver. Daarnaast sprek jij over zwaar over bemesten door eindeloos veel mest in de grond pompen, ga ik in mee. Helaas kan ik niet d eovereenkomst vinden tussen het dumpen van drijfmest en en het geven van stromest zoals Natuurboer bedoelt. mijn volle overtuiging net als van Natuurboer dat deze mest via het daar van levende bodemleven een positieve bjdrage levert aan de weidevogel stand en nog veel meer positieve natuur elementen. Laten we dus niet constant de Nederlandse boer beschuldigen van "overbemesting" als zo als jij stelt het buitenland de schuldige is. zij moeten dus terug in vervuiling door mest en niet wij om hun vervuiling te niet te doen. Laten we de stromest van Natuurboer en zijn collega's eerst eens beter onder loupe nemen om de positieve werking al dan niet aan te tonen.

  • no-profile-image

    Sieger

    Beste Han,
    Allereerst excuus voor de late reactie. Het kwelwater wat uittreedt in de lagere gebieden hoeft niet helemaal uit Duitsland te komen. Ik denk zelfs dat dat water niet heel veel (horizontale) kilometers aflegt. Dus de veluwe (bijv) is een belangrijke leverancier van dat kwelwater. De samenstelling van dat water kan erg verschillen. Dat is afhankelijk van de stoffen in de bodem, ook in de diepere lagen. Dus dan hebben we het over ijzer, kalk en of sulfaat.
    Dit zijn mineralen die al in de bodem aanwezig zijn. Het water wat al honderden of duizenden jaren in de bodem aanwezig is en nu uittreedt, heeft dus geen invloed van het hedendaagse grondgebruik en samenstelling van regen/oppwater ondergaan. Dus van vervuilde kwel kun je hier niet spreken. De kwel die minder diep gaat en snel uittreedt, heeft die invloed wel ondergaan, maar die legt ook, in verhouding, korte afstanden af. Dat boeren in NL de vervuiling vanuit Duitsland toegeschoven (moeten) krijgen, is dan ook niet mijn mening.
    Het bemesten met ruige mest heeft absoluut voordelen mbt weidevogelverhaal. Maar dat staat los van het drijfmestbeleid uit de jaren 80. Mestscheiden, en de vaste mest, gemengd met stro, uitrijden op het land is beter voor het (bodem)leven dan het injecteren van vloeibare mest, volgens mij. De grond raakt verzadigd met nitraat en fosfaat, volgens mij de twee belangrijkste stoffen. Dat heeft zijn weerslag op de natuurlijke flora&fauna. Dat is niet de enige oorzaak van de terugval van biodiversiteit, maar wel een belangrijke. Dan mag ieder voor zich bepalen wie daar van “beschuldigd” mag worden. Ik weet best dat de individuele boer mee moet doen om geld te blijven verdienen, het is een probleem voor de hele sector.
    Maar er zijn ook boeren die hier anders mee omgaan, denk aan biologisch, pure graze enz.
    Ik wil niet met het vingertje wijzen, als burger zijnde, maar ik kan het probleem van overbemesting ook niet ontkennen. We moeten met zijn allen zorgen dat het leven in het boerenland behouden blijft en dan moeten we allemaal ook de problemen onderkennen. Dat geldt voor boeren, burgers en buitenlui, iedereen dus. Dat is dus ook voor de consument om te kijken wat wil ik betalen voor een product dat geproduceerd is onder acceptabele omstandigheden.
    Nu heb ik wel een vraag voor jullie op dit gebied:
    Ik hoor verschillende meningen over kruidenrijk land. Neem als voorbeeld percelen of randen van percelen die niet bemest worden.Voor weidevogels zijn onbemeste randen volgens mij erg aangenaam. Meer diversiteit aan flora en insecten ed. Als die randen (bijv) de eerste snede blijven staan, creeer je vluchtmogelijkheden voor pullen ed. ? Ik denk hierbij aan randen van ong 3 mtr om percelen met de meeste weidevogels, dus waar ze het meest tot hun recht komen. Wat is de waarde van die kruiden voor de koeien? Koeien vreten van die kruiden als ze daar behoefte aan hebben, maar geeft dat meerwaarde voor de productie of koe zelf, mbt ziekte ed? Voor de kuil hetzelfde verhaal, zijn kruiden in de kuil zinvol, acceptabel of is het zonde van het droge stofverlies. De kruiden maken hierdoor deel uit van het zomer of winterrantsoen voor het vee. Lijdt je hierdoor droge stof verlies? Of is dit weg te strepen tegen de meerwaarde van kruiden voor de koeien?
    Ik ben benieuwd naar het antwoord van mensen uit de praktijk, zodat ik hier ook een “gefundeerde” mening over kan vormen.
    PS: het genoegen om met “tegenstanders” te discussiëren is geheel wederzijds, Natuurboer, Han en anderen. Erg leerzaam!

  • no-profile-image

    Evert Mooiman

    Goedemorgen,
    De laatste tijd veel gehoord en afgekraakte boeren in beeld gezien over varkens. koeien en slachten. de politiek kakelt zonder kop.
    Boeren/innen, slaat de de politiek en raddraaiers om de oren met het verhaal
    dat kreeften, garnalen, alle vissoorten voor de consumpties van ook parlement
    en onrusststokers van dierenbescherming
    geen acties voeren hieromtrent
    kreeften, krabben, garnalen,forellen enz.
    over de gehele wereld worden levend in kokend water gekookt voor de consumpties ook voor deze etterbakken die zoveel ophef maken over dieren in stallen. slachten etc. etc. als ze daar aan beginnen met onderzoeken, hebben deze boeren/innen geen last meer, pik niet langer wat men over jullie te vertellen hebben en laat ze gaan kijken in alle viszaken/restaurant waar de kreeften
    in het water liggen met elastieken on hun scharen tot een afschuwelijke door hen wacht.
    Bij onze geliefde haringen worden levend uit het water in zout gedompeld tot zij levend zachtjes sterven.Neem geen genoegen met mensen die geen verstand hebben op jullie terreinen komen en sla ze weg met honkbalknuppels.
    zet hem op en smoer hun vuile bekken,
    hou jullie taai. groeten Evert mooiman

Laad alle reacties (34)

Of registreer je om te kunnen reageren.