Home

Achtergrond 1607 x bekeken

'Varkenshouders hebben baat bij bedrijfs-all-in-all-out-systeem'

Sectorhoofd varkens Henk van Kuyk van De Heus voeders is een groot voorstander van het bedrijfs-all-in-all-out-systeem op vleesvarkensbedrijven. Het systeem is juist voor de kleinere en middelgrote vleesvarkensbedrijven aantrekkelijk.

Sinds begin dit jaar timmert de Heus-voeders aan de weg met de De Heus RisicoDemper, een methode om het prijsrisico voor varkenshouders die met het all-in-all-out-systeem werken en dus grote aantallen vleesvarkens in één keer afleveren af te dempen. ”Die risicodemper en de binding van varkenshouders aan De Heus zijn geen doelen op zich”, zegt Van Kuyk. ”Het gaat om de vleesvarkenshouderij in zijn geheel.”

In Nederland zijn 1.940 bedrijven met 500 tot 1.500 vleesvarkensplaatsen. Het gaat om zo’n veertig procent van de vleesvarkensbedrijven. Die zijn goed voor 5 miljoen vleesvarkens per jaar, ofwel zo’n 30 procent van het totaal aantal slachtingen in Nederland. ”We moeten zuinig zijn op dit soort bedrijven, anders worden we wel heel erg afhankelijk van de biggenexport”, aldus van Kuyk.
Een vleesvarkenshouder die over wil stappen op bedrijfs-all-in-all-out, heeft verschillende mogelijkheden. Hij kan proberen om telkens van één vaste vermeerderaar biggen te kopen of van meerdere vermeerderaars.

In de biggenvoorziening ziet Van Kuyk ook een mogelijke belemmering voor omschakeling naar bedrijfs-all-in-all-out. Handelaren en biggenbemiddelaars zullen op een andere manier moeten leren denken en omgaan met de biggenvoorziening.

Vermeerderaars met minder dan 500 zeugen zullen meer in meerwekensystemen gaan produceren om voldoende grote koppels biggen te kunnen leveren. Er zijn ook vleesvarkenshouders die er prijstechnisch voor kiezen van meerdere vermeerderaars de biggen bij elkaar te voegen tot één grote koppel.

Volgens Van Kuyk haalt een vleesvarkenshouder al gauw een voerwinstverbetering van 10 euro per varkensplaats bij toepassing van bedrijfs-all-in-all-out. Voordelen worden behaald door het doorbreken van de ziektedruk omdat er maar van één leeftijd aan varkens op het bedrijf ligt. Besmettingscycli met ziekteverwekkende organismen worden doorbroken. Voeren wordt eenvoudiger. Het hele bedrijf schakelt in een keer om van startvoer naar tussenvoer en naar afmestvoer.

Door de verminderde besmettingsdruk verbeteren de resultaten. Voerconversies gaan omlaag, de groei verbetert. De kosten van transport van grote koppels biggen en grote koppels vleesvarkens zijn lager.

Dat moet zich vertalen in een betere prijs. Van Kuyk kent voorbeelden van bedrijven die hun varkens vrij gemakkelijk ruim boven de 900 gram per dag zagen groeien, waar voorheen die grens absoluut niet werd gehaald. Ook de uitval per ronde loopt vaak sterk terug. Percentages beneden de 1 procent zijn haalbaar.

Juist door die resultaatverbeteringen die ook betere inkomsten tot gevolg hebben, verwacht Van Kuyk dat de kleine en middelgrote bedrijven meer mogelijkheden voor zichzelf creëren om te kunnen investeren in de milieumaatregelen die per 2013 verplicht worden. ”Als je dit soort resultaten laat zien bij de bank sta je sterker in de onderhandelingen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.