Home

Achtergrond 858 x bekeken

Landmarkt wil niet snobistisch zijn

Landmarkt is in feite een mooi aangeklede overdekte markt, legt initiatiefnemer Harm-Jan van Dijk uit. De winkel bevindt zich in een oud kassencomplex in Amsterdam-Noord en doet groot aan, al is de winkelvloer niet groter dan 650 vierkante meter. Circa 35 procent van de producten is biologisch. De keten wil 70 procent van de omzet halen uit versproducten.

De indeling en aankleding is onderscheidend. Waar in supermarkten wordt begonnen met de AGF-afdeling koos Landmarkt voor bakkerij Le Perron. De verwerking van het deeg vindt open en bloot in het ’broodtheater’ plaats.

Rijen stellingen zijn in de winkel grotendeels vermeden. In de hoek staat een u-vormige bar waar mensen producten kunnen proeven. Na de AGF-afdeling volgen vervolgens een Amsterdamse Verse Vismarkt, Kaas van Thijs en vlees uit de wei van de familie Palmesteijn.

Bordjes leggen het ontstaan van voeding uit. ”We hebben onderzoek gedaan in Amsterdam, Den Bosch en Amersfoort. De resultaten zijn ontluisterend. Waar mensen nog wel een idee hebben bij groente, fruit en aardappelen, wordt de koppeling tussen dier en vlees nauwelijks gemaakt.” De winkel wil dan ook meer zijn dan een marktplaats. ”Landmarkt wil aandacht voor drie belangrijke zaken: gezond en lekker koken, kennis van voedsel en een eerlijkere margeverdeling in de voedingsketen.”

Van Dijk deed inspiratie op bij de Zuid-Spaanse overdekte markten waar kooplui vol passie verhaal doen over hun waar. ”Maar ook Azië geldt als voorbeeld, met die typische foodcourts waar diverse kleine restaurants in één ruimte met tafels hun voedsel aanbieden. Het is ongelofelijk dat we in een welvarend land als Nederland met zoiets prachtigs als voedsel omgaan alsof het een industrie is. Supermarkten, dat is levenloze eenheidsworst met verlaagde plafonds en eindeloze stellingen. De consument moet er zo snel mogelijk doorheen.”

Het liefst had Van Dijk de boeren en tuinders zelf in de Landmarkt actief, maar dat bleek moeilijk. Uiteindelijk wordt de slagerij in feite gerund door een aparte BV waar een slagerij en een veehouder deel van uitmaken. De slager zoekt zelf de te slachten beesten uit.

De AGF-afdeling wordt ingevuld door een coöperatie van vijftig boeren en tuinders. Onze ambitie is dit aantal op te voeren tot honderd tegen het einde van dit jaar. Landmarkt onderhandelt niet a la Jumbo of C1000 wekelijks voor de laagste prijs. De telers van aardappelen, tomaten, komkommers, paprika’s, appels en peren zijn ”preferred suppliers”. ”Wanneer zij productie hebben, nemen we af. Zij leveren een kwalitatief topproduct, en dan beloven wij hen altijd voorrang te bieden.”

De agrariërs kunnen twee keer meer verdienen, denkt Van Dijk. ”Landmarkt heeft de afspraak dat de primaire sector 60 procent van de consumentenprijs krijgt. Ik durf wel te zeggen dat supermarkten niet meer dan 30 procent bieden. De tussenhandel wordt er bij Landmarkt tussenuit gehaald. Gewoon weg, foetsie. Dat kan ook gewoon als je direct en goede afspraken maakt.”
De droom dat de primaire sector in Landmarkt zelf direct vertegenwoordigt is, blijft. ”Ik zou graag zien dat agrariërs in groepsverband deelnemen. Ze hoeven dan niet zelf hier te staan. Voor mijn part nemen ze iemand aan. Als het maar iemand dichter bij de productie is.”

”Met alle respect voor categorymanagers, ik heb er een paar in mijn vriendenkring, ze komen van de opleiding en zijn van de ene op de andere dag verantwoordelijk voor de inkoop van vlees, vis, groente, fruit, wat dan ook. Bij ons werken specialisten, mensen met ongekende vakkennis. Ze kunnen een verhaal vertellen achter het product. Onze kaasman is Thijs Uylenbroek en hij geldt als één van de grootste kaaskenners van Nederland.” Zijn oogst: boerenkazen van Sjaak en Lia Koopman uit De Weere, Goudse oplegkaas van Captein uit Zoeterwoude en schapenkaasjes van zuivelboerderij Dikhoeve in Ransdorp.

”Deze zaak draait om volume”, aldus Van Dijk. ”We zijn geen puristen, niet snobistisch als sommige biologische winkels. Naast Hoeksche chips zet Landmarkt ook Lay’s chips in het schap. Maar het verschil met Albert Heijn is dat bij ons de Hoeksche chips dezelfde ruimte krijgt als het A-merk. Dat lijkt goed te werken.”

Het winkelend publiek oogt zo rond half 10 ’s morgens tamelijk blank en welvarend in een toch multicultureel en niet zo heel kapitaalkrachtig Amsterdam-Noord. Van Dijk zegt echter ervoor te waken dat de winkel wordt gezien als een witte, elitaire winkel. ”De prijszetting verschilt per productgroep, maar als je bij de kassa komt betaal je in de meeste gevallen net zoveel als bij een supermarkt. Ons visaanbod is zelfs een stuk goedkoper. Ons groente- en fruitaanbod zit zo op hetzelfde niveau als elders, tot 10 procent goedkoper in sommige gevallen. Het is nu voor ons de uitdaging de volumes te halen die bij een dergelijk prijsniveau passen.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.