Home

Achtergrond 237 x bekeken

Schatbewaarders voor de land- en tuinbouw

Genenbanken moeten wereldwijd meehelpen de biodiversiteit te handhaven. Bovendien hebben de bewaarplaatsen van zaad en ander plantaardig materiaal een functie bij de veredeling.

Het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) van Wageningen UR vierde deze week zijn 25e verjaardag. Met de organisatie van een Europese conferentie over plantaardig erfelijk materiaal, dinsdag tot en met donderdag, zette het CGN het jubileum luister bij.

De genenbanken staan nog maar aan het begin, zo bleek tijdens het begin van het congres. In de jaren 20 en 30 werden zaadverzamelingen opgezet ten behoeve van de veredeling. In het laatste kwart van de vorige eeuw kwam daar nog een extra functie bij: het bewaren van de biodiversiteit.
Het werk van de genenbank beperkt zich niet tot het bewaren van erfelijk materiaal. Ook bij het behoud van soorten op de plek waar ze groeien, spelen genenbanken wereldwijd een rol.

Ook het CGN heeft in zijn opdracht staan dat het helpt bij de instandhouding van het biocultureel erfgoed – en dan gaat het niet alleen om landbouwgewassen, maar ook om wilde soorten. Die laatste worden trouwens steeds belangrijker bij de veredeling, omdat zaadbedrijven meer en meer gebruik maken van eigenschappen die in het wild voorkomen.

Het CGN houdt zich in Nederland overigens niet alleen met planten bezig. Ook het conserveren en bewaren van dierlijk materiaal (eicellen, sperma) van verschillende landbouwhuisdieren, behoort tot de taken van CGN.

In Wageningen ging het de afgelopen week onder meer over de vraag hoe verschillende genenbanken internationaal kunnen samenwerken. Er zijn de afgelopen jaren verschillende internationale afspraken gemaakt om het behoud van biodiversiteit te waarborgen, maar ook om landen te beschermen tegen piraterij van hun eigen bio-cultureel erfgoed.

Dat kan tot bizarre situaties leiden, liet Anke van den Hurk van Plantum NL – de koepel van Nederlandse zaadveredelaars en vermeerderaars – tijdens haar inleiding zien. Sommige landen schermen hun eigen materiaal zo ver af, dat ze vinden dat ook de ziekten bij het materiaal horen.
”Als ze dan hun eigen uitgangsmateriaal zo beschermen, kunnen ze dan ook verantwoordelijk worden gesteld voor de schade die de ziektes veroorzaken?” Zij ziet dat door de internationale afspraken minder genetisch materiaal beschikbaar komt voor de veredeling – nog los van de extra kosten en onzekerheden die ermee gepaard gaan.

En dan kun je je afvragen wat precies het land van herkomst is. Bij wilde soorten, is dat volgens haar nog redelijk te achterhalen. ”Maar kijk eens naar de tulp, de bloem die zo cultureel verbonden is met ons land, een gedomesticeerd gewas – maar is de herkomst ook Nederland?”

De Brit Geoff Hawtin, voormalig voorman van het Global Crop Diversity Fund ziet de mogelijke schaduwkanten, maar benadrukt vooral de verworvenheden van de toenemende internationalisering van het onderzoek naar de instandhouding van het biocultureel erfgoed.
Het komt nu volgens hem nog te veel voor dat verschillende genenbanken hetzelfde materiaal bewaren. Dat kan en moet beter en gestructureerder. Er wordt heel veel bewaard – maar belangrijker nog dan te behouden wat er al is verzameld – is in kaart brengen wat nog niet in de schatkamers ligt. Uiteindelijk moet zo veel mogelijk bewaard blijven.

Bijvoorbeeld in de Svalbard Global Seed Vault op Spitsbergen. ”Dat is een van de beste verzekeringspolissen ter wereld. Met een investering van negen miljoen euro en een jaarlijks bedrag van 250.000 euro bewaren we het erfelijk materiaal tientallen jaren, misschien wel eeuwen”, zegt Hawtin.

Van belang is niet alleen het bewaren van het materiaal. Met behulp van nieuwe technieken kunnen ook de genenkaarten van verschillende soorten in kaart worden gebracht en kunnen er koppelingen gemaakt worden tussen de erfelijke kaart en de fysieke eigenschappen. Op die manier komt een schat van gegevens beschikbaar, waarvan veredelaars ook weer gebruik kunnen maken.

Het gaat erom dat we in de toekomst gewassen kunnen telen die bestand zijn tegen het veranderend klimaat, die zo mogelijk een nog grotere opbrengst geven dan nu, en die weerbaar zijn tegen plagen en ziektes. ” Dat is de uitdaging waar met name de zaadveredelaars voor staan”, aldus Hans Smolders van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.