Home

Achtergrond 136 x bekeken

Optimisme effent de weg voor vernieuwing

De landbouw heeft er wel eens beroerder voorgestaan. Inkomens en bedrijfswinsten zitten in stijgende lijn, de waardering voor de sector neemt toe, ondanks de megastaldiscussie. Niet voor niks zijn twee van de negen topsectoren van de Nederlandse economie in de agrarische hoek. Het bruist dan ook van vernieuwende initiatieven.

De land- en tuinbouw viert dit jaar vrolijk Pasen. In de meeste sectoren is de stemming optimistisch. Op zowel primaire bedrijven als in de agribusiness worden betere resultaten gemeld over het afgelopen jaar en verwacht men goede resultaten in het lopende jaar. Het gevolg is een flinke investeringslust.

De positieve stemming geldt niet alleen voor Nederland. De Duitse boerenbond DLG maakte onlangs bekend dat er grote investeringsbereidheid is onder boeren in ons omringende landen. De stemming is weer even gunstig als begin 2008, zo blijkt uit een onderzoek onder 3.000 agrariërs in West-Europa.

De oorzaak voor het optimisme moet volgens DLG gezocht worden bij de grotere consumentenvraag naar levensmiddelen. Tegen de achtergrond van een ’dynamiche wereldeconomie’ en krapte op de grondstoffenmarkten verwachten boeren goede prijzen. Ongeveer de helft van de ondervraagden is van plan te investeren, krap 10 procent meer dan bij de vorige peiling in het najaar van 2010, aldus DLG.

Nederlandse boeren zaten niet bij dat onderzoek, maar marktonderzoeksbureau AgriDirect maaktmelding van een duidelijk verbeterde stemming. Een kwart van de boeren en tuinders heeft uitbreidings- of opvolgingsplannen. De stijgende trekkerverkoop die blijkt uit cijfers van Federatie Agrotechniek onderstreept dit gevoel. Daartegenover staat wel een toegenomen percentage ondernemers dat op korte termijn denkt te stoppen of af te bouwen. Het is dus een tijd van belangrijke keuzes.

De meeste groei- en uitbreidingsplannen zijn er als vanouds in de veehouderij, ondanks zorgen over hoge voerprijzen. Ook de glastuinbouw denkt weer aan investeren en dat geldt zelfs voor de bloembollensector.

Keerzijde van de medaille is de voedselcrisis die volgens sommigen op de loer ligt en volgens anderen zelfs al weer in volle gang is. Wereldbank-president Bob Zoellick vorige week dat door de hoge voedselprijzen wereldwijd afgelopen jaar 44 miljoen mensen aan de bedelstaf geraakt zijn. En elke 10 procent stijging van de voedselprijsindex zou 10 miljoen extra armen veroorzaken.
Het zijn statistische abstracties, waar de producent weinig mee kan. Ze tonen wel hoe precair de verhoudingen liggen. Tegenover winners staan heel veel losers. De oplossing is echter niet om maar te stoppen met ondernemen, integendeel. Er wordt juist veel verwacht.

De landbouw staat wereldwijd in het brandpunt van de belangstelling. In Nederland zelf is dat niet anders. Twee van de negen topsectoren in de economie die het kabinet heeft benoemd, behoren tot de agrosector: tuinbouw en agro-food.

Zo komen verschillende positieve lijnen bij elkaar: hoop op voldoende, betaalbaar voedsel voor een groeiende wereldbevolking; optimisme over de kansen om een bestaan op te bouwen met het produceren van dat voedsel en nieuw vertrouwen van de maatschappij in de sector.

Of registreer je om te kunnen reageren.